10 OKTOBER 1974. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.
[BS 15.11.1974]

Hoofdstuk III. Technische eisen

Artikel 30. Achteruitkijkspiegels

§1. De motorfietsen op twee wielen met of zonder zijspan waarvan de goedkeuringsaanvraag na 1 januari 1975 en voor 1 januari 1983 ingediend werd moeten voorzien zijn van ten minste één achteruitkijkspiegel aan de linkerzijde van het voertuig.

Elke achteruitkijkspiegel moet regelbaar zijn en een nuttige oppervlakte van ten minste 50 cm² hebben.

Het gezichtsveld van de spiegel moet zodanig zijn dat de bestuurder tenminste een vlak en horizontaal weggedeelte met een breedte van 2.50 m kan overzien, gedeelte dat rechts wordt begrensd door het aan de lengte-as evenwijdige vertikale vlak door het meest linkse punt van de totale breedte, en wel vanaf een punt gelegen op 10 meter afstand achter de oogpunten van de bestuurder tot aan de horizon.

§2.

1. De motorfietsen op twee wielen met of zonder zijspan waarvan de goedkeuringsaanvraag na 1 januari 1983 wordt ingediend moeten uitgerust zijn met goedgekeurde achteruitkijkspiegels die bevestigd zijn overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1980 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de achteruitkijkspiegels van de tweewielige motorvoertuigen met of zonder zijspan en de bevestiging ervan op deze voertuigen (80/780/E.E.G.) (1).

2. Elk verzoek om E.E.G.-goedkeuring betreffende achteruitkijkspiegels of hun bevestiging op de tweewielige voertuigen moet door de constructeur of diens gemachtigde worden ingediend bij het Ministerie van Verkeerswezen. Bestuur van het Vervoer. Directie B1. Kantersteen 12 1000 Brussel. Het moet vergezeld zijn van een inlichtingenformulier en een omstandige technische beschrijving van de achteruitkijkspiegel en zijn bevestiging op het voertuig.
Voor eenzelfde type achteruitkijkspiegel of eenzelfde type voertuig mag het verzoek om goedkeuring slechts in een Lid-Staat worden ingediend.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt de zinsnede “het Ministerie van Verkeerswezen, Bestuur van het Vervoer, Directie B1, Kantersteen 12, 1000 Brussel” vervangen door de woorden “de goedkeuringsinstantie”.

3. De verzoeker moet het bewijs leveren dat eventuele onontbeerlijke proeven verricht werden in de door het Ministerie van Verkeerswezen erkende laboratoria.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “het Ministerie van Verkeerswezen” vervangen door de woorden “de bevoegde Vlaamse instantie”.

4. De goedkeuring wordt verleend of geweigerd door de Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde naargelang het al dan niet overeenstemmen van het type achteruitkijkspiegel of de bevestiging ervan op het voertuig met de betrokken richtlijn.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

5. Elke goedgekeurde achteruitkijkspiegel of elk voertuig uitgerust met een goedgekeurde achteruitkijkspiegel moet in overeenstemming blijven met het goedgekeurde type.

Elke typewijziging van achteruitkijkspiegel of bevestiging ervan op het voertuig die het voorwerp uitmaakte van de in punt 4 bedoelde goedkeuring alsmede de eventuele stopzetting van productie moeten aan de Minister van Verkeerswezen of aan diens gemachtigde betekend worden. Deze oordeelt dan of het een wijziging geldt die een nieuwe goedkeuring nodig heeft.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of aan diens gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

6. Op verzoek van de Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde is de constructeur ertoe gehouden hem de achteruitkijkspiegels of standaardvoertuigen waarvan het prototype het voorwerp heeft uitgemaakt van goedkeuring ter beschikking te stellen voor gelijkvormigheidsproeven of -controles.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

7. De verstrekte goedkeuring voor een type achteruitkijkspiegel of voor de bevestiging van een achteruitkijkspiegel op een type voertuig mag door de Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde ingetrokken worden in geval de achteruitkijkspiegel of de bevestiging ervan op het voertuig niet meer in overeenstemming zijn met het goedgekeurde prototype.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

8. Elke weigering of intrekking van een goedkeuring moet aan de constructeur of diens gemachtigde betekend worden en met redenen omkleed zijn. Binnen acht werkdagen na de datum van de betekening, mag de constructeur of diens gevolmachtigde een aanvraag tot herziening bij de Minister van Verkeerswezen indienen. Deze laatste moet binnen de maand die volgt op de datum van indiening van deze aanvraag een beslissing nemen.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen” vervangen door de woorden “Vlaamse minister”.

9. De achteruitkijkspiegels goedgekeurd overeenkomstig de richtlijn 71/127/E.E.G. van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 maart 1971 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake de achteruitkijkspiegels der motorvoertuigen (1), gewijzigd door de richtlijn 75/795/E.E.G. (2) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen mogen geplaatst worden in de plaats van de achteruitkijkspiegels goedgekeurd overeenkomstig de hogervernoemde richtlijn 80/780/ E.E.G. van de Raad van 22 juli 1980.

§3. De voertuigen op meer dan twee wielen moeten uitgerust zijn met een binnen-achteruitkijkspiegel en een buiten-achteruitkijkspiegel die aan de linkerzijde geplaatst is, als ze voor personenvervoer bestemd zijn: of met twee buiten-achteruitkijkspiegels, één rechts en de andere links geplaatst als ze voor goederenvervoer bestemd zijn.

Deze achteruitkijkspiegels moeten in overeenstemming met de richtlijn 71/127/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 maart 1971 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de achteruitkijkspiegels van motorvoertuigen (1), gewijzigd door de richtlijn 79/795/E.E.G. (2) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 juli 1979, goedgekeurd worden.

Deze bepaling wordt slechts vanaf 1 januari 1983 van toepassing op driewielige voertuigen.

§4. De bepalingen van §2 van dit besluit worden vanaf 1 januari 1984 van toepassing op twee- en driewielige voertuigen waarvan de aanvraag om goedkeuring ingediend werd voor 1 januari 1983.

§5. Indien de constructeur of diens gevolmachtigde erom verzoekt, zijn de voorschriften van § 2 van dit artikel toepasbaar op voertuigen onderworpen aan de voorschriften van §§ 1 en 4 en vervangen deze.

(1) De richtlijn 71/127/E.E.G. werd bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. nr L 68. van 22 maart 1971.
(2) De richtlijn 79/795/E.E.G. werd bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. n' L 239. van 22 september 1979.