30 APRIL 2004. - Decreet betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer.
[B.S. 22.06.2004]

HOOFDSTUK I. - Definities en algemene bepalingen.

Artikel 1

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2

In dit decreet wordt verstaan onder :

1° verzorgingsvoorzieningen : de voorzieningen die werkzaam zijn op het vlak van het gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en de centra of diensten voor revalidatie die zich in hoofdzaak richten tot personen met een handicap in het kader van de bijstand aan personen, bedoeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

2° niet-dringend liggend ziekenvervoer : het liggend ziekenvervoer naar, van of tussen verzorgingsvoorzieningen, welzijnsvoorzieningen of zorgverstrekkers die gevestigd zijn op het grondgebied van het Vlaamse Gewest. Voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad regelt dit decreet het vervoer naar, van of tussen verzorgingsvoorzieningen, welzijnsvoorzieningen of zorgverstrekkers die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap vallen;

3° dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer : een organisatie van een of meer personen, al of niet met het oogmerk winstgevend te zijn, die niet-dringend liggend ziekenvervoer aanbiedt.

HOOFDSTUK II. - Werkingsbeginselen.

Artikel 3

§ 1. Onverminderd de naleving van de erkenningsnormen die op haar van toepassing zijn, verstrekt een verzorgingsvoorziening, overeenkomstig haar opdracht, aan iedere gebruiker verantwoorde zorg, zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, van ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, van ras of geaardheid en zonder onderscheid van de vermogenstoestand van de betrokkene.

§ 2. De verantwoorde zorg, bedoeld in § 1, voldoet aan de vereisten van doeltreffendheid, doelmatigheid, continuïteit, maatschappelijke aanvaardbaarheid en gebruikersgerichtheid. Bij het verstrekken van die zorg worden respect voor de menselijke waardigheid en diversiteit, de bejegening, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het zelfbeschikkingsrecht, de klachtenbemiddeling en -behandeling, de informatie aan en de inspraak van de gebruiker en iedere belanghebbende uit zijn leefomgeving gegarandeerd.

§ 3. Verzorgingsvoorzieningen en gebruikers hebben elk een aandeel in de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg, onverminderd de verantwoordelijkheid van de overheid.

HOOFDSTUK III. - Doelstellingen.

Artikel 4

Dit decreet voert een algemene regeling in voor het niet-dringend liggend ziekenvervoer waarbij door zelfregulering van de sector voldaan wordt aan de kwaliteits- en de veiligheidseisen ter bescherming van de gebruiker.

HOOFDSTUK IV. - Het niet-dringend liggend ziekenvervoer.

Artikel 5

De exploitant van een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer is ervoor verantwoordelijk dat het vervoer van elke gebruiker wordt uitgevoerd met inachtneming van de bepalingen van artikel 3 en de vereisten inzake veiligheid.

Artikel 6

De Vlaamse regering richt een onafhankelijke commissie op, die belast is met de bepaling, de actualisering en de voortgangsbewaking van de minimumkwaliteitseisen op grond waarvan een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer een kwaliteitscertificaat kan krijgen. De commissie is samengesteld uit alle actoren die actief zijn op het werkveld.

Artikel 7

De Vlaamse regering kan interne of externe organen of personen belasten met de controle op de naleving van de bepalingen van artikelen 5 en 6, en van de besluiten die krachtens die bepalingen zijn genomen.

Elke dienst stelt aan de bevoegde controleorganen of -personen alle gegevens ter beschikking die voor de controle en het toezicht noodzakelijk zijn, en zij verleent hen toegang tot de dienst en alle gebruikte uitrusting met het oog op het uitvoeren van de controles.

HOOFDSTUK V. - Strafbepalingen.

Artikel 8

Onverminderd de toepassing van de straffen in het Strafwetboek, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 26 euro tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen, hij die zich ten onrechte beroept op of misbruik maakt van het kwaliteitscertificaat bedoeld in artikel 6.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 30 april 2004.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie,
G. BOSSUYT
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
A. BYTTEBIER.