Afdrukken

Hoofdstuk I. Ondernemingen gevestigd in België (art. 15-18)

3 MEI 1999. - Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg.   
(B.S. 30.06.1999)

Titel III. Vervoersvergunningen

Hoofdstuk I. Ondernemingen gevestigd in België

Artikel 15

Met de vergunningen nationaal vervoer mogen de ondernemingen die in België een bedrijfszetel hebben de in artikel 3, 1° en 2° bedoelde werkzaamheden verrichten uitsluitend binnen de Belgische grenzen.

De in het eerste lid bedoelde vergunningen worden afgegeven op aanvraag aan elke onderneming die in België een bedrijfszetel heeft en die voldoet aan de voorwaarden van betrouwbaarheid, van vakbekwaamheid uitsluitend voor nationaal vervoer en van financiële draagkracht, vastgesteld in titel II.

Artikel 16

Met de in de communautaire regeling betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Europese Unie bedoelde vergunningen communautair vervoer mogen de ondernemingen die in België een bedrijfszetel hebben de in artikel 3, 1° en 2° bedoelde werkzaamheden verrichten zowel binnen als buiten de Belgische grenzen.

De in het eerste lid bedoelde vergunningen worden afgegeven op aanvraag aan elke onderneming die in België een bedrijfszetel heeft en die voldoet aan de voorwaarden van betrouwbaarheid, van vakbekwaamheid voor internationaal vervoer en van financiële draagkracht, vastgesteld in titel II.

Artikel 17

De vergunningen nationaal vervoer en, overeenkomstig de in artikel 16 bedoelde communautaire regeling, de vergunningen communautair vervoer worden afgegeven in de volgende vorm :

een origineel dat op de bedrijfszetel van de onderneming moet worden bewaard;

een aantal door de minister of zijn gemachtigde eensluidend verklaarde afschriften dat overeenstemt met het aantal motorvoertuigen waarover de onderneming beschikt met inachtname van de limieten van de in artikel 13 bedoelde financiële draagkracht van de onderneming; elk afschrift moet zich aan boord van het motorvoertuig waarop het betrekking heeft, bevinden.

Artikel 18

§1. Een ongunstige beslissing wegens de niet-naleving van de in artikel 2, 11° bepaalde criteria betreffende de bedrijfszetel van de onderneming kan door de minister of zijn gemachtigde worden herzien.

§2. De Koning kan een termijn bepalen gedurende welke de vergunningen nationaal vervoer en de vergunningen communautair vervoer die het voorwerp van een intrekking zijn geweest, niet opnieuw kunnen worden afgegeven.