2 JUNI 2010. - Koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[BS 14.06.2010]

Hoofdstuk 8. Toezicht en ambtshalve maatregelen

Artikel 35

De bevoegde personen bedoeld in artikel 3, 1°, 2° et 7° van de Wegcode zijn belast met het toezicht op de naleving van dit besluit.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt artikel 35 vervangen door wat volgt: “Art. 35. Onverminderd de bevoegdheid van andere personen houden de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, toezicht op de naleving van dit besluit.”.

Artikel 36

De originele vergunning en haar eventuele bijlagen worden bewaard aan boord van het uitzonderlijk voertuig waarvoor de vergunning werd afgeleverd.

Indien er een verkeerscoördinator bij is, bewaart deze laatste deze documenten in zijn begeleidingsvoertuig.

De vergunning en haar bijlagen worden, op het eerste verzoek, overhandigd aan elke bevoegde persoon die zijn hoedanigheid aantoont.

Artikel 37

De bevoegde personen leggen een verkeersverbod op aan elk uitzonderlijk voertuig dat in strijd met de voorschriften van dit besluit of met deze van de vergunning in het verkeer werd gebracht. Die maatregel geldt tot de overtreding ophoudt te bestaan.

Zij kunnen de bestuurder het bevel geven het uitzonderlijk voertuig over te brengen naar een plaats die zij aanwijzen om alle gevaar voor de openbare veiligheid te vermijden of naar een plaats om het voertuig te wegen of om een overgewicht af te laden. Deze opgelegde bewegingen gebeuren onder leiding van de bevoegde personen.

Deze maatregel blijft van kracht tot op het ogenblik dat de overtreding heeft opgehouden te bestaan, hetzij :

door te voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de veiligheidsuitrusting voorzien in hoofdstuk 5;
door te voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de begeleiding voorzien in hoofdstuk 6;
door te voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de verkeersdeelname van uitzonderlijke voertuigen voorzien in hoofdstuk 7;
door het voorleggen van een afgeleverde vergunning voor het aangehouden uitzonderlijk voertuig;
door het over laden van de lading op een uitzonderlijk voertuig waarvoor een vergunning werd afgeleverd.

De bevoegde personen houden de vergunning en haar bijlagen in totdat de overtreding heeft opgehouden te bestaan.