10 AUGUSTUS 2009. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoersondernemers die gevestigd zijn op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte worden toegelaten tot het binnenlands goederenvervoer over de weg in België.
[BS 20.08.2009]

Artikel 1

Vervoer van goederen over de weg voor rekening van derden, waarvan begin- en eindpunt gelegen zijn op Belgisch grondgebied, dat verricht wordt door een wegvervoeronderneming die houder is van een communautaire vergunning en die gevestigd is op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte, hierna cabotagestransport genoemd, is enkel toegestaan op basis van de terzake geldende communautaire regelgeving en met inachtneming van de in dit besluit vastgestelde voorwaarden. De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op vervoerondernemingen die gevestigd zijn op het grondgebied van Nederland en van het Groothertogdom Luxemburg.

Artikel 2

Een vervoeronderneming, zoals bedoeld in artikel 1 van dit besluit, mag, in aansluiting op een grensoverschrijdend vervoer naar België vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land met hetzelfde voertuig of, in het geval van een samenstel van voertuigen het trekkende voertuig van datzelfde voertuig, tot drie cabotagetransporten uitvoeren nadat de goederen vervoerd tijdens het voormelde grensoverschrijdend vervoer gelost werden. De laatste lossing in het kader van een cabotagetransport moet plaatshebben binnen zeven kalenderdagen, te rekenen vanaf de laatste lossing op Belgisch grondgebied aan het einde van het voormelde grensoverschrijdende vervoer.

Artikel 3

Een vervoeronderneming, zoals bedoeld in artikel 1 van dit besluit, die cabotagetransport verricht of heeft verricht op Belgisch grondgebied, dient er zorg voor te dragen dat bewijsstukken voor het grensoverschrijdend vervoer, waardoor het voertuig op Belgisch grondgebied is aangekomen, en voor elk daaropvolgend uitgevoerd cabotagetransport verricht op Belgisch grondgebied in het voertuig aanwezig zijn.

Deze bewijsstukken dienen voor elke afzonderlijke zending de volgende gegevens te bevatten :

a) naam, adres en handtekening van de opdrachtgever;
b) naam, adres en handtekening van de vervoerder;
c) naam, adres en handtekening van de geadresseerde en de datum van levering, wanneer de goederen zijn geleverd;
d) plaats en datum van overname van de goederen en plaats van levering;
e) handelsbenaming van de goederen, verpakkingsmethode en, in het geval van gevaarlijke goederen, de algemeen erkende beschrijving ervan, het aantal verpakkingen en hun bijzondere merktekens en nummers;
f) het brutogewicht of de anderszins uitgedrukte hoeveelheid van de goederen;
g) de kentekenplaat van het motorvoertuig en van de aanhangwagen.

De bewijzen kunnen middels een vrachtbrief of een ander begeleidend document, ook in elektronische vorm, geleverd worden.

Artikel 4

De bestuurder van het voertuig moet de in artikel 3 van dit besluit bedoelde bewijsstukken gedurende het verblijf van het voertuig op Belgisch grondgebied te rekenen vanaf de aankomst van het voertuig op Belgisch grondgebied tijdens het grensoverschrijdend vervoer, in het voertuig meevoeren en op verzoek van de controlebeambten overleggen of op een andere wijze toegankelijk maken.

Artikel 5

De vervoeronderneming die een inbreuk pleegt op de bepalingen van dit besluit wordt bestraft overeenkomstig de artikelen 2, 2bis en 3, § 3, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg.

Artikel 6

Met het opsporen en vaststellen van de inbreuken op dit besluit worden belast :

het personeel van het operationele kader van de federale politie en van de lokale politie;

de ambtenaren van het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, belast met een mandaat van gerechtelijke politie;

de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën;

de sociaal inspecteurs en de sociaal controleurs van de Inspectie van de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;

de sociaal inspecteurs en de sociaal controleurs van de Sociale Inspectie van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;

de sociaal inspecteurs en de sociaal controleurs van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Artikel 7

Artikel 37, § 2, van de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de weg wordt aangevuld als volgt :

« 5° de niet-naleving van de beperkingen inzake cabotage over de weg. »

Artikel 8

In geval van behoorlijk vastgestelde inbreuk op artikel 2 van dit besluit mag de bevoegde ambtenaar overgaan, op kosten en risico van de overtreder, tot het ophouden van het voertuig totdat de lading is overgeladen op een ander voertuig of totdat het voertuig wordt in beslag genomen overeenkomstig artikel 3, § 3, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg.

Artikel 9

In punt a12 van bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg wordt :

de derde kolom aangevuld als volgt :

« Verordening (EEG) nr. 3118/93, artikel 1. Koninklijk besluit van 10 augustus 2009, art. 2. ».

de vierde kolom vervangen als volgt :

« 1.800 EUR per onwettig verricht cabotagetransport ».

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 11

De Minister bevoegd voor het Vervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.