2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 6. Voorschriften met betrekking tot de begeleiding van uitzonderlijke voertuigen

Afdeling 4. Begeleiding door een politiedienst

Artikel 29

§ 1. Onverminderd de andere begeleidingsvoorwaarden of signaleringsvoorwaarden voorzien in dit besluit, is begeleiding door een politiedienst verplicht :

voor het rijden in tegengestelde zin van het verkeer op openbare wegen waar de toegelaten maximumsnelheid méér dan 70 km per uur bedraagt;

voor het oversteken van de opening in de middenberm van een autosnelweg of van een weg verdeeld in vier of meer rijstroken waarvan er tenminste twee zijn bestemd voor elke rijrichting;

wanneer het tegenliggend of het in de rijrichting rijdend verkeer moet worden gestopt op openbare wegen waar de toegelaten maximumsnelheid méér dan 70 km per uur bedraagt;

Om een brug over te rijden op een autosnelweg of op een weg verdeeld in vier of meer rijstroken waarvan er ten minste twee zijn bestemd voor elke richting en waarop de maximale toegelaten snelheid hoger is dan 70 km/u., indien de vergunning een overschrijding aan maximum 5 km/u. voorschrijft.

§ 2. De modaliteiten van de begeleiding worden bepaald door de betrokken politiedienst.

De aanvraag tot begeleiding wordt minstens vier werkdagen voor het vertrek van het vervoer ingediend bij de betrokken politiedienst. Deze aanvraag is steeds vergezeld van een kopie van het eerste blad van de vergunning.

Als de afgesproken uurregeling tussen de politiedienst en de gebruiker door deze laatste niet kan worden gerespecteerd, licht hij onmiddellijk de betrokken politiedienst hiervan in. Als de begeleiding niet dezelfde dag kan worden gereorganiseerd, is een nieuwe aanvraag nodig en wordt het uitzonderlijk vervoer uitgesteld.