2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 6. Voorschriften met betrekking tot de begeleiding van uitzonderlijke voertuigen

Afdeling 3. De bevoegdheden van de verkeerscoördinator en de begeleiders

Artikel 27

De verkeerscoördinator en de begeleiders waken over het goed verloop van het uitzonderlijk vervoer en geven aan de weggebruikers de nodige aanwijzingen om de veiligheid van het verkeer te verzekeren en om de doortocht van het uitzonderlijk voertuig te vergemakkelijken.

Om deze aanwijzingen te geven of om het verkeer stil te leggen gebruiken zij een schijf op handgreep die een bord C3 voorstelt, waarvan de kenmerken bepaald zijn in artikel 2 van het ministerieel besluit van 1 december 1975 tot vaststelling van de kenmerken van bepaalde schijven, bebakeningen en platen, die voorgeschreven zijn door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, uitgezonderd tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, waarvoor een toortslamp met oranje kegel gebruikt wordt.

Artikel 27/1

Indien de verkeerscoördinator en de begeleiders de aanwijzingen bedoeld in artikel 27, eerste lid, buiten hun voertuigen dienen te geven, dragen zij signalisatiekledij die voldoet aan het type NBN EN 471+A1 :2008 en volgende, van klasse 3 of gelijkwaardig en bestaande uit een jas van gele kleur en eventueel een broek van dezelfde kleur of een overall van dezelfde kleur.

Een logo van zwarte kleur zoals bepaald in b) van de bijlage bij dit besluit, van minimum 0,25 meter in horizontale afmeting met de juiste verhoudingen, wordt centraal op de rug van de jas of centraal op de rug van het bovenste gedeelte van de overall geplaatst.

Een logo van zwarte kleur zoals bepaald in b) van de bijlage bij dit besluit, van minimum 0,08 meter in horizontale afmeting met de juiste verhoudingen, wordt rechts op de voorzijde van de jas of rechts op de voorzijde van het bovenste gedeelte van de overall geplaatst.

Artikel 28

De verkeerscoördinator en de begeleiders zijn bevoegd om :

op kruispunten niet uitgerust met verkeerslichten, het verkeer uit de dwarsstraten stil te leggen;

op kruispunten uitgerust met verkeerslichten, het door een rood licht stil gelegde verkeer, blijvend staande te houden gedurende de tijd nodig opdat het konvooi het kruispunt kan ontruimen;

het tegenliggend, als in de rijrichting rijdend verkeer stil te leggen op de openbare wegen waar de toegelaten maximumsnelheid niet méér dan 70 km per uur bedraagt;

het achteropkomend verkeer dat in dezelfde richting rijdt als het uitzonderlijk voertuig te verhinderen om in te halen of voorbij te rijden.