HOOFDSTUK 3. — Strafbepalingen en toezicht

3 MEI 2013. — Decreet betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport.
[B.S. 13.06.2013]

HOOFDSTUK 3. — Strafbepalingen en toezicht

Artikel 14

§ 1. Inbreuken op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan worden, onverminderd een eventuele schadevergoeding, bestraft als volgt :

met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 50 euro tot 5000 euro of met één van die straffen alleen als er, ten gevolge van de inbreuk, geen schade ontstaan is aan de openbare weg, zijn aanhorigheden en de erin liggende kunstwerken;

inbreuken op de maximaal toegestane afmetingen worden, als er, ten gevolge van de inbreuk, geen schade ontstaan is aan de openbare weg, zijn aanhorigheden en de erin liggende kunstwerken bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en een progressieve geldboete of met één van die straffen.

De geldboete bedraagt :

a) 10 euro tot 1.000 euro bij overschrijding van de maximaal toegestane afmetingen met minder dan 20 cm;
b) 50 euro tot 5.000 euro bij overschrijding van de maximaal toegestane afmetingen met 20 cm tot minder dan 50 cm;
c) 100 euro tot 10.000 euro bij overschrijding van de maximaal toegestane afmetingen met 50 cm en meer;

met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 200 euro tot 20.000 euro of met één van die straffen alleen als er, ten gevolge van de inbreuk, andere schade dan de schade, vermeld in artikel 3, tweede lid, ontstaan is aan de openbare weg, zijn aanhorigheden en de erin liggende kunstwerken.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 worden inbreuken op artikel 3, tweede lid, bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een progressieve geldboete of met één van die straffen alleen. De geldboete bedraagt :

50 euro tot 5.000 euro bij een overlading met minder dan 500 kg;

100 euro tot 10.000 euro bij een overlading met 500 kg tot minder dan 1000 kg;

175 euro tot 20.000 euro bij een overlading met 1000 kg tot minder dan 1500 kg;

250 euro tot 30.000 euro bij een overlading met 1500 kg tot minder dan 2000 kg;

350 euro tot 40.000 euro bij een overlading met 2000 kg tot minder dan 2500 kg;

500 euro tot 50.000 euro bij een overlading met 2500 kg tot minder dan 3000 kg;

750 euro tot 75.000 euro bij een overlading met 3000 kg en meer.

§ 3. De opdrachtgever en de verlader worden, overeenkomstig de strafbepalingen, vermeld in de §§ 1 en 2, gestraft als ze instructies hebben gegeven of daden hebben gesteld die hebben geleid tot een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.

Artikel 15

Bij een veroordeling voor een inbreuk die gepleegd is op gewestwegen, bestraft overeenkomstig artikel 14, § 1, 3°, en § 2, spreekt de rechter bovendien de verplichting uit om een forfaitair bedrag te betalen als bijdrage tot financiering van het Vlaams Infrastructuurfonds. Voor inbreuken, bestraft overeenkomstig artikel 14, § 1, 3°, wordt dat bedrag vastgesteld op 100 euro. Voor inbreuken, bestraft overeenkomstig artikel 14, § 2, wordt dat bedrag vastgesteld als volgt :

25 euro bij een overlading met minder dan 500 kg;

50 euro bij een overlading met 500 kg tot minder dan 1000 kg;

87,5 euro bij een overlading met 1000 kg tot minder dan 1500 kg;

125 euro bij een overlading met 1500 kg tot minder dan 2000 kg;

175 euro bij een overlading met 2000 kg tot minder dan 2500 kg;

250 euro bij een overlading met 2500 kg tot minder dan 3000 kg;

375 euro bij een overlading met 3000 kg en meer.

De bedragen, vermeld in het tweede en het derde lid, zijn onderworpen aan de verhoging, vermeld in de bepalingen over de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboetes.

De bijdragen, vermeld in het eerste lid, worden ingevorderd door de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen volgens de regels die van toepassing zijn op de invordering van de strafrechtelijke geldboetes. De ingevorderde bedragen worden driemaandelijks door die administratie overgemaakt aan het Vlaams Infrastructuurfonds.

De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de solidariteitsbijdrage waartoe de personen voor wie ze overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is, veroordeeld worden.

Artikel 16

Onverminderd de bevoegdheid van andere personen houden de wegeninspecteurs die de Vlaamse Regering aanwijst, toezicht op de naleving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de kentekens van hun functie.

De wegeninspecteurs kunnen in het kader van de uitoefening van hun opdracht :

bevelen geven aan de bestuurders;

inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door personen te ondervragen en inzage te nemen van documenten en andere informatiedragers;

het vastgestelde overtollige gewicht en/of de te hoge, te brede of te lange lading doen afladen of herverdelen;

de bijstand van de politie vorderen;

de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, of artikel 7, § 1, inhouden totdat de overtreding ophoudt te bestaan.

De wegeninspecteurs zijn bovendien bevoegd om inbreuken op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan vast te stellen bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Binnen veertien dagen na de vaststelling van de inbreuk wordt een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder en, in voorkomend geval, aan de onderneming toegestuurd.

De onderneming verklaart, binnen acht dagen na de ontvangst van het afschrift van het proces-verbaal aan de wegeninspecteur-controleur of ze, overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek, burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de overtreder.