10 OKTOBER 1974. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.
[BS 15.11.1974]

Hoofdstuk II. Goedkeuring

Artikel 4. Aanvraag tot goedkeuring

§1. De aanvraag om goedkeuring moet door de constructeur of zijn gemachtigde ingediend worden op het door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde daartoe voorziene formulier.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

Wanneer de constructeur buiten de de Europese Unie gevestigd is, moet de aanvraag om goedkeuring verplichtend ingediend worden door een in de Europese Unie gevestigde gemachtigde, door de constructeur aangesteld en ermee gelast zich te kwijten van de verplichtingen die voortvloeien uit de reglementaire beschikkingen inzake goedkeuring.

Deze persoon dient de verplichtingen na te komen welke voortvloeien uit de reglementaire bepalingen inzake goedkeuring.

De aanvraag om goedkeuring moet een getuigschrift van de constructeur en een beschrijving omvatten conform de voorschriften van de hierna volgende §§ 2 en 3.

De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op voertuigen die, voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, niet het voorwerp moesten uitmaken van een proces-verbaal van goedkeuring en die voor die datum in dienst werden gesteld.

§2. Op het getuigschrift van de constructeur, moeten de naam, de voornamen en handtekening van een technisch bevoegde persoon vermeld zijn; alsook het officieel stempel van de constructeur, het merk en het type van het goed te keuren voertuig. Bij de bromfietsen moet hij bovendien waarborgen dat het voertuig beantwoordt aan de definitie van artikel 1, §1.

De handtekening van de persoon of de personen die gemachtigd zijn om het attest te ondertekenen moet voorafgaandelijk neergelegd zijn bij de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

§3. De beschrijving moet vergezeld gaan van de bewijsstukken en tekeningen die gevraagd worden in het aanvraagformulier.

§4. De goedkeuring wordt bekrachtigd met een proces-verbaal van goedkeuring (P.V.A.).

De afgifte van het proces-verbaal van goedkeuring en van elk bijhorend document bindt de verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeerswezen of van zijn gemachtigde niet en vermindert in genen dele die van de aanvrager.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of van zijn gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

De lijst van de goedgekeurde typen van bromfietsen en typen van motorfietsen wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Tenminste het nummer van het proces-verbaal van goedkeuring, het merk en het type worden bekendgemaakt.

§5. De constructeur of zijn gemachtigde reikt, voor elk voertuig overeenstemmend met een type dat het voorwerp uitmaakt van een proces-verbaal van goedkeuring, een attest uit waarbij bevestigd wordt dat het voertuig volledig overeenstemt met de beschrijving en met het proces-verbaal van goedkeuring.

Dit attest, « gelijkvormigheidsattest » genaamd, is van het model zoals opgegeven in bijlage 1.

§6. Elke wijziging van een prototype van motorfiets of bromfiets door de fabrikant aangebracht bij de vervaardiging van een goedgekeurd model zodanig dat hierdoor enig gegeven van de aanvraag om goedkeuring wordt gewijzigd, moet ter kennis worden gebracht van het Bestuur van het Vervoer.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “het Bestuur van het Vervoer” vervangen door de woorden “de goedkeuringsinstantie”.

Deze wijziging wordt bekrachtigd, hetzij met een nieuw proces-verbaal van goedkeuring hetzij met een bijlage of met een getuigschrift tot afwijking van dit laatste.

Elke verbouwing van een voertuig waardoor het niet meer overeenstemt met het proces-verbaal van goedkeuring, wordt bekrachtigd met een afwijking van dit laatste.

Wanneer de verbouwing echter wordt uitgevoerd door een andere persoon dan de fabrikant of zijn gemachtigde wordt het verzoek niet ingewilligd tenzij met de toestemming van de fabrikant of zijn gemachtigde.