10 OKTOBER 1974. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.
[BS 15.11.1974]

Hoofdstuk III. Technische eisen

Artikel 10. Geluid voortgebracht door in dienst zijnde voertuigen

1° Bepalingen betreffende voertuigen, andere dan de lichte vierwielers, waarvan het verzoek tot goedkeuring ingediend wordt voor 1 januari 1983.

§1. Voor de in dienst zijnde voertuigen, mag het in de hierna bepaalde omstandigheden voortgebrachte geluid de volgende niveaus niet overschrijden:  

  • 85 dB (A) voor de bromfietsen klasse A;
  • 90 dB (A) voor de bromfietsen klasse B;
  • 95 dB (A) voor de motorfietsen op twee wielen met of zonder zijspanwagen en waarvan de cylinderinhoud 50 cm³ niet overschrijdt;
  • 97 dB (A) voor de motorfietsen op twee wielen met of zonder zijspanwagen en waarvan de cylinderinhoud meer dan 50 cm³ bedraagt zonder 125 cm³ te overschrijden;
  • 99 dB (A) voor de motorfietsen op twee wielen met of zonder zijspanwagen en waarvan de cylinderinhoud meer dan 125 cm³ bedraagt zonder 500 cm³ te overschrijden;
  • 101 dB (A) voor de motorfietsen op twee wielen met of zonder zijspanwagen en waarvan de cylinderinhoud 500 cm³ overschrijdt;
  • 99 dB (A) voor de driewielers.

Een tolerantie van 3 dB (A) is toegelaten.

§2. De meting wordt verricht in een omgeving zonder weerkaatsing. Elke plaats in open lucht, waar zich geen enkel voorwerp binnen een straal van 5 m rond de microfoon bevindt, wordt als een omgeving zonder weerkaatsing beschouwd.

Indien aan deze eis niet voldaan wordt, moet de meting aangepast worden om met de weerkaatsing rekening te houden.

Het voertuig moet staan op een nagenoeg horizontale bodem die uit hard materiaal bestaat, zoals beton, asfalt, plaveisel of soortgelijke bedekking.

Geen enkele geluiddempende stof (hoog gewas, sneeuw, enz.) mag zich onder het voertuig of tussen het voertuig en de microfoon bevinden.

Het niveau van het omgevingsgeluid, daarbij inbegrepen het geluid veroorzaakt door de wind, moet ten minste 10 dB(A) kleiner zijn dan het toelaatbare niveau voor het voertuig.

§3. De microfoon wordt aan de zijde van de knalpot geplaatst, hij moet gekeerd zijn naar het motorblok en moet zich in een punt bevinden dat gelegen is op een afstand van 1,50 m van het zijvlak en 75 cm boven de grond.

§4. De meting gebeurt aan het stilstaande voertuig met warme en onbelaste motor.  

Om een onbelaste motor een hoge draaisnelheid te doen ontwikkelen kan men, naargelang het type van de transmissie, de aandrijving op het nulpunt plaatsen, ontkoppelen of, nadat de motor in gang gezet is, de riem of de ketting afnemen.

Wanneer het voertuig met een automatische overbrenging is uitgerust, moet het op zijn steunvoet geplaatst worden.

De meting wordt uitgevoerd na een reeks van voldoende kort opeenvolgende versnellingen, om te vermijden dat de draaisnelheid die overeenstemt met het maximum motorvermogen overschreden wordt.

Men zal er echter over waken, dat de versnellingen niet te overhaastig onderbroken worden ten einde te vermijden dat er zich ontploffingen in de knalpot zouden voordoen.

§5. Het geluidsniveau wordt gemeten met een sonometer waarvan de meetfout niet groter is dan 1 dB (A).

2° Bepalingen betreffende twee- en driewielige voertuigen waarvan het verzoek tot goedkeuring ingediend wordt na 1 januari 1983, alsook voor lichte vierwielers.

§1. Het geluid, voortgebracht door de in dienst zijnde voertuigen, mag de waarde vermeld op het plaatje bedoeld in 2°, § 1, punt 2.2.1.2. en § 2, punt 2.9 van artikel 9 van dit besluit, vermeerderd met 5 dB (A) voor de meting van het stilstaand voertuig, niet overschrijden .

In geval van twijfel, mogen de bevoegde beambten een geluidsmeting doorvoeren van het voertuig in beweging. In dit geval zijn de uiterste waarden van het geluidsniveau deze bepaald door artikel 9, 2°, van dit besluit, vermeerderd met 3 dB (A).

§2. De metingen van het geluidsniveau van het in dienst zijnde voertuig, zullen uitgevoerd worden overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn op nieuwe voertuigen, zoals bepaald in artikel 9, 2°, van dit besluit.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt het woord “beambten” vervangen door het woord “personeelsleden”.

2°bis  Bepalingen betreffende elk nieuw voertuigtype goedgekeurd vanaf 1 mei 2010.

§ 1. Het geluid, voortgebracht door de in dienst zijnde voertuigen, mag de waarde vermeld op de constructieplaat opgelegd door Richtlijn 93/34/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de voorgeschreven opschriften op twee- of driewielige motorvoertuigen niet overschrijden of door Richtlijn 2009/139/EG van het europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de voorgeschreven opschriften op twee- of driewielige motorvoertuigen.

§ 2. De metingen van het geluidsniveau van het in dienst zijnde voertuig, worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn op nieuwe voertuigen, zoals bepaald in artikel 9.3.

Om de geluidsmetingen te kunnen uitvoeren in de voorwaarden zoals bepaald in dit artikel, moet de bestuurder, indien gewenst, het voertuig ter beschikking stellen van de bevoegde beambten opdat ze ofwel het voertuig kunnen laten overbrengen naar een aangepaste plaats ofwel de bewegingen met het voertuig zelf uitvoeren ofwel beide kunnen doen.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt het woord “beambten” vervangen door het woord “personeelsleden”.

Indien bij een controle vastgesteld wordt dat het geluidsniveau van een voertuig hoger ligt dan de toegestane uiterste waarde moet de houder ervan. onverminderd de bepalingen van artikel 36bis van dit besluit. het laten herstellen en binnen de vijf werkdagen voor controle aanbieden bij een bevoegde beambte.

Deze periode wordt echter teruggebracht tot twee dagen zo de vastgestelde waarde van het geluidsniveau de uiterste toegestane waarde voor gebruikte voertuigen met 7 dB (A) overtreft, of indien de geluiddemper niet oorspronkelijk is, of tenslotte indien de bevoegde beambte vaststelt dat het voertuig opzettelijk gewijzigd werd.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “een bevoegde beambte” vervangen door de woorden “een bevoegd personeelslid” en worden de woorden “de bevoegde beambte” vervangen door de woorden “het bevoegde personeelslid”.