3 MEI 1999. - Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg.   
(B.S. 30.06.1999)

Titel III. Vervoersvergunningen

Hoofdstuk III. Ondernemingen gevestigd buiten de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte

Artikel 20

Met de vergunningen internationaal vervoer en de ermee gelijkgestelde documenten mogen de ondernemingen die geen bedrijfszetel hebben in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte de Belgische grenzen overschrijden om er de in artikel 3 bedoelde werkzaamheden te verrichten, met uitzondering van cabotage over de weg.

Die vergunningen worden afgegeven op aanvraag, onder de volgende voorwaarden :

wanneer er een regeling van de Europese Unie bestaat of wanneer er bilaterale of multilaterale akkoorden werden gesloten door de Europese Unie of door de Koning, worden de vergunningen internationaal vervoer afgegeven overeenkomstig die regeling of die akkoorden;

bij afwezigheid van de in 1° bedoelde regeling of akkoorden, worden de vergunningen internationaal vervoer afgegeven voor zover :

a) de wederkerigheid wordt verleend door het land van inschrijving van het betrokken voertuig;

b) de Koning de afgifte van de bedoelde vergunningen internationaal vervoer niet heeft opgeschort;

c) de afgifte ervan wordt gedaan binnen de perken en onder de voorwaarden vastgesteld door de Koning ter uitvoering van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen.

Artikel 21

Met de cabotagevergunningen en de ermee gelijkgestelde documenten mogen de ondernemingen die geen bedrijfszetel hebben in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte de Belgische grenzen overschrijden om er cabotage over de weg te verrichten.

Die vervoersvergunningen worden afgegeven op aanvraag, overeenkomstig de communautaire regeling of de bilaterale of multilaterale akkoorden betreffende het vervoer van zaken over de weg gesloten door de Europese Unie of door de Koning.