2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 5. Voorschriften met betrekking tot de veiligheidsuitrusting

Afdeling 1. Algemene voorschriften

Artikel 16

Op het uitzonderlijk voertuig wordt voor- en achteraan een paneel of een opschrift geplaatst overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

De onderste rand van het paneel of het opschrift wordt op minstens 0,40 meter boven de grond geplaatst.

De panelen of de opschriften worden onzichtbaar maken zodra het voertuig niet meer beantwoordt aan de kenmerken van een uitzonderlijk voertuig.

Artikel 17

Onverminderd de bepalingen voorzien in artikel 30 van de Wegcode, is het uitzonderlijk voertuig uitgerust met :

  • vooraan minstens twee geeloranje knipperlichten, aan weerszijden op de stuurhut gemonteerd, die permanent werken gedurende het uitzonderlijk vervoer. Deze lichten zijn zichtbaar vanuit een hoek van minimum 270°;
  • achteraan een geeloranje knipperlicht gemonteerd op het linker achteruiteinde van het voertuig of van de lading als deze buiten het achtereinde van het voertuig uitsteekt. Dit licht is naar achter zichtbaar over een hoek van 180°.

Deze lichten zijn permanent in werking gedurende het uitzonderlijk vervoer.

Artikel 18

Onverminderd de bepalingen van artikel 81.2. van de Wegcode is het uitzonderlijk voertuig uitgerust met het volgende bijkomend veiligheidstoebehoren:

  • een tweede gevarendriehoek;
  • twee draagbare, geeloranje, enkelgerichte elektronische flash-lichten, zichtbaar over een afstand van tenminste 100 meter.