HOOFDSTUK 2. — Bescherming van de verkeersinfrastructuur

3 MEI 2013. — Decreet betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport.
[B.S. 13.06.2013]

HOOFDSTUK 2. — Bescherming van de verkeersinfrastructuur

Afdeling 1. — Algemene bepaling

Artikel 3

Het is verboden zich op de openbare weg te bevinden met een ander voertuig of een andere sleep dan het vervoer, vermeld in artikel 4 en 7, waarvan de hoogte het toegestane maximum met meer dan één procent overschrijdt, of waarvan de andere afmetingen of de massa in beladen toestand de toegestane maxima overschrijden.

Het is verboden het wegdek te beschadigen door zich met een voertuig op de openbare weg te bevinden waarvan de massa op de grond onder een van de assen het toegestane maximum, met meer dan 5 procent overschrijdt.

Afdeling 2. — Vervoer met langere en zwaardere slepen

Artikel 4

In het kader van een proefproject kunnen slepen, die wegens hun samenstelling wat lengte en massa betreft niet beantwoorden aan de voorschriften, bepaald in het technisch reglement, op bepaalde trajecten worden toegelaten op voorwaarde dat ze een voorafgaande schriftelijke vergunning hebben verkregen.

De lengte van de sleep mag niet meer bedragen dan 25,25 meter, met een maximaal toegelaten massa van 60 ton.

Artikel 5

De Vlaamse Regering bepaalt :

de aanvangsdatum van het proefproject met een maximale duur van twee jaar, eenmaal verlengbaar voor dezelfde periode;

de hoofdtrajecten en de toetsingscriteria om de geschiktheid van de voor-, na- en tussentrajecten te beoordelen;

het maximaal aantal trajecten en de selectiecriteria om het aantal trajecten te beperken tot dit aantal indien de ontvankelijke en toelaatbare vergunningsaanvragen betrekking hebben op een hoger aantal;

de inhoud van de vergunning;

de procedure voor de aanvraag en de afgifte van de vergunning;

de procedure voor de evaluatie van het project.

De vergunning vermeldt minstens het traject en de maatregelen tot voorkoming van schade aan de verkeersinfrastructuur.

De Vlaamse Regering kan voor het uitreiken van de vergunning en het gebruik van de verkeersinfrastructuur voor vervoer met langere en zwaardere slepen een vergoeding bepalen.

Artikel 6

Het is verboden zich met een sleep die, wegens zijn samenstelling wat lengte en massa betreft niet beantwoordt aan de voorschriften van het technisch reglement en het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, op de openbare weg te bevinden zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of zonder de vergunningsvoorwaarden na te leven.

Afdeling 3. — Uitzonderlijk vervoer

Artikel 7

§ 1. Het is verboden een uitzonderlijk vervoer op de openbare weg uit te voeren zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of zonder de vergunningsvoorwaarden na te leven.

§ 2. Er is geen vergunning vereist voor het uitzonderlijk vervoer dat uitgevoerd wordt door of in opdracht van het leger, de politiediensten, de wegbeheerder, de civiele bescherming of de brandweer en voor het uitzonderlijk vervoer dat georganiseerd wordt door de overheid naar aanleiding van rampenbestrijding.

Er is evenmin een vergunning vereist voor het uitzonderlijk vervoer dat uitgevoerd wordt door voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor folkloristische manifestaties en slechts bij uitzondering op de openbare weg komen ofwel ter gelegenheid van een door de gemeente toegelaten folkloristische manifestatie, of op de weg er naartoe ofwel voor proefritten met het oog op die manifestatie, en voor zover zij niet meer dan 25 km per uur rijden.

§ 3. De Vlaamse Regering kan bij het vaststellen van de verordeningen voor het verkeer van havenvoertuigen tussen de laad- en loskaaien, de opslagplaatsen, de hangars en de magazijnen die binnen het havengebied liggen, vermeld in artikel 14bis van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, afwijken van de toepassing van de bepalingen van dit decreet.

§ 4. In de gevallen, vermeld in de paragrafen 2 en 3, vindt het uitzonderlijk vervoer plaats onder leiding van de overheid, de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die het uitzonderlijk vervoer uitvoert.

De overheid, de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in het vorige lid, neemt alle maatregelen die vereist zijn om beschadiging van de openbare weg, van zijn aanhorigheden, van de erin liggende kunstwerken en van de aanpalende eigendommen te voorkomen.

Artikel 8

De vergunning vermeldt de maatregelen die genomen moeten worden om beschadigingen van de openbare weg, van zijn aanhorigheden, van de erin liggende kunstwerken en van de aanpalende eigendommen te voorkomen.

De vergunning vermeldt de te volgen reisweg en voorschriften inzake hoogte, lengte, breedte, massa, aslasten en asafstanden.

Artikel 9

De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze de vergunning wordt aangevraagd en uitgereikt.

De Vlaamse Regering kan voor het uitreiken van de vergunning en het gebruik van de verkeersinfrastructuur voor een uitzonderlijk vervoer een vergoeding bepalen.

Artikel 10

De Vlaamse Regering kan het uitzonderlijk vervoer verbieden op bepaalde tijdstippen, plaatsen of in bepaalde omstandigheden, of het onderwerpen aan bepaalde voorwaarden.

Artikel 11

Als er voor de doortocht van het uitzonderlijk vervoer hindernissen verwijderd moeten worden, wordt de beheerder daarvan op de hoogte gebracht ten minste acht werkdagen vóór de doortocht.

De te nemen maatregelen worden dan in gemeenschappelijk overleg bepaald met de beheerder. De kosten zijn ten laste van de vergunninghouder.

Artikel 12

De Vlaamse Regering kan bepalen dat het Agentschap Wegen en Verkeer op de hoogte gebracht moet worden van het tijdstip, de gevolgde reisweg en de voertuigen van het vervoer. De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval ook de wijze waarop dat gebeurt en de eventuele uitzonderingen.

In het eerste lid wordt verstaan onder Agentschap Wegen en Verkeer : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid binnen het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Wegen en Verkeer.

Artikel 13

In geval van overmacht of van een onverwachte hindernis mag er van de opgelegde reisweg afgeweken worden onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.