HOOFDSTUK 4. — Administratieve geldboete en procedure

3 MEI 2013. — Decreet betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport.
[B.S. 13.06.2013]

HOOFDSTUK 4. — Administratieve geldboete en procedure

Afdeling 1. — Algemene bepalingen

Artikel 17

§ 1. Voor inbreuken op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen de door de Vlaamse Regering aangewezen wegeninspecteurs-controleurs en de Vlaamse Regering in graad van beroep een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de hierna bepaalde regels.

§ 2. Het tarief van de administratieve geldboete is gelijk aan de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen.

Als een overtreder binnen de positieve referentieperiode opnieuw een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan pleegt, kan de administratieve geldboete bepaald worden op het dubbel van de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen.

In het tweede lid wordt verstaan onder positieve referentieperiode : de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop een definitieve administratieve geldboete of een definitieve strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.

Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de wegeninspecteur-controleur of de Vlaamse Regering een administratieve geldboete onder de betreffende minimumbedragen opleggen.

§ 3. De wegeninspecteurs brengen de wegeninspecteur-controleur op de hoogte van de door hen vastgestelde inbreuken en, in voorkomend geval, van de onmiddellijke inningen of consignaties, vermeld in paragraaf 6.

Als de administratieve geldboete niet onmiddellijk werd geïnd of als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, deelt de wegeninspecteur-controleur aan de procureur des Konings zijn voornemen mee om een administratieve geldboete op te leggen binnen dertig dagen na de ontvangst van het proces-verbaal.

De procureur des Konings beschikt over een vervaltermijn van zestig dagen om zijn voornemen om al dan niet strafvervolging in te stellen mee te delen aan de wegeninspecteur-controleur. De termijn gaat in de derde werkdag na verzending van de kennisgeving bedoeld in het vorige lid.

Als de procureur des Konings tijdig beslist om strafvervolging in te stellen, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen.

Als de procureur des Konings beslist om geen strafvervolging in te stellen, kan een administratieve geldboete worden opgelegd.

Als de procureur des Konings zijn beslissing niet tijdig meedeelt, vervalt de mogelijkheid om strafvervolging in te stellen en kan een administratieve geldboete worden opgelegd.

§ 4. De andere bevoegde personen dan de personen, vermeld in paragraaf 3, brengen de procureur des Konings op de hoogte van de door hen vastgestelde inbreuken en, in voorkomend geval, van de onmiddellijke inningen of consignaties, vermeld in paragraaf 6.

Als de procureur des Konings beslist om geen strafvervolging in te stellen, brengt hij de wegeninspecteurcontroleur daarvan op de hoogte. De wegeninspecteur-controleur kan vervolgens een administratieve geldboete opleggen.

§ 5. De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete, opgelegd aan haar organen en aan de personen voor wie ze overeenkomstig artikel 1384 van het BurgerlijkWetboek aansprakelijk is.

§ 6. De bevoegde personen, vermeld in paragraaf 3 en 4, kunnen de administratieve geldboete onmiddellijk innen als de overtreder daarmee instemt.

De onmiddellijke inning doet de strafvordering vervallen. De sommen komen ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds.

Als de overtreder en de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben en niet instemmen met een onmiddellijke inning van de administratieve geldboete, wordt de administratieve geldboete door de bevoegde personen, vermeld in de paragrafen 3 en 4, verplicht geïnd en in consignatie gegeven.

De consignatie doet de strafvordering niet vervallen.

De nadere regels voor de onmiddellijke inning en de consignatie van de administratieve geldboete worden vastgesteld door de Vlaamse Regering.

§ 7. Als de overtreder en de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben, wordt het door de overtreder bestuurde voertuig op zijn kosten en risico ingehouden tot het bedrag, vermeld in paragraaf 6, derde lid, in consignatie gegeven is en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn.

Als het bedrag, vermeld in paragraaf 6, derde lid, binnen een termijn van vier werkdagen vanaf de vaststelling van de overtreding, niet in consignatie gegeven is, mag de inbeslagneming van het voertuig bevolen worden door het Openbaar Ministerie.

Een bericht van inbeslagneming wordt binnen twee werkdagen naar de overtreder en, in voorkomend geval, naar de onderneming, alsook naar de eigenaar van het voertuig gestuurd.

Het risico en de kosten voor het voertuig blijven tijdens de duur van het beslag ten laste van de overtreder of, in voorkomend geval, van de onderneming.

Het beslag wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd is dat het bedrag, vermeld in paragraaf 6, derde lid, in consignatie gegeven is en de eventuele bewaringskosten van het voertuig zijn betaald.

Artikel 18

§ 1. De wegeninspecteur-controleur kan geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van de administratieve geldboete toekennen.

§ 2. Het uitstel is alleen mogelijk als in de negatieve referentieperiode geen andere administratieve geldboete werd opgelegd aan de overtreder en als er geen strafrechtelijke veroordeling is geweest op basis van dit decreet.

In het eerste lid wordt verstaan onder negatieve referentieperiode : de periode van drie jaar die voorafgaat aan de datum waarop een inbreuk gepleegd wordt die achteraf aanleiding geeft tot het opleggen van een administratieve geldboete waarin uitstel wordt toegekend.

§ 3. Het uitstel geldt voor een proefperiode die ingaat vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete. De wegeninspecteur-controleur kan de duur van de proefperiode vaststellen. De duur van de proefperiode mag niet minder dan één jaar en niet meer dan drie jaar bedragen.

§ 4. Het uitstel wordt van rechtswege herroepen als een nieuwe inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan wordt gepleegd gedurende de proefperiode en die nieuwe inbreuk leidt tot een administratieve geldboete of een strafrechtelijke veroordeling.

§ 5. Het bedrag van de administratieve geldboete moet betaald worden binnen dertig dagen na de herroeping van het uitstel.

§ 6. In geval van beroep tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur heeft de Vlaamse Regering dezelfde bevoegdheden als de wegeninspecteur-controleur wat betreft het uitstel.

Afdeling 2. — Procedure

Artikel 19

§ 1. Als de strafvordering niet vervallen is en het opleggen van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, brengt de wegeninspecteur-controleur, binnen negentig dagen na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings om geen strafvervolging in te stellen of na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 17, § 3, derde lid, zijn beslissing om een administratieve geldboete op te leggen ter kennis van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van deze beslissing. De kennisgeving van de beslissing doet de strafvordering vervallen.

Als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig meedeelt aan de overtreder, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen.

Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds.

Als de strafvordering vervallen is of als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig verstuurt, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort.

§ 2. Tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan onder de voorwaarden en binnen de vervaltermijn, bepaald door de Vlaamse Regering, bezwaar worden aangetekend bij de wegeninspecteur-controleur. Het bezwaar schorst de bestreden beslissing.

Als geen tijdig of ontvankelijk bezwaar werd aangetekend, wordt de administratieve geldboete geacht definitief en onherroepelijk te zijn opgelegd of te zijn vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds.

De wegeninspecteur-controleur brengt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming ervan op de hoogte als het bezwaarschrift onontvankelijk is, binnen een termijn bepaald door de Vlaamse Regering. De overtreder of, in voorkomend geval, de onderneming kan onder de voorwaarden en binnen de termijn, bepaald door de Vlaamse Regering, vragen om gehoord te worden over de ontvankelijkheid van het bezwaar.

Als wel tijdig en ontvankelijk bezwaar werd aangetekend of als de overtreder, in voorkomend geval, de onderneming vraagt om gehoord te worden over de ontvankelijkheid, wordt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uitgenodigd op een hoorzitting. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de hoorzitting.

Na de hoorzitting, ongeacht of die werd bijgewoond, neemt de wegeninspecteur-controleur de zaak onmiddellijk in beraad. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van de beslissing in bezwaar.

De beslissing van de wegeninspecteur-controleur moet binnen dertig dagen na de hoorzitting ter kennis worden gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. Zo niet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort.

Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het bezwaar. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het bezwaar, wordt teruggestort.

§ 3. Tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 2, zesde lid, kan onder de voorwaarden en binnen de vervaltermijn, bepaald door de Vlaamse Regering, beroep worden aangetekend bij de Vlaamse Regering. Het beroep schorst de bestreden beslissing.

Als geen tijdig en ontvankelijk beroep werd aangetekend, wordt de administratieve geldboete geacht definitief en onherroepelijk te zijn opgelegd of te zijn vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het bezwaar. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het bezwaar, wordt teruggestort.

De Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, brengt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming ervan op de hoogte als het beroepschrift onontvankelijk is, binnen een termijn die de Vlaamse Regering heeft bepaald. De overtreder of, in voorkomend geval, de onderneming kan onder de voorwaarden en binnen de termijn, bepaald door de Vlaamse Regering, vragen om gehoord te worden over de ontvankelijkheid van het beroep.

Als wel tijdig en ontvankelijk beroep werd aangetekend of als de overtreder, in voorkomend geval, de onderneming vraagt om gehoord te worden over de ontvankelijkheid, wordt de overtreder en, in voorkomend geval, de onderneming uitgenodigd op een hoorzitting. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de hoorzitting.

Na de hoorzitting, ongeacht of die werd bijgewoond, neemt de Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4 de zaak onmiddellijk in beraad. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van de beslissing in beroep.

De beslissing van de Vlaamse Regering of van de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, moet binnen een termijn van vier maanden nadat de Vlaamse Regering of de ambtenaar die aangewezen is overeenkomstig paragraaf 4, het beroep ontvangen heeft, ter kennis worden gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. Zo niet vervalt de administratieve geldboete stilzwijgend en wordt de geconsigneerde administratieve geldboete, in voorkomend geval, teruggestort. Als de overtreder of de onderneming geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, wordt die termijn verlengd tot vijf maanden.

Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze betaald worden binnen een termijn, bepaald door de Vlaamse Regering.

Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds, ten bedrage van de administratieve geldboete die opgelegd is na het beroep. Het verschil tussen de geconsigneerde administratieve geldboete en het bedrag dat opgelegd is na het beroep, wordt teruggestort.

§ 4. De Vlaamse Regering kan een of meer ambtenaren aanwijzen die de overtreder en de onderneming op de hoogte brengen van de eventuele onontvankelijkheid van het beroep, die de overtreder, de onderneming of de raadsman zullen horen en het beroep zullen uitspreken. Deze ambtenaren mogen niet betrokken geweest zijn bij eerdere stappen van de procedure.

De Vlaamse Regering kan een vergoeding voor dossierkosten instellen voor de beroepsprocedure. In dat geval is het beroep pas ontvankelijk nadat het bewijs is geleverd dat de vergoeding werd betaald. De vergoeding zal altijd worden terugbetaald als de administratieve boete volledig vervalt nadat het beroep is ingesteld.

§ 5. Als de overtreder of, in voorkomend geval, de onderneming in gebreke blijft de administratieve geldboete te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. De dwangbevelen worden betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling.

De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die ermee belast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren.

§ 6. Als het voertuig in beslag genomen is en de administratieve geldboete en de bewaringskosten niet betaald zijn binnen zestig dagen na het verstrijken van de bezwaar- of beroepstermijn, als geen bezwaar of beroep is ingediend, of binnen zestig dagen na de verzending van de beslissing, als beroep is ingediend, wordt de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen belast met de verkoop van het voertuig. Na aftrek van de administratieve geldboete en de bewaringskosten wordt het eventuele overschot van de opbrengst terugbetaald.

Als de administratieve geldboete al dan niet stilzwijgend vervalt, wordt het in beslag genomen voertuig teruggegeven aan de overtreder of de onderneming.