7 MEI 2002. - Koninklijk besluit betreffende het vervoer van zaken over de weg.
[BS 30.05.2002]

Titel III. Vervoervergunningen

Hoofdstuk V. Ondernemingen gevestigd buiten de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte - Vergunning internationaal vervoer

Afdeling 2. Uitzonderingen

Artikel 42

§1. De gevallen waarvoor, bij gebrek aan wederkerigheid ten gunste van de in België gevestigde ondernemingen, een vergunning internationaal vervoer eveneens vereist is :

voor de aanhangwagens;

voor het vervoer van zaken over de weg verricht voor eigen rekening,

worden bepaald door de bilaterale of multilaterale akkoorden die Wij of de Europese Unie hebben gesloten betreffende het vervoer van zaken over de weg.

§2. De soorten van vervoer waarvoor geen vergunning internationaal vervoer of als dusdanig geldend document is vereist, worden bepaald door de bilaterale of multilaterale akkoorden die Wij of de Europese Unie hebben gesloten betreffende het vervoer van zaken over de weg, voorzover het gebruikte voertuig is ingeschreven in een van de bij deze akkoorden betrokken staten en voorzover de onderneming voldoet aan de voorwaarden die worden bepaald door de regelgeving van deze staat inzake het vervoer van zaken over de weg tegen vergoeding.

Artikel 43

Op verzoek van de bevoegde ambtenaren moet de bestuurder die zich beroept op de vrijstellingen van de vergunning internationaal vervoer als bedoeld in artikel 42, § 2 het bewijs leveren dat :

de in artikel 3 van de wet bedoelde werkzaamheid voldoet aan de specifieke voorwaarden die aan de ingeroepen vrijstelling zijn verbonden;

de onderneming voldoet aan de door de regelgeving van het land van inschrijving van het voertuig gestelde voorwaarden om vervoer van zaken tegen vergoeding over de weg te verrichten.