Afdrukken

Bijlage 1. Lijst van de te innen sommen

19 JULI 2000. - Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg.
[B.S. 26.07.2000]

Bijlage 1. Lijst van de te innen sommen

Inhoud :

a) Goederenvervoer over de weg – vergunningen
Aanhangsel 1: Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen.
b) Goederenvervoer over de weg – vrachtbrief
c) Rij- en rusttijden
Aanhangsel 2: Overschrijding van de maximale dagelijkse rijtijd.
Aanhangsel 3: Overschrijding van de maximaal toegestane ononderbroken rijtijd.
d) Registratiebladen
e) Tachograaf
f) Bestuurderskaart (in het geval de bestuurder een voertuig met digitale tachograaf bestuurt)
g) Bestuurderskaart (in het geval dat de bestuurder een voertuig met analoge tachograaf bestuurt)
h) Afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens
i) Reizigersvervoer over de weg – controle- en vergunningsdocumenten

1. Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming
2. In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen
3. Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen
4. De voorgelegde vergunning, het voorgelegde attest of reisblad
5. De bestuurder weigert de vergunning, het attest of het reisblad over te leggen voor controle


a) Goederenvervoer over de weg – vergunningen

Inbreuk Reglementering Te innen som
1.a. Er is geen vergunning (1) aanwezig in het voertuig en het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van Wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.107212009 (2), art. 3 en 8, eerste lid.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31 en 32.
1.500 €
1.b. Er is geen vergunning (1) aanwezig in het voertuig maar het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondememingen. - Verordening (EG) nr.107212009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31 en 32.
55 €
2. De voorgelegde vergunning (5) wordt gebruikt voor een voertuig waarvan de kentekenplaat niet is opgenomen in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16 en 18.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 4°.
990 €
3. De voorgelegde vergunning (1) wordt gebruikt voor een in huur of financieringshuur genomen voertuig zonder dat de vereiste bewijsstukken kunnen worden vertoond. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 33, § 4, 2°, b.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 6°.
55 €
4. De voorgelegde vergunning (5) bevat onvolledige of onjuiste vermeldingen, maar het bestaan van een geldige vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16 en 18.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°.
55 €
5.a. De voorgelegde vergunning (1) bevat onleesbare vermeldingen waardoor identificatie/controle onmogelijk is, of is oncontroleerbaar t.g.v. plastificering, en het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°, 35, 2° en 42, 2°.
990 €
5.b. De voorgelegde vergunning (1) bevat onleesbare vermeldingen waardoor identificatie/controle onmogelijk is, of is oncontroleerbaar t.g.v. plastificering, maar het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°, 35, 2° en 42, 2°.
55 €
6. De voorgelegde vergunning (1) bevindt zich in handen van een andere onderneming dan de erop vermelde. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25 en 27.
- K.B. van 22 mei 2014 4), art. 21, eerste lid, 1° en 35, 1°.
990 €
7. De voorgelegde vergunning (1) is ongeldig wegens overlading of overschrijding van de afmetingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 27 en 35, § 2.
- K.B. van 22 mei 2014 (4). art. 21, eerste lid, 5° en 35, 4°.
(6)
8. De voorgelegde vergunning internationaal vervoer of de cabotagevergunning, en/of het bijgevoegde vervoersverslag werd niet of onvolledig ingevuld. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 27.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 35, 3° en 42, 3°.
990 €
9. De voorgelegde ECMT - vergunning wordt gebruikt voor meer dan het toegelaten aantal beladen ritten. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 25 en 27.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31.
1.980 €
10. Het gecontroleerde voertuig voert een onwettig cabotagevervoer uit. - Verordening (EG) nr.107212009 (2), art. 8, tweede en derde lid. 1.980 € per onwettig verrichte cabotagerit
11.a. Er is geen bestuurdersattest aanwezig in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondememingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
990 €
11.b. Er is geen bestuurdersattest aanwezig in het voertuig, maar het bestaan ervan kan onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.107212009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
55 €
12. De voorgelegde vergunning (1) is nagemaakt of de erop voorkomende gegevens werden vervalst. - Verordening (EG) nr.107212009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25. 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
3.960 €
13. Het voorgelegde bestuurdersattest is nagemaakt of de erop voorkomende gegevens werden vervalst, of het bevindt zich onrechtmatig in handen van de bestuurder. - Verordening (EG) nr.107212009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
3.960 €
14. De bestuurder weigert de vergunning (1) voor controle over te leggen. - Verordening (EG) nr.107212009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
3.960 €
15. De bestuurder weigert het bestuurdersattest voor controle over te leggen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
3.960 €

(1) Al naargelang het geval wordt in deze rubriek onder “vergunning” verstaan: het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de nationale (Belgische) vergunning, het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, het origineel van de vergunning internationaal vervoer (of een daarmee gelijkgesteld document) of het origineel van de cabotagevergunning (of een daarmee gelijkgesteld document).
(2) Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor de toegang tot de markt van het internationaal goederenvervoer over de weg.
(3) Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondememer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96126/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg.
(4) Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg.
(5) In deze rubriek wordt onder “vergunning” verstaan: het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de Belgische nationale vergunning of van de Belgische communautaire vergunning.
(6) De boete wordt gemoduleerd in functie van het percentage van overschrijding van de afmetingen en massa’s (zie tabel in aanhangsel 1).

Aanhangsel 1 : Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen.

Percentage waarmee het maximum wordt overschreden Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen t.g.v. de lading Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen t.g.v. wijzigingen aangebracht aan het voertuig
tot 5% 66 € 90 €
meer dan 5% tot 10% 330 € 453 €
meer dan 10% tot 15% 616 € 847 €
meer dan 15% tot 20% 880 € 1.210 €
meer dan 20% tot 30% 1.100 € 1.512 €
meer dan 30% tot 40% 1.232 € 1.694 €
meer dan 40% 1.364 € 1.875 €

b) Goederenvervoer over de weg – vrachtbrief

Inbreuk Reglementering Te innen som
1. Er is geen voor de zending opgemaakte vrachtbrief aanwezig in het voertuig. - Wet van 15 juli 2013 (1), art. 29 en 33, § 4, 2°, c. 1.500 €

(1) Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondememer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96126/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg.

c) Rij- en rusttijden

Inbreuk Reglementering Te innen som
1. De minimumleeftijd van de bijrijder of conducteur werd niet gerespecteerd. Verordening (EG) nr. 561/2006 (6), art. 5. 82 €
2 De maximaal toegestane dagelijkse rijtijd werd overschreden. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6.1
AETR (7), art. 6.1.
(1)
3. De maximaal toegestane ononderbroken rijtijd werd overschreden. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 7.
AETR, art. 7.
(2)
4. De minimale verplichte dagelijkse rusttijd werd niet in acht genomen. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8 en 9.
AETR, art. 8
55 € (3)
5. De minimale verplichte wekelijkse rusttijd werd niet in acht genomen. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8.
AETR, art. 6.1 en 8.
110 € (4)
6. De maximaal toegestane wekelijkse rijtijd werd overschreden. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6.2.
AETR, art 6.1.
110 € (5)
7. De wekelijkse arbeidstijd is overschreden. KB van 9.4.2007 (9), art. 6/2. 44 € (8)
8. De op het ogenblik van de controle verplicht te nemen normale wekelijkse rusttijd, wordt genomen aan boord van het voertuig. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8. 6 en 8.8.
AETR, art. 8.
1.800 €

(1) De boete wordt gemoduleerd in functie van het aantal uren overschrijding van de dagelijkse rijtijd en het grootste aantal uren achtereenvol-gende rusttijd in de beschouwde periode (zie tabel in aanhangsel 2).
(2) De boete wordt gemoduleerd in functie van het aantal uren waarmee de maximaal toegestane ononderbroken rijtijd werd overschreden alvo-rens de bestuurder een onderbreking van in totaal 45 minuten heeft genomen en de duur van de langste aaneengesloten onderbreking tij-dens de beschouwde rijtijd (zie tabel in aanhangsel 3).

(3) Per aangevatte schijf van 30 minuten ontbrekende dagelijkse rusttijd.

(4) Per aangevat ontbrekend uur wekelijkse rusttijd.

(5) Per aangevat uur waarmee de toegelaten wekelijkse rijtijd wordt overschreden.

(6) Verordening (EG) nr. 561/2006 van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad.

(7) Europese Overeenkomst van 1 juli 1970 nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationaal vervoer over de weg.
(8) per ingeleid uur van de arbeidstijd die de toegelaten arbeidstijd overschrijdt.
(9) Koninklijk besluit van 9 april 2007 houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad.

Aanhangsel 2 : Overschrijding van de maximale dagelijkse rijtijd.

  Minder dan 3 uren(1) Van 3 uren
tot minder dan
5 uren
(1)
Van 5 uren
tot minder dan
7 uren
(1)
Van 7 uren
tot minder dan
9 uren
(1)
9 uren of meer
1 uur of minder (2) 132 € 110 € 88 € 66 € 44 €
meer dan 1 uur tot 2 uren (2) 198 € 170 € 143 € 115 € 88 €
meer dan 2 uren tot 3 uren (2) 330 € 286 € 242 € 198 € 154 €
meer dan 3 uren tot 5 uren (2) 495 € 418 € 341 € 264 € 187 €
meer dan 5 uren tot 8 uren (2) 968 € 825 € 682 € 550 € 418 €
meer dan 8 uren tot 12 uren (2) 1.452 € 1.243 € 1.034 € 825 € 616 €
meer dan 12 uren (2) 1.760 € 1.496 € 1.232 € 1.001 € 770 €

(1) De langste periode van ononderbroken rusttijd in de beschouwde periode van dagelijkse rijtijd.
(2) Het aantal uren dagelijkse rijtijd waarmee de toegelaten dagelijkse rijtijd (9 of 10 uren) wordt overschreden.

Aanhangsel 3 : Overschrijding van de maximaal toegestane ononderbroken rijtijd.

  Geen onderbreking
van minstens 15 minuten
(1)
Van 15 minuten
tot minder dan
30 minuten
(1)
Van 30 minuten
tot minder dan
45 minuten
(1)
15 minuten of minder (2) 44 € 33 € 22 €
meer dan 15 minuten tot 30 minuten (2) 88 € 66 € 44 €
meer dan 30 minuten tot 1 uur (2) 132 € 99 € 66 €
meer dan 1 uur tot 2 uren (2) 264 € 198 € 132 €
meer dan 2 uren tot 3 uren (2) 440 € 330 € 220 €
meer dan 3 uren tot 5 uren (2) 660 € 495 € 330 €
meer dan 5 uren tot 8 uren (2) 1.452 € 968 € 660 €
meer dan 8 uren (2) 2.200 € 1.606 € 1.100 €

(1) Duur van de langste aaneengesloten onderbreking tijdens de beschouwde rijtijd. Een onderbreking van minder dan 15 minuten wordt niet in aanmerking genomen.
(2) De rijtijd waarmee de toegelaten ononderbroken rijtijd (4 u. 30) wordt overschreden.

 d) Registratiebladen

Inbreuk Reglementering Te innen som
1. De bestuurder is niet in staat één of meer van de  registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor controle voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd. Verordening (EEG) 3821/85 (1), art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
1.320 €
2. De bestuurder is niet in staat  één of meer van de registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor controle voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd waardoor de controlebeambte niet kan nagaan of aan de verplichting van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
1.760 €
3 De bestuurder is niet in staat één of meer van de registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor de periode vóór de laatst genoten wekelijkse rusttijd. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
660 €
4. De bestuurder weigert één of meer van de registratiebladen (of bijzondere bladen) over te leggen voor controle voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd of na vaststelling van afwezigheid van de registratiebladen (of bijzondere bladen) voor dezelfde periode blijken deze toch in het voertuig aanwezig te zijn. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
2.640 €
5. Eén of meer van de gebruikte registratiebladen hebben niet het goedgekeurde model en/of zijn niet geschikt voor gebruik in het in het voertuig geïnstalleerde apparaat, waardoor er geen relevante gegevens werden geregistreerd. Verordening  (EEG) 3821/85, art. 14.1.
AETR, art. 11.1 van de bijlage.
1.320 €
6. Eén of meer van de registratiebladen zijn tengevolge van bevuiling en/of beschadiging onleesbaar en/of oncontroleerbaar en zijn niet vergezeld van een reserveblad. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.1.
AETR, art. 12.1 van de bijlage.
1.320 €
7. Eén of meer van de registratiebladen werden zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald en/of dit laatste werd vóór het einde van de werkdag geopend. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
8. Eén of meer van de  registratiebladen werden zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald en/of dit laatste werd vóór het einde van de werkdag geopend, maar de controle op de rij- en rusttijden komt niet in het gedrang. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
55 €
9. De bestuurder ziet niet toe op de juiste toepassing van de reglementering. Verordening (EEG) 3821/85, art. 13, 14.1, 15.1 en 15.3.
Verordening (EG) 561/2006, art. 12.
AETR, art. 9 en art. 10, 11.1, 12.1 en 12.3 van de bijlage.
55 €
10. De bestuurder heeft meer dan één registratieblad per werkdag gebruikt tenzij dit bij wisseling van voertuig noodzakelijk is opdat het registratieblad het goedgekeurde model heeft dat geschikt is voor gebruik in het in het voertuig geïnstalleerde apparaat. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
11. De bestuurder heeft één of meer van de registratiebladen langer dan 24 uren in het controleapparaat gelaten waardoor de rijtijdlijn overschreven is met rijtijd met als gevolg dat de controle onmogelijk wordt. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
12. De bestuurder heeft de tijdgroepen niet op één of meer van de  registratiebladen geregistreerd terwijl hij van het voertuig verwijderd was. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
55 €
13. De gegevens werden niet geregistreerd op het juiste registratieblad (bij 2 bestuurders) (niet cumulatief met e6 en e10). Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
14. De tijdsaanduiding is niet correct, ttz. vanaf een afwijking van UCT +3 voor in de EER ingeschreven voertuigen en volgens de tabel ad hoc voor de andere voertuigen (met uitzondering van de afwijking van 12u) (niet cumulatief met e7). Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.3.
AETR, art. 12.3 van de bijlage.
1.320 €
15. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de registratiebladen aan te brengen: naam en voornaam van de bestuurder (voorzover identificatie van de bestuurder op basis van het registratieblad in samenlezing met het rijbewijs en het identiteitsbewijs onmogelijk is), datum bij begin van gebruik van het registratieblad, het nummer van de kentekenplaat van het voertuig. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.5.
AETR, art. 12.5 van de bijlage.
1.320 €
16. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de  registratiebladen aan te brengen: datum bij einde van gebruik van het registratieblad, de kilometerstanden bij het begin van de eerste rit, aan het einde van de laatste rit en bij een eventuele wisseling van voertuig, het tijdstip van wisseling van voertuig, de plaats bij begin en einde van gebruik van het registratieblad. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.5.
AETR, art. 12.5 van de bijlage.
55 €
17. De bestuurder heeft het bijzondere blad (te gebruiken gedurende de tijd dat het controleapparaat niet of gebrekkig werkt) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt: de gegevens betreffende de tijdgroepen en/of de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet vermeld zodat zijn identificatie niet mogelijk is. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.2.
AETR, art. 13.2 van de bijlage.
1.320 €
18. De bestuurder heeft het bijzondere blad (te gebruiken gedurende de tijd dat het controleapparaat niet of gebrekkig werkt) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt: de gegevens betreffende de tijdgroepen en/of de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet vermeld zodat zijn identificatie niet mogelijk is  waardoor de controlebeambte niet kan nagaan of aan de verplichting van de  dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.2.
AETR, art. 13.2 van de bijlage.
1.760 €
19 De bestuurder heeft het bijzondere blad (te gebruiken gedurende de tijd dat het controleapparaat niet of gebrekkig werkt) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt: de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet of onvolledig vermeld maar identificatie van de bestuurder blijft mogelijk. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.2.
AETR , art. 13.2 van de bijlage.
55 €
20. Eén of meerdere registratiebladen bevinden zich in het voertuig ondanks het feit  dat de bestuurder een afwezigheidsattest heeft overgelegd voor dezelfde periode. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
2.640 €
21. Gegevens op één of meer van de  registratiebladen werden vervalst, gewist of vernietigd. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.8.
AETR, art. 12.8 van de bijlage.
2.640 €
22. Tijdens het uitvoeren van de in artikel 16 van verordening 561/2006 omschreven vormen van geregeld personenvervoer bevindt er zich geen uittreksel uit het dienstrooster en/of geen afschrift van de dienstregeling of geen registratiebladen of afdrukken uit de digitale tachograaf (indien andere dan geregelde diensten werden gepresteerd) in het voertuig. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 16. 1.320 €
23. Tijdens het uitvoeren van de in artikel 16 van verordening 561/2006 omschreven  vormen van geregeld personenvervoer bevindt er zich een dienstrooster in het voertuig dat niet werd opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van §§ 2 en 3 van bovengenoemd artikel  zodanig dat de controle van de prestaties van de bestuurder onmogelijk wordt. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 16. 1.320 €
24. Tijdens het uitvoeren van de in artikel 16 van verordening 561/2006 omschreven vormen van geregeld personenvervoer bevindt er zich geen of geen conform uittreksel uit het dienstrooster in het voertuig waardoor de controlebeambte bovendien niet kan nagaan of aan de verplichting van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 16. 1.760 €
25. Tijdens het uitvoeren van de in artikel 16 van verordening 561/2006 omschreven vormen van geregeld personenvervoer bevindt er zich een dienstrooster in het voertuig dat niet werd opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van §§ 2 en 3 van bovengenoemd artikel zonder dat de controle van de prestaties van de bestuurder in het gedrang komt. Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 16. 55 €

(1) Verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.

e) Tachograaf

Inbreuk Reglementering Te innen som
1. Het controleapparaat in het voertuig is niet conform de reglementering (installatie of herstelling door niet-erkende installateur of werkplaats, afwezige of onregelmatige verzegelingen, afwezig of ongeldig installatieplaatje). Verordening (EEG) 3821/85, art. 1.
K.B. van 14.07.2005 (1) , art. 14 en 15.
AETR, art. 10.
1.320 €
2. Ten gevolge van slechte montage is de verzegeling losgekomen (verbroken), zonder dat dit afbreuk doet aan de goede werking van het apparaat. Verordening (EEG) 3821/85, art. 1.
KB van 14.07.2005, art. 14
AETR, art. 10.
55 €
3 Ondanks een verschil tussen de bandenmaat en de gegevens op het installatieplaatje, stemt de wielomtrek overeen met de gegevens op het installatieplaatje. Verordening (EEG) 3821/85, art. 1.
KB van 14.07.2005, art. 14.
AETR, art. 10.
55 €
4. Het controleapparaat in het voertuig wordt niet gebruikt terwijl het voertuig of het transport niet zijn vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf. Verordening (EEG) 3821/85, art. 3.
AETR, art. 2.
1.320 €
5. Het controleapparaat in het voertuig is uitgevallen of werkt gebrekkig en de herstelling is niet gebeurd overeenkomstig de voorschriften. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.1.
AETR, art. 13.1 van de bijlage.
1.320 €
6. Het controleapparaat in het voertuig wordt niet op de juiste wijze gebruikt: bij dubbele bemanning gebeurt de registratie op  het verkeerde registratieblad (niet cumulatief met d13). Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
7. Het controleapparaat in het voertuig wordt niet op de juiste wijze gebruikt: de tijdsaanduiding op het registratieblad is niet juist, ttz. vanaf een afwijking van meer dan UTC + 3 voor in de EER ingeschreven voertuigen en volgens de tabel ad hoc voor de andere voertuigen (met uitzondering van de afwijking van 12u) (niet-cumulatief met d14). Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.3.
AETR, art. 12.3 van de bijlage.
1.320 €
8. Het controleapparaat in het voertuig wordt niet op de juiste wijze gebruikt: de schakelorganen worden niet of onjuist bediend. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.3.
AETR, art. 12.3 van de bijlage.
55 €
9. Het controleapparaat in het voertuig wordt niet op de juiste wijze gebruikt: bij digitale tachograaf werd de landcode niet ingevoerd (indien dit handmatig dient te gebeuren) en/of de bestuurder heeft de tijdgroepen niet handmatig ingevoerd terwijl hij van het voertuig verwijderd was. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2 en 15.5bis.
AETR, art. 12.2 en 12.5 van de bijlage.
55 €
10. Het controleapparaat in het voertuig wordt niet op de juiste wijze gebruikt: bij aanwezigheid in het voertuig van meer dan één bestuurder werden niet de nodige voorzorgen genomen opdat bij de analoge tachograaf de gegevens zouden worden geregistreerd op het registratieblad van de bestuurder die daadwerkelijk het voertuig bestuurt of bij de digitale tachograaf elke bestuurder zijn bestuurderskaart in de juiste lezer heeft ingebracht (niet-cumulatief met d13). Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
11. Het controleapparaat werd frauduleus gemanipuleerd via het verhinderen van een correcte registratie, via het wijzigen of wissen van gegevens in het geheugen, via het ontoegankelijk maken of vernietigen van geregistreerde gegevens, via de aanwezigheid van een voorziening met de intentie tot bovengenoemde inbreuken. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.8.
AETR, ar. 12.8 van de bijlage.
2.640 €
12. Er is geen controleapparaat geïnstalleerd in het voertuig terwijl het voertuig of het transport niet is vrijgesteld van het gebruik van het controleapparaat. Verordening (EEG) 3821/85, art. 3.
KB van 14.07.2005, art. 2.
AETR, art. 2.
1.320 €
13. Er is een analoge tachograaf in het voertuig geïnstalleerd terwijl het voertuig moest uitgerust zijn met een digitale tachograaf. Verordening (EG) nr. 2135/98, art. 2.1.
KB van 14.07.2005, art. 22.
AETR, art 13
1.320 €
14. De bestuurder weigert het controleapparaat te laten controleren. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
2.640 €

(1) Koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer.

f) Bestuurderskaart (in het geval de bestuurder een voertuig met digitale tachograaf bestuurt)

Inbreuk Reglementering Te innen som
1. De bestuurderskaart is niet geldig omdat de geldigheidsduur ervan verstreken is. Verordening (EEG) 3821/85, art. 14.4 en 15.2.
AETR, art. 11.4 en 12.2 van de bijlage.
1.320 €
2. De bestuurderskaart is niet geldig wegens defect of beschadiging en de vaststelling gebeurt méér dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden)  na het begin van de beschadiging of het defect. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.3.
AETR, art. 13.3 van de bijlage.
1.320 €
3 De bestuurderskaart bevindt zich bij de bestuurder in het voertuig maar werd niet in het controleapparaat ingevoerd. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
4. De bestuurderskaart werd zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald, terwijl het voertuig werd gebruikt. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
1.320 €
5. De bestuurderskaart bevindt zich bij de bestuurder in het voertuig maar werd zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit het controleapparaat gehaald, terwijl het voertuig niet in beweging was en er geen reden bestond tot verwijdering van de bestuurderskaart overeenkomstig artikel 15 § 2 van verordening nr. 3821/85. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.2.
AETR, art. 12.2 van de bijlage.
55 €
6. De bestuurder is geen titularis van een bestuurderskaart terwijl het voertuig of het transport niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf. Verordening (EEG) 3821/85, art. 3 en 14.3.
AETR, art. 2 en 11.3 van de bijlage.
1.320 €
7. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar kan deze laatste niet overleggen wegens verlies of diefstal noch een bewijs van aangifte van het verlies of de diefstal. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.3.
AETR, art. 13.3 van de bijlage.
1.320 €
8. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar kan deze laatste niet overleggen wegens verlies of diefstal en de vaststelling gebeurt meer dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden)  na het verlies of de diefstal. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.3.
AETR, art. 13.3 van de bijlage.
1.320 €
9. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar deze laatste bevindt zich niet bij hem in het voertuig. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
1.320 €
10. De bestuurder weigert de bestuurderskaart voor controle over te leggen. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
2.640 €
11. De bestuurder heeft de bestuurderskaart frauduleus gebruikt door :
  • het gebruik of het bezit van een kaart waarvan een andere persoon titularis is;
  • het beurtelings gebruik van twee of meerdere kaarten toegekend aan verschillende bestuurders, waarvan hij al dan niet houder is;
  • het gebruik van een als verloren of gestolen gemelde kaart;
  • het beurtelings gebruik van meerdere geldige kaarten waarvan hij houder is;
  • het gebruik van een vervalste of valse kaart of van een kaart waarvan de geregistreerde gegevens ontoegankelijk gemaakt of vernietigd werden.
Verordening (EEG) 3821/85, art. 14.4 en 15.8.
KB van 14.07.2005, art. 16 §§ 4, 16 en 17.
AETR, art. 11.4 en 12.8 van de bijlage.
2.640 €

g) Bestuurderskaart (in het geval dat de bestuurder een voertuig met analoge tachograaf bestuurt)

Inbreuk Reglementering Te innen som
1. De bestuurderskaart is niet geldig omdat de geldigheidsduur ervan verstreken is. Verordening (EEG) 3821/85, art. 14.4 en 15.2.
AETR, art. 11.4 en 12.2 van de bijlage.
1.320 €
2. De bestuurderskaart is niet geldig wegens defect of beschadiging en de vaststelling gebeurt méér dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het begin van de beschadiging of het defect. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.3.
AETR, art. 13.3 van de bijlage.
1.320 €
3 De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar kan deze laatste niet overleggen wegens verlies of diefstal noch een bewijs van aangifte van het verlies of de diefstal. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.3.
AETR, art. 13.3 van de bijlage.
1.320 €
4. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar kan deze laatste niet overleggen wegens verlies of diefstal en de vaststelling gebeurt meer dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het verlies of de diefstal. Verordening (EEG) 3821/85, art. 16.3.
AETR, art. 13.3 van de bijlage.
1.320 €
5. De bestuurder is titularis van een bestuurderskaart maar deze laatste bevindt zich niet bij hem in het voertuig. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
1.320 €
6. De bestuurder weigert de bestuurderskaart voor controle over te leggen. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage.
2.640 €
7. De bestuurder heeft de bestuurderskaart frauduleus gebruikt door :
  • het gebruik of het bezit van een kaart waarvan een andere persoon  titularis is;
  • het beurtelings gebruik van twee of meerdere kaarten toegekend aan verschillende bestuurders, waarvan hij al dan niet houder is;
  • het gebruik van een als verloren of gestolen gemelde kaart;
  • het beurtelings gebruik van meerdere geldige kaarten waarvan hij houder is;
  • het gebruik van een vervalste of valse kaart of van een kaart waarvan de geregistreerde gegevens ontoegankelijk gemaakt of vernietigd werden.
Verordening (EEG) 3821/85, art. 14.4 en 15.8.
KB van 14.07.2005, art. 16 §§ 4, 16 en 17.
AETR, art. 11.4 en 12.8 van de bijlage.
2.640 €

h) Afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens

Inbreuk Reglementering Te innen som
1. In de gevallen dat de bestuurderskaart  beschadigd is, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder is/was (wegens verlies of diefstal) kan de bestuurder geen afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens overleggen en/of heeft de bestuurder nagelaten op de overgelegde afdruk de niet-geregistreer-de gegevens, zijn naam en het nummer van zijn rijbewijs of bestuurderskaart te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is) voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.1 en 16.2.
AETR, art. 13.2 van de bijlage.
1.320 €
2. In de gevallen dat de bestuurderskaart  beschadigd is, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder  is/was (wegens verlies of diefstal) kan de bestuurder geen afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens overleggen en/of heeft de bestuurder nagelaten op de overgelegde afdruk de niet-geregistreerde gegevens, zijn naam en het nummer van zijn rijbewijs of  bestuurderskaart te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is) voor de periode na de laatst genoten wekelijkse rusttijd waardoor de controlebeambte niet kan nagaan of aan de verplichting van de  dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.1 en 16.2.
AETR, art. 13.2 van de bijlage.
1.760 €
3 In de gevallen dat de bestuurderskaart  beschadigd is, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder is/was (wegens verlies of diefstal) kan de bestuurder geen afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens overleggen en/of heeft de bestuurder nagelaten op de overgelegde afdruk de niet-geregistreerde gegevens, zijn naam en het nummer van zijn rijbewijs of bestuurderskaart te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is) voor de periode vóór de laatst genoten wekelijkse rusttijd. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.1 en 16.2.
AETR, art. 13.2 van de bijlage.
660 €
4. De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens zijn onleesbaar geworden ten gevolge van een onzorgvuldigheid of nalatigheid van de bestuurder. Verordening (EEG) 3821/85, art. 15.1 en 16.2.
AETR, art. 13.2 van de bijlage.
1.320 €
5. De bestuurder, die zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van een land dat geen lid is van de EU maar wel overeenkomstsluitende partij bij de AETR en aan wie nog geen bestuurderskaart kon worden afgeleverd door de bevoegde autoriteiten van dit land, bestuurt een voertuig, ingeschreven in een land dat geen lid is van de EU maar wel overeenkomstsluitende partij bij de AETR en uitgerust met een digitale tachograaf, en kan geen afdruk overleggen van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens en/of heeft nagelaten op de overgelegde afdruk zijn naam en het nummer van zijn rijbewijs te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is) voor de lopende week en de laatste werkdag van de voorgaande week. (1) AETR, art. 13 van de Overeenkomst en art. 14 van de bijlage. 1.320 €
6. De  bestuurder, die zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van een land dat geen lid is van de EU maar wel overeenkomstsluitende partij bij de AETR en aan wie nog geen bestuurderskaart kon worden afgeleverd door de bevoegde autoriteiten van dit land, bestuurt een voertuig, ingeschreven in een land dat geen lid is van de EU maar wel overeenkomstsluitende partij bij de AETR en uitgerust met een digitale tachograaf, en kan geen afdruk overleggen van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens en/of heeft nagelaten op de overgelegde afdruk zijn naam en het nummer van zijn rijbewijs te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is) voor de lopende week en de laatste werkdag van de voorgaande week; bovendien kan de controlebeambte niet nagaan of aan de verplichting van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd werd voldaan tijdens respectievelijk de laatste 24 of 48 uur. (1) AETR, art. 13 van de Overeenkomst en art. 14 van de bijlage. 1.760 €
7. De bestuurder weigert de afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens voor controle over te leggen. Verordening (EEG) nr. 3821/85, art. 15.7.
AETR, art. 12.7 van de bijlage
2.640 €
8. De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens werden vervalst, gewist of vernietigd. Verordening (EEG) nr. 3821/85, art. 15.8.
AETR, art. 12.7 van de bijlage
2.640 €

(1) Van toepassing tijdens de overgangsperiode van 4 jaar, waarvan sprake in artikel 14.1 van de bijlage bij de AETR.

i) Reizigersvervoer over de weg – controle- en vergunningsdocumenten

1. Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming

Inbreuk Reglementering Te innen som
1.1 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
990 €
1.2 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer is het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de Belgische communautaire vergunning ongeldig omdat de kentekenplaat van het voertuig niet is opgenomen in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 12, § 1, 4°.
990 €
1.3 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad (noch het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer) in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
990 €
1.4 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 12.3 van verordening nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens worden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
-  K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
990 €
1.5 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
55 €
1.6 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt zich geen vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan  kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4 en 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
1.7 Tijdens het verrichten van de onder de punten 1.1 tot 1.4 en 1.6 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, reisblad (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer) of vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig maar het bestaan van het document wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 5, 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4 en 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2, 5 en 9.
55 € (5)

2. In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen

Inbreuk Reglementering Te innen som
2.1 Tijdens het verrichten van een internationaal ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldig gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
990 €
2.2 Tijdens het verrichten van een internationaal ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.3 Tijdens het verrichten van internationaal ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens worden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.4 Tijdens het verrichten van internationaal ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
55 €
2.5 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009(1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.6 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 17.2 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde gegevens werden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.7 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 17.2 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
55 €
2.8 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
2.9. Tijdens het verrichten van internationaal vervoer voor eigen rekening bevindt er zich geen geldig attest in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
990 €
2.10 Tijdens het verrichten van de onder de punten 2.1, 2.2, 2.3, 2.5., 2.6., 2.8 en 2.9 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen geldig voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, soortgelijke Zwitserse vergunning, vergunning internationaal geregeld vervoer, reisblad of attest in het voertuig, maar het bestaan van het geldig document wordt onmiddellijk aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 5, 12, 14, 15, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8, 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5, 7 en 9.
55 € (5)

3. Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen

Inbreuk Reglementering Te innen som
3.1 Tijdens het verrichten van een internationaal niet-vrijgesteld ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal ongeregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4 en 9.
990 €
3.2 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
3.3 Tijdens het verrichten van een aan vergunning onderworpen internationaal pendelvervoer bevindt er zich geen geldige pendelvervoervergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8 en 9.
990 €
3.4 Tijdens het verrichten van een internationaal vervoer ontbreekt een geldige bilaterale vervoervergunning in het voertuig (in geval dat het betrokken bilateraal akkoord in deze vergunning voorziet). - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8 en 9.
990 €
3.5 Het voertuig verricht niet toegelaten cabotagevervoer op Belgisch grondgebied. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8.
990 €
3.6 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 8 en 9.
990 €
3.7 Tijdens het verrichten van een niet aan vergunning onderworpen internationaal pendelvervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 8 en 9.
990 €
3.8 Tijdens het verrichten van de onder de punten 3.1 tot en met 3.4, 3.6 en 3.7 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen vergunning of reisblad in het voertuig, maar het bestaan van het document wordt onmiddellijk aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
55 € (5)

4. De voorgelegde vergunning, het voorgelegde attest of reisblad

- is vervalst of voor controledoeleinden onbruikbaar gemaakt;
- de erop voorkomende gegevens werden vervalst of voor controledoeleinden onbruikbaar gemaakt;
- wordt op een frauduleuze wijze gebruikt.

Inbreuk Reglementering Te innen som
4.1 Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming    
4.1.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
4.1.2. Reisblad bij ongeregeld vervoer (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
3.960 €
4.1.3. Vergunning voor internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
3.960 €
4.2 In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen.    
4.2.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
4.2.2. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer of reisblad bij ongeregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 12, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014, art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5 en 9.
3.960 €
4.2.3. Attest in geval van vervoer voor eigen rekening, zoals bedoeld in punt 2.9. - Verordening (EG) nr. 1073/2009, art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
3.960 €
4.3 Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen    
4.3.1. Vergunning of reisblad naargelang de aard van de uitgevoerde diensten, zoals bedoeld in punt 3. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
3.960 €

5. De bestuurder weigert de vergunning, het attest of het reisblad over te leggen voor controle

Inbreuk Reglementering Te innen som
5.1 Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming    
5.1.1. Gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
5.1.2. Reisblad bij ongeregeld vervoer (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
3.960 €
5.1.3. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
3.960 €
5.2 In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen    
5.2.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
5.2.2. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer of reisblad bij ongeregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art.  5, 12, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5 en 9.
3.960 €
5.2.3. Attest in geval van vervoer voor eigen rekening, zoals bedoeld in punt 2.9. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
3.960 €
5.3 Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen    
5.3.1. Vergunning of reisblad naargelang de aard van de uitgevoerde diensten, zoals bedoeld in punt 3. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
3.960 €

(1) Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006.
(2) Wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1071/2009 van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van verordening (EG) nr. 561/2006.
(3) Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg.
(4) Verordening (EU) nr. 361/2014 van de Commissie van 9 april 2014 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad aangaande de documenten voor het internationale personenvervoer met touringcars en autobussen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2121/98 van de Commissie.
(5) Per afwezig document.