10 OKTOBER 1974. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.
[BS 15.11.1974]

Hoofdstuk III. Technische eisen

Artikel 12. Remdoelmatigheid

§1. Eisen toepasselijk op de tweewielige bromfietsen.

1. De werking van de reminrichtingen moet zodanig zijn dat, op een nagenoeg horizontale en droge weg, de gemiddelde remvertraging bij, koude remmen en ontkoppelde motor, nimmer minder bedraagt dan 4.2 m/sec2 voor de nieuwe bromfietsen bij gezamenlijk gebruik van beide reminrichtingen, ongeacht de belastingstoestand of de snelheid.

Nochtans, wanneer er een zijspanwagen aanwezig is, mag de gemiddelde remvertraging niet minder bedragen dan 3,9 m/sec2

2. De onder 1. voorgeschreven waarden worden met 10 pct. verminderd voor de voertuigen die reeds in gebruik zijn.

3. De remvertragingen moeten kunnen worden behaald zonder dat de krachten op het bedieningsorgaan meer bedragen dan:

  • 40 kg op een pedaal;
  • 20 kg voor de handbediende inrichting(en)

§2. Eisen toepasselijk op de motorfietsen op twee wielen met of zonder zijspanwagen.

1. De werking van de reminrichtingen moet zodanig zijn dat, op een nagenoeg horizontale en droge weg, de gemiddelde remvertraging bij koude remmen en ontkoppelde motor, ongeacht belastingstoestand of snelheid nimmer minder bedraagt dan:

a) bij gebruik van beide reminrichtingen samen:

  • 5m/sec2 voor nieuwe motorfietsen zonder zijspanwagen:
  • 4,6 m/sec2 voor nieuwe motorfietsen met zijspanwagen;

b) bij gebruik van de reminrichting welke op het voorwiel werkt:

  • 3,9 m/sec2 voor nieuwe motorfietsen zonder zijspanwagen;

c) bij gebruik van de reminrichting welke op het achterwiel werkt:

  • 3,1 m/sec2 voor nieuwe motorfietsen zonder zijspanwagen.

2. De onder 1. voorgeschreven waarden worden met 10 pct. verminderd voor motorfietsen die reeds in gebruik zijn.

3. De remvertragingen moeten kunnen worden behaald zonder dat de krachten op het bedieningsorgaan meer bedragen dan:

  • 50 kg op een pedaal;
  • 20 kg voor de handbediende inrichting(en)

§3. Eisen toepasselijk op de voertuigen op meer dan twee wielen

1. De werking van de in artikel 11 § 2.1 bedoelde reminrichtingen van nieuwe voertuigen op meer dan twee wielen moet zodanig zijn dat op een nagenoeg horizontale en droge weg, de gemiddelde remvertraging bij koude remmen en ontkoppelde motor, ongeacht belastingstoestand of snelheid, nimmer minder bedraagt dan:

a) bij gebruik van beide reminrichtingen samen: 4.6 m/sec2

b) bij gebruik van elk der reminrichtingen afzonderlijk: 1,9 m/sec2

2. De in artikel 11 § 2.2 bedoelde reminrichting van nieuwe voertuigen op meer dan twee wielen moet in staat zijn het beladen voertuig op een helling van 18 pct. in beide richtingen staande te houden.

Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan, indien met de parkeerrem op een nagenoeg horizontale en droge weg, met beladen voertuig en ontkoppelde motor, met koude rem, uitgaande van de beginsnelheid van 15 km/u. een gemiddelde remvertraging van 1.5 m/sec2 kan worden bereikt.

3. De hierboven onder 1. en 2. genoemde waarden voor de remvertragingen worden met 10 pct. verminderd voor voertuigen die reeds in gebruik zijn.

4. De remvertragingen moeten kunnen worden behaald zonder dat de krachten op het bedieningsorgaan meer bedragen dan:

  • 50 kg op een pedaal;
  • 20 kg voor de handbediende inrichting(en)

§4. De voorschriften van dit artikel zijn enkel van toepassing op de voertuigen die vanaf 1 januari 1975 tot het verkeer toegelaten worden.