Besluit van de Waalse Regering van 20 oktober 2016 betreffende de slepen van langere en zwaardere voertuigen (LZV’s of ecocombi’s) in het kader van proefprojecten

B.S. 08.11.2016

Contents[Hide]

HOOFDSTUK I. — Begripsomschrijving

Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :

1° het decreet van 26 mei 2016 : het decreet van 26 mei 2016 betreffende de slepen van langere en zwaardere voertuigen (LZV’s of ecocombi’s) in het kader van proefprojecten;

2° de Minister : de Minister van Openbare Werken;

3° het bestuur : de Directie Reglementering inzake verkeersveiligheid van het Operationeel directoraat-generaal Wegen en Gebouwen van de Waalse Overheidsdienst;

4° het technisch reglement : het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen en de wijzigingen ervan;

5° LZV : de sleep van voertuigen bedoeld in artikel 1 van het decreet van 26 mei 2016 met een maximale lengte van 25,25 meter en een maximale massa van 60 ton.

HOOFDSTUK II. — Voertuigen, last en bestuurder

Art. 2. Voor het vervoer van intermodale vervoerseenheden wordt alleen het vervoer vanuit of naar de Waalse multimodale terminals toegelaten.

Art. 3. De bestuurder van een LZV :

1° is houder van een door de Minister erkend geschiktheidattest voor het besturen van een LZV;

2° verstaat en spreekt minstens één van de nationale talen.

HOOFDSTUK III. — Vergunning

Art. 4. § 1. De Minister bepaalt de modaliteiten betreffende de vergunningsprocedure.

Voor de indiening van een vergunningsaanvraag wordt het traject door de bestuurder verkend met het oog op het goede verloop van de geplande trajecten wat betreft de veiligheid en de vlotte verkeersdoorstroming, om beschadiging van de openbare weg, de bouwwerken die erop gevestigd zijn en de aangelande eigendommen te voorkomen en om de overige gebruikers voor negatieve effecten te behoeden.

De vergunning heeft een duur van twee jaar en kan verlengd worden even vaak als de duur waarin het proefproject van kracht is, het toelaat.

Het aantal vergunningen en het aantal voertuigen en bestuurders met een vergunning kunnen door de Minister beperkt worden.

§ 2. De vergunning vermeldt minstens :

1° de houders van de vergunning, namelijk de bestuurder, de producent/verlader en de klant van de vervoershandeling betreffende het toegelaten traject;

2° de toegelaten combinaties van voertuigen;

3° het te volgen gedetailleerde traject, met inbegrip van de richting;

4° de persoonlijke gegevens van elke bestuurder en de gegevens betreffende het rijbewijs alsook, in voorkomend geval, van het in artikel 3, 1°, bedoelde geschiktheidattest;

5° een beschrijving van de vervoerde goederen : hun aard, de verpakkingswijze, de beschrijving en de eventuele bijzondere eigenschappen;

6° de duur van de vergunning;

7° de te treffen maatregelen om de veiligheid en de vlotte verkeersdoorstroming te waarborgen, om beschadiging van de openbare weg, de bouwwerken die erop gevestigd zijn en de aangelande eigendommen te voorkomen.

§ 3. Er wordt een afschrift van de vergunning aan boord van het voertuig bewaard.

§ 4. Het bedrijf dat houder is van de vergunning, antwoordt op elke informatieaanvraag betreffende de proefprojecten gericht door de Minister of het Bestuur.

HOOFDSTUK IV. — Evaluatie

Art. 5. Het bestuur organiseert de jaarlijkse evaluatie van het proefproject in het licht van de volgende aspecten :

1° verkeersveiligheid;

2° gebruik;

3° duurzaamheid en modal shift;

4° economische aspecten;

5° infrastructuur;

6° bestuurders en voertuigen.

Art. 6. De begunstigden van een VLL-vergunning zijn gehouden alle gegevens die ze bezitten over de verrichte voertuigen met het oog op een evaluatie volgens de voorschriften van het Bestuur over te maken. Zoniet kan de vergunning ingetrokken worden.

HOOFDSTUK V. — Slotbepalingen

Art. 7. De Minister bepaalt de duur en de datum van aanvang van het proefproject. Hij kan de duur van het proefproject verkorten naar gelang van de conclusies van de in artikel 4 van het decreet bedoelde evaluatieverslagen of op elk ogenblik indien het proefproject de veiligheid, de vlotheid van het verkeer, de infrastructuur, de andere weggebruikers of de duurzame vervoerwijzen op ernstige wijze aantast.

Art. 8. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat op de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, behalve voor artikel 3, 1°, waarvan de datum van inwerkingtreding door de Minister wordt bepaald.

Art. 9. De Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE 1

§ 1. Massa

De maximale massa van de sleep van voertuigen wordt op 60 ton gebracht voor zover het proces-verbaal tot erkenning van het trekkende voertuig een dergelijke massa van de sleep vermeldt.

In het geval van een combinatie van voertuigen bestaande uit een motorvoertuig + aanhangwagen of oplegger + aanhangwagen stemt de massa van de combinatie van de vrachtvragen en de eerste aanhangwagen overeen met de maximale massa’s bedoeld in artikel 32bis van het technisch reglement van de automobielen.

De totale massa van de sleep van voertuigen mag niet hoger zijn dan vijf keer de maximale toegelaten massa van de as of van de motorassen in afwijking van artikel 32bis, 1.4.1.2. van het technisch reglement van de automobielen.

§ 2. Montage

Een testrapport of een getuigschrift betreffende de installatie van de koppelinrichting afgegeven door een erkend technisch laboratorium, waarbij haar overeenstemming met VN/ECE-Reglement nr. 55 wordt bewezen, wordt voorgelegd om te certificeren dat de eigenschappen van de koppelinrichtingen volstaan voor de betrokken sleep van voertuigen.

§3. Mogelijke combinaties van voertuigen en toegelaten assenconfiguraties.

Alleen de volgende combinaties kunnen worden gebruikt :

1° trekker - oplegger - aanhangwagen;

LZV1

2° vrachtwagen - dolly - aanhangwagen;

LZV2

3° vrachtwagen - aanhangwagen - aanhangwagen;

LZV3

4° trekker - oplegger - oplegger

LZV4

§ 4. Bestuurbaarheid en beschreven bocht

Een testrapport of een getuigschrift met het oog op het bevestigen van de bestuurbaarheid en de beschreven bocht afgegeven door een erkend technisch laboratorium of door de bestuurder moet voorgelegd worden.