1 SEPTEMBER 2006. - Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 06.09.2006]

Bijlage 2. Lijst van de te innen sommen

  Inbreuk Reglementering Te innen som (uitgedrukt in EUR)
1. Technische keuring van het voertuig (Richtlijn 2009/40/EG)    
1a.

De bestuurder van een in België ingeschreven (of in het verkeer gebracht) voertuig kan geen geldig keuringsbewijs voorleggen waaruit blijkt dat het bedrijfsvoertuig de verplichte technische controle van Richtlijn 2009/40/EG heeft ondergaan.

KB van 15 maart 1968 (2), art. 24.

990
1b.

De bestuurder van een in België ingeschreven (of in het verkeer gebracht) voertuig kan geen geldig keuringsbewijs voorleggen, maar het bestaan van het keuringsbewijs werd onmiddellijk aangetoond.

KB van 15 maart 1968, art. 24.

55
1c.

Het voorgelegde keuringsbewijs is vals, werd vervalst of vernietigd of de erop voorkomende gegevens werden ver- valst of vernietigd.

KB van 15 maart 1968, art. 24.

1.980
2.

Opsporing van onderhoudsgebreken

   
 

Tijdens de inspectie van het voertuig werden volgende gebreken vastgesteld :

   
2a.

Gebreken aan het remsysteem en zijn onderdelen :

   
 

- een afwijking in remkracht van meer dan 30 % tussen het (de) linker en het (de) rechter wiel(en) op dezelfde as.

KB van 15 maart 1968, punten 1.2.1 en 1.2.2 van bijlage 15.

(1)
 

- een bedrijfsvoertuig of deel van een sleep heeft onvoldoende remdoelmatigheid (met inbegrip van de parkeerrem). 

KB van 15 maart 1968, punten 1.2.1 en 1.2.2 van bijlage 15.

660
 

- de remmen van een bedrijfsvoertuig of deel van een sleep zijn niet aangesloten.

KB van 15 maart 1968, punten 1.2.1 en 1.2.2 van bijlage 15.

660
 

- versleten remschijf. 

KB van 15 maart 1968, punt 1.1.14 van bijlage 15.

660
 

- gebroken of gespleten remschijf

KB van 15 maart 1968, punt 1.1.14 van bijlage 15.

(1)
 

- versleten, beschadigde, defecte of slecht geplaatste leidingen, kabels of remblokjes, reservoir van samengeperste lucht in slechte staat of slecht bevestigd, of ongepaste herstelling van een onderdeel van het remsysteem.

KB van 15 maart 1968, punt 1.1 van bijlage 15.

330
 

- afwezigheid of incorrect functioneren van remonderdelen of wijziging van een onderdeel van het remsysteem.

KB van 15 maart 1968, punt 1.1 van bijlage 15.

1.100
 

- lek(ken) in de leidingen van het remsysteem of in het reservoir van geperste lucht, slepend of geblokkeerd wiel.

KB van 15 maart 1968, punt 1.1 van bijlage 15.

(1)
2b.

Gebreken aan lichten, verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen :

   
 

- Er is een defect aan de voorlichten, stoplichten, achterlichten, omtreklichten, zijmarkeringslichten, richtingaanwijzers of andere lichten

KB van 15 maart 1968, punt 4 van bijlage 15.

(1)
 

- De verplichte verlichtings- en/of signalisatieinrichting van het voertuig is niet in overeenstemming met het algemeen reglement op de technische eisen of er werd op het voertuig een reglementair niet toegelaten verlichtings- of signalisatieinrichting aangebracht. 

KB van 15 maart 1968, punt 4 van bijlage 15.

110
2c. Wielen en banden    
 

- de montage van de wielen of de banden is niet in overeenstemming met de technische voorschriften.

KB van 15 maart 1968, punt 5.2 van bijlage 15.

330
 

- er zijn technische tekorten, inzonderheid scheuren, blazen, loskomende loopvlakken, aan de wielen of de banden.

KB van 15 maart 1968, punt 5.2 van bijlage 15.

(1)
 

- de overblijvende diepte van de tekening van de banden beantwoordt niet meer aan de technische voorschriften.

KB van 15 maart 1968, punt 5.2 van bijlage 15.

330
2d.

Stuurinrichting : er worden gebreken vastgesteld aan de stuurinrichting.

KB van 15 maart 1968, punt 2 van bijlage 15

 (1)
2e.

Ophanging : er worden gebreken vastgesteld aan de ophanging.

KB van 15 maart 1968, punt 5.3 van bijlage 15

(1)
2f. Chassis    
 

- er worden scheuren, vervormingen of ernstige corrosie vastgesteld aan de hoofdlangsliggers of andere dragende elementen van het chassis; een ongepaste of niet-reglementaire herstelling of wijziging werd aan het chassis aangebracht.

KB van 15 maart 1968, punt 6 van bijlage 15.

1.100
 

- er werd een gebrek aan het koppelingssysteem vastgesteld.

KB van 15 maart 1968, punt 6 van bijlage 15.

660
2g.

Uitlaatsysteem

   
 

- er is een defect aan het uitlaatsysteem (inclusief de bevestiging ervan).

KB van 15 maart 1968, punt 8 van bijlage 15.

(1)
 

- het uitlaatsysteem is niet gemonteerd overeenkomstig de technische voorschriften.

KB van 15 maart 1968, punt 8 van bijlage 15.

110
 

- de opaciteit van de uitlaatgassen (diesel) overschrijdt de grenswaarde.

KB van 15 maart 1968, punt 8 van bijlage 15.

220
 

- de gasemissie (benzine, aardgas of vloeibaar petroleumgas «LPG») overschrijdt de grenswaarde.

KB van 15 maart 1968, punt 8 van bijlage 15.

220
2h.

Lekkages

   
 

- er is een lek aan de brandstof-, koelvloeistof- of olieleidingen.

KB van 15 maart 1968, punt 6 van bijlage 15.

(1)
 

- er is een lek aan het brandstof- of oliereservoir.

KB van 15 maart 1968, punt 6 van bijlage 15.

(1)
2i.

De bestuurder weigert de inspectie van het voertuig.

KB van 1 september 2006 (3), art. 3.

6.600
3.

Snelheidsbegrenzer

   
3a.

Er is geen snelheidsbegrenzer geïnstalleerd in een in een lidstaat van de EER ingeschreven of in het verkeer gebracht voertuig, terwijl het voertuig niet is vrijgesteld.

KB van 15 maart 1968, art. 77 en punt 7.10 van bijlage 15.

1.320
3b.

De snelheidsbegrenzer is niet conform aan de reglementering wegens ongeldige snelheidsbegrenzerplaat of wegens afwezigheid of onregelmatigheid van zegels en andere voorzieningen ter bescherming van de verbindingen tegen bedrog

KB van 15 maart 1968, art. 77 en punt 7.10 van bijlage 15. 

1.320
3c.

De snelheidsbegrenzer voorkomt door een gebrekkige werking niet dat de snelheid van het voertuig de voorgeschreven waarde overschrijdt.

KB van 15 maart 1968, art. 77 en punt 7.10 van bijlage 15.

1.100
3d.

De snelheidsbegrenzer werd frauduleus gemanipuleerd met het opzet te voorkomen dat hij de snelheid van het voertuig beperkt tot de voorgeschreven waarde.

KB van 15 maart 1968, art. 77 en punt 7.10 van bijlage 15.

2.640
3e.

De bestuurder weigert de snelheidsbegrenzer te laten controleren.

KB van 1 september 2006 (3), art. 3.

2.640

 

(1) In deze gevallen is het artikel 4, § 2 en 3 van het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland van toepassing;

(2) Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;

(3) Koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland.