2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 7. Voorschriften met betrekking tot de verkeersdeelneming van uitzonderlijke voertuigen

Afdeling 2. Andere verkeersvoorwaarden

Artikel 31

De gebruiker of de bestuurder van het uitzonderlijk voertuig of in voorkomend geval de verkeerscoördinator verkent de reisweg hoogstens 5 kalenderdagen vóór de datum waarop het uitzonderlijk vervoer in het verkeer wordt gebracht. Hij mag in geen enkel geval een reisweg volgen die hij niet op voorhand heeft verkend.

Naast de aanwezigheid van hindernissen op de reisweg, wordt er nagegaan of er tijdens de doortocht door bebouwde kommen geen moeilijkheden ontstaan door publieke manifestaties, zoals een markt, een rommelmarkt, plaatselijke festiviteiten van korte of lange duur.

Artikel 32

De gebruiker neemt alle nuttige maatregelen opdat de bepalingen en de reiswegen opgenomen in de vergunning verstaanbaar zullen zijn voor de verkeerscoördinator, de begeleiders alsook voor de bestuurder.

Artikel 32/1

In de gevallen bedoeld in artikel 30, § 3, en in de artikelen 51 en 52 van de Wegcode, nemen de bestuurder en in voorkomend geval de begeleiders alle maatregelen die nodig zijn om de veiligheid en de vlotte doorstroming van het verkeer te verzekeren.

Daartoe dienen zij te voldoen aan de bepalingen van artikel 51 van de Wegcode en bij een ongeval, aan artikel 52 van de Code.

Artikel 33

Buiten de omstandigheden voorzien in artikel 30 van de Wegcode, gebruiken de voertuigen van het konvooi bestendig de dimlichten en de rode achterlichten.