2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 7. Voorschriften met betrekking tot de verkeersdeelneming van uitzonderlijke voertuigen

Afdeling 1. Verkeersverboden

Artikel 30

§ 1. Op wegen en autosnelwegen is het verkeer van uitzonderlijke voertuigen breder dan 4,00 meter verboden van 06.00 u tot 21.00 u.

In afwijking van het eerste lid, is het verkeer van uitzonderlijke voertuigen breder dan 3,50 meter van 06.00 u. tot 21.00 u. verboden op de autosnelwegen bestaande uit minder dan drie rijstroken in de gevolgde rijrichting, behalve op op- en afritten van autosnelwegen met ten minste 3 rijstroken die door het verkeersbord F5 gesignaleerd zijn.

Op alle wegen en autosnelwegen is het verkeer van uitzonderlijke voertuigen langer dan 30,00 meter verboden van 06.00 u. tot 21.00 u.

Op alle wegen en autosnelwegen is het verkeer van uitzonderlijke voertuigen verboden op 1 januari, Paasmaandag, 1 mei, Onze-Lieve-Heer-Hemelvaart, Pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1 november, 11 november en 25 december. Het verbod gaat daags voordien in om 16.00 u. en eindigt de dag zelf om middernacht.

Op alle wegen en autosnelwegen, is het verkeer van uitzonderlijke voertuigen verboden van zaterdag 12.00 u. tot zondag middernacht, behalve voor kraanautos met een massa van ten hoogste 96 ton, of die niet breder dan 3,00 meter zijn.

Op alle wegen en autosnelwegen, is het verkeer van uitzonderlijke voertuigen verboden tussen 07.00 u. en 09.00 u. en tussen 16.00 u. en 18.00 u., behalve voor uitzonderlijke voertuigen met een massa van ten hoogste 60,00 ton, die niet breder zijn dan 3,50 meter en niet langer zijn dan 27,00 meter, voor zover de vergunning geen voorschriften voorziet die een invloed kunnen hebben op de doorstroming van het verkeer door op de reisweg specifieke maneuvers op te leggen of de snelheid van het uitzonderlijke voertuig beperken.

De verkeersverboden bedoeld in de voorgaande leden, voor wat betreft de andere wegen dan de autosnelwegen, zijn niet van toepassing op landbouwvoertuigen.

§ 2. De vergunning kan specifieke voorschriften bevatten die afwijken van paragraaf 1.

§ 3. Het verkeer van uitzonderlijke voertuigen is verboden als de openbare weg besneeuwd of beijzeld is, bij mist, sneeuwval of bij regen waarbij de zichtbaarheid tot minder dan 200,00 meter is beperkt.

Wanneer een uitzonderlijk voertuig onverwachts geconfronteerd wordt met de voormelde omstandigheden, stopt het zo vlug mogelijk op de eerst mogelijke plaats waar het verkeer niet gehinderd wordt.

Artikel 30/1

Op de autosnelwegen, evenals op de openbare wegen bestaande uit minstens twee rijstroken in de gevolgde rijrichting, laat het uitzonderlijk voertuig breder dan een rijstrook de tweede rijstrook, te rekenen vanaf de rechter boord van de rijweg, vrij voor andere weggebruikers indien de infrastructuur het toelaat. Om dit te doen mag het de witte doorlopende lijn aan de rechterzijde van de eerste rijstrook overschrijden.