2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 2. De vergunning

    Afdeling 2. De vergunningsaanvraag

    Artikel 6

    § 1. De vergunningsaanvraag wordt door de gebruiker of zijn mandataris gestuurd naar de gemachtigde ambtenaar die de ontvangst ervan meldt.

    § 2. Opdat de vraag ontvankelijk zou zijn, moeten de retributies met betrekking op vroeger ingediende aanvragen volgens de bepalingen van artikel 8 betaald zijn.

    § 3. Indien de aanvraag niet volledig is en bijkomende informatie vereist, stuurt de gemachtigde ambtenaar aan de aanvrager een opsomming van de ontbrekende elementen binnen de vijf werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag.

    De gemachtigde ambtenaar stelt de aanvrager in kennis van de datum van ontvangst van de ontbrekende elementen.

    Indien de ontvangen elementen nogmaals een bijkomende informatie vereisen, stuurt de gemachtigde ambtenaar aan de aanvrager terug een opsomming van de ontbrekende elementen binnen de drie werkdagen te rekenen vanaf de datum voorzien in alinea 2.

    De procedure herbegint overeenkomstig de alinea's 2 en 3 totdat de aanvraag volledig is.

    § 4. Onder voorbehoud van paragraaf 3, stelt de gemachtigde ambtenaar, binnen de vijf werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, de aanvrager in kennis of het afleveren van de vergunning de raadpleging vereist.

    Binnen de drie werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de bijkomende informatie bekomen overeenkomstig paragraaf 3, stelt de gemachtigde ambtenaar de aanvrager in kennis of het afleveren van de vergunning de raadpleging vereist.

    § 5. De vergunning of de weigering wordt aan de aanvrager genotificeerd binnen de vijf werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of binnen de vijftien werkdagen te rekenen vanaf deze datum voor een aanvraag die de raadpleging vereist.

    Indien er voor de aanvraag bijkomende informatie nodig was wordt de vergunning of de weigering aan de aanvrager genotificeerd binnen de vijf werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de bekomen, bijkomende informatie volgens paragraaf 3 of binnen de vijftien werkdagen te rekenen vanaf deze datum voor een aanvraag die de raadpleging vereist.

    § 6. De Minister bepaalt de aanvullende modaliteiten betreffende de vergunningsprocedure.

    Zie M.B. van 16 december 2010 betreffende de procedure, de vorm en de inhoud van de vergunning voor het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.