19 DECEMBER 2007. - Decreet betreffende het goedkeuringstoezicht van het Waalse Gewest op de aanvullende reglementen op de openbare wegen en op het verkeer van de gemeenschappelijke vervoermiddelen.
[B.S. 14.01.2008]

Artikel 1

In de zin van dit decreet wordt onder "Regering" verstaan de Regering van het Waalse Gewest.

Artikel 2

1. In de zin van dit artikel wordt onder "aanvullende reglementen" verstaan de aanvullende reglementen op het wegverkeer, met uitzondering van die welke het voorwerp zijn van een specifiek toezicht en van die waarvoor het Waalse Gewest geen controle i.v.m. het goedkeuringstoezicht uitoefent.

2. De aanvullende reglementen worden ter goedkeuring aan de Regering overgelegd, onverminderd artikel 3 van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie op het wegverkeer. De Regering kan een aanvullend reglement geheel of gedeeltelijk goedkeuren, al naar gelang van het geval.

Als de Regering zich niet uitgesproken heeft binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het aanvullend reglement, kan het reglement in werking treden.

3. De Regering bepaalt welke aanvullende reglementen niet aan haar goedkeuring onderworpen moeten worden.

Artikel 2bis

Wanneer de Regering of een gemeenteraad een parkeerreglement (parkeerreglementen) vastlegt voor parkeerplaatsen met beperkte duur, betaalparkeerplaatsen en parkeren op plaatsen voorbehouden aan de houders van een gemeentelijke parkeerkaart, kan hij voorzien in een parkeerheffing of -belasting of parkeerheffingen bepalen in het kader van concessies of beheerscontracten betreffende het parkeren op de openbare weg, die toepasselijk zijn op motorvoertuigen, de aanhangwagens of bestanddelen ervan.

Deze bepaling is niet van toepassing op halfmaandelijks beurtelings parkeren, noch op de beperking van langdurig parkeren.

Artikel 2ter

Voor het innen van de parkeerretributies, -belastingen en -heffingen bedoeld in artikel 2bis, hebben de Regering, de gemeenten en hun concessiehouders en de autonome gemeenteregiëen machtiging om, overeenkomstig de wet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de identiteit van de houder van het kentekenplaatnummer te vragen bij de overheid die met de inschrijving van voertuigen belast is.

Artikel 2quater

De parkeerretributies, -belastingen of -heffingen waarin artikel 2bis voorziet zijn voor rekening van de houder van het kentekenplaatnummer.

Artikel 3

Teneinde de exploitatiekosten van de openbaarvervoermaatschappijen te beheersen kan de Regering de gemeenteraden erom verzoeken te beraadslagen over de maatregelen die ze voorstelt voor een vlotter verkeer van de openbare vervoermiddelen op het grondgebied van de gemeenten.

De aanvullende reglementen vastgelegd op verzoek van de Regering worden haar ter goedkeuring overgelegd.

Als de gemeenteraden niet op het verzoek van de Regering ingaan binnen de termijn die zij vastgelegd heeft, kan de Regering het aanvullend reglement vastleggen.

Artikel 4

Wat het Waalse Gewest betreft worden opgeheven :

  • artikel 2, eerste lid, laatste zin, en artikel 2, tweede lid, van de wetten over de politie op het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;
  • artikel 2bis van dezelfde gecoördineerde wetten van 16 maart 1968;
  • artikel 7 van dezelfde gecoördineerde wetten van 16 maart 1968.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008.