2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 2. De vergunning

Afdeling 1. De verplichting van vergunning

Artikel 5

§ 1. Niemand mag een uitzonderlijk voertuig in het verkeer brengen op de openbare weg zonder voorafgaande, uitdrukkelijke vergunning van de minister of zijn gemachtigde.

Zie M.B. van 15 juni 2010 tot toekenning van de bevoegdheidsdelegaties voor de toepassing van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.

De vergunning stelt de specifieke voorschriften vast om de verkeersveiligheid te verzekeren alsmede om het verkeer van het uitzonderlijk voertuig veilig en vlot te laten verlopen.

Zij vermeldt haar geldigheidsduur.

De Minister bepaalt de vorm en de inhoud van de vergunning.

Zie M.B. van 16 december 2010 betreffende de procedure, de vorm en de inhoud van de vergunning voor het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.

§ 2. De gebruiker, alsook de bestuurder van het trekkend voertuig en in voorkomend geval, de verkeerscoördinator zijn belast met de naleving van alle voorschriften opgenomen in de vergunning.