11 JUNI 2004. - Wet tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen.   
(B.S. 05.07.2004)

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

1° voertuig : de personenauto, de auto voor dubbel gebruik, de minibus, de lichte vrachtauto en de kampeerauto, zoals omschreven in artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;

2° werken aan een voertuig : elke onderhoudsbeurt en nazicht, elke mechanische, elektrische, elektronische of koetswerkherstelling, elke vervanging en montage van onderdelen, bestanddelen of toebehoren;

3° vakman : elke natuurlijke of rechtspersoon die gewoonlijk en in het kader van zijn beroepsactiviteit of met het oog op de verwezenlijking van zijn statutair doel voertuigen aankoopt en verkoopt of werken aan voertuigen uitvoert.

De Koning kan de definitie van het begrip voertuig uitbreiden tot andere categorieën voertuigen. Hij kan bepaalde werken aan een voertuig op grond van de aard of het bedrag ervan uitsluiten van het toepassingsveld van deze wet.

Artikel 3

§ 1. Het is verboden de op de kilometerteller van een voertuig aangegeven kilometerstand te wijzigen of de correcte registratie van de kilometers te vervalsen of verhinderen.

§ 2. Bij defect van de kilometerteller laat de eigenaar van het voertuig hem onmiddellijk herstellen of vervangen.

Artikel 4

§ 1. Bij de verkoop van een reeds ingeschreven voertuig door een vakman aan een particulier of aan een andere vakman, maakt de vakman-verkoper een document op waarbij de verkoop wordt vastgesteld en dat de volgende gegevens vermeldt :

het merk en het model van het voertuig;

het jaar van de eerste inschrijving;

het chassisnummer van het voertuig;

de op het ogenblik van de verkoop op de kilometerteller aangegeven kilometerstand;

de verkoopsprijs;

de datum van de verkoop;

de identiteit en het adres en de handtekening van de koper en de verkoper; de handtekening is niet vereist wanneer de verkoper een factuur opstelt.

Bij de verkoop van een reeds ingeschreven voertuig door een particulier aan een vakman, stelt de vakman een aankoopborderel op dat de in het eerste lid bedoelde gegevens bevat.

§ 2. De in § 1 bedoelde documenten worden opgemaakt in tweevoud. Beide partijen ontvangen een exemplaar.

§ 3. Bij de verkoop van een reeds in België ingeschreven voertuig bezorgt de verkoper aan de koper een document dat uitgaat van de in artikel 6 bedoelde vereniging en dat alle bij deze vereniging beschikbare gegevens tot op een recente datum weergeeft betreffende de kilometerstand van het betrokken voertuig. Deze bepaling vindt geen toepassing wanneer het voertuig verkocht wordt aan een vakman.

§ 4. De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel vaststellen.

Artikel 5

Indien de Koning het bepaalt, vermeldt elke vakman die naar aanleiding van werken aan een voertuig een factuur of enig ander document opmaakt, hierop het chassisnummer van het voertuig en de kilometerstand die de kilometerteller aangeeft op het ogenblik van de uitvoering van de werken.

Artikel 6

§ 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij bepaalt (*), een vereniging die wordt opgericht op initiatief van beroepsorganisaties die de vaklui vertegenwoordigen en die tot opdracht heeft de kilometerstand van de voertuigen te registreren. Deze vereniging heeft de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.

De Koning keurt de statuten van de vereniging goed en regelt de controle op de activiteiten ervan. Hij bepaalt eveneens de financieringswijze van de vereniging en legt de maximale vergoeding vast die derden voor het verkrijgen van informatie aan de vereniging betalen.

§ 2. De vereniging deelt de gegevens van een voertuig waarover zij beschikt, mee aan derden op hun vraag. Deze vraag vermeldt het chassisnummer van het betrokken voertuig en mag enkel tot doel hebben de juiste kilometerstand van dit voertuig te kennen.

§ 3. Volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels verschaffen de vaklui en de erkende instellingen voor automobielinspectie alle informatie over de kilometerstand van de voertuigen en dragen ze bij aan de werking van de vereniging.

De Koning bepaalt de inlichtingen die de dienst bevoegd voor de inschrijving van voertuigen aan de vereniging verstrekt, alsook de nadere regels inzake de medewerking die de dienst aan de vereniging verleent.

De Koning kan andere instellingen, verenigingen en beroepssectoren aanwijzen die deelnemen aan de werking van de vereniging, en de nadere regels bepalen inzake hun bijdrage aan de werking ervan.

De besluiten die worden genomen met toepassing van deze paragraaf, worden vooraf voorgelegd aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de vereniging niet handelt overeenkomstig de wetten, de verordeningen of haar statuten.

De beslissing tot intrekking van de erkenning legt de nadere regels vast van de kosteloze overdracht van alle gegevens waarover de vereniging beschikt.

(*) K.B. 21-02-2005, B.S. 14-03-2005

Artikel 7

Niettegenstaande elk strijdig beding en onverminderd de toepassing van artikel 1116 van het Burgerlijk Wetboek geeft elke inbreuk op de bepalingen van de artikelen 3 en 4 aanleiding tot de ontbinding van de verkoop, indien de koper hierom verzoekt.

Artikel 8

Onverminderd de toepassing van strengere straffen waarin het Strafwetboek voorziet, worden de overtredingen van de artikelen 3, 5 en 6, § 3, gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 10 euro tot 3.000 euro of met een van die straffen alleen.

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op die overtredingen.

Artikel 9

§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie zijn de door de minister bevoegd voor economische zaken aangestelde ambtenaren bevoegd om de in deze wet bedoelde inbreuken op te sporen en vast te stellen.

De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift ervan wordt bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding binnen dertig dagen na de datum van de vaststellingen aan de overtreder toegezonden.

§ 2. In de uitoefening van hun ambt mogen de in § 1 bedoelde ambtenaren :

binnentreden tijdens de gewone openings- of werkuren in de lokalen en vertrekken waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang moeten hebben;

alle dienstige vaststellingen doen, zich op eerste vordering ter plaatse de documenten, stukken of boeken die zij voor hun opsporingen en vaststellingen nodig hebben, doen voorleggen en daarvan afschrift nemen;

tegen ontvangstbewijs, beslag leggen op documenten, stukken of boeken noodzakelijk voor het bewijs van een inbreuk of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen; bij ontstentenis van een bevestiging door de procureur des Konings binnen tien werkdagen is het beslag van rechtswege opgeheven;

indien zij redenen hebben te geloven in het bestaan van een inbreuk, in bewoonde lokalen binnentreden met voorafgaande machtiging van de rechter in de politierechtbank. De bezoeken in bewoonde lokalen moeten tussen acht en achttien uur en door minstens twee ambtenaren gezamenlijk geschieden. De woning wordt echter niet geschonden door degene die er met de voorafgaande, schriftelijke instemming van de bewoner binnentreedt.

§ 3. In de uitoefening van hun ambt kunnen de in § 1 bedoelde ambtenaren de bijstand van de politiediensten vorderen.

§ 4. De gemachtigde ambtenaren oefenen de hun door dit artikel verleende bevoegdheden uit onder het toezicht van de procureur-generaal, onverminderd hun ondergeschiktheid aan hun meerderen in het bestuur.

§ 5. In geval van toepassing van artikel 10, wordt het in § 1 bedoeld proces-verbaal pas toegezonden aan de procureur des Konings, wanneer aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven.

In geval van toepassing van artikel 11, wordt het proces-verbaal pas toegezonden aan de procureur des Konings wanneer de overtreder niet is ingegaan op het voorstel tot minnelijke schikking. De binnen de aangegeven termijn uitgevoerde betaling doet de strafvordering vervallen, behalve indien tevoren een klacht werd gericht aan de procureur des Konings, de onderzoeksrechter werd verzocht een onderzoek in te stellen of indien het feit bij de rechtbank aanhangig werd gemaakt. In deze gevallen worden de betaalde bedragen aan de overtreder teruggestort.

Artikel 10

Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk vormt op deze wet of op een uitvoeringsbesluit ervan, kan de minister bevoegd voor economische zaken of de door hem met toepassing van artikel 9 aangestelde ambtenaar aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij die tot stopzetting van deze handeling wordt aangemaand.

De waarschuwing wordt de overtreder ter kennis gebracht binnen een termijn van drie weken vanaf de vaststelling van de feiten, bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding of door de overhandiging van een afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld.

De waarschuwing vermeldt :

de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepaling of -bepalingen;

de termijn waarbinnen zij dienen te worden stopgezet;

dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, de met toepassing van artikelen 9 en 11 aangestelde ambtenaren respectievelijk de procureur des Konings kunnen inlichten, of de in artikel 11 bepaalde regeling in der minne kunnen toepassen.

Artikel 11

De hiertoe door de minister bevoegd voor economische zaken aangestelde ambtenaren kunnen, in het licht van de processen-verbaal die een inbreuk vaststellen op de bepalingen bedoeld in artikel 8, en die opgemaakt zijn door de in artikel 9, § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaren, aan de overtreders een som voorstellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen.

Deze som mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de in artikel 8 bepaalde geldboete, verhoogd met de opdeciemen. De tarieven alsmede de wijze van betaling en inning worden vastgesteld door de Koning, op voorstel van de minister bevoegd voor economische zaken.

Artikel 12

De wet van 12 maart 2000 tot beteugeling van bepaalde vormen van bedrog met de kilometerstand van voertuigen wordt opgeheven.

Artikel 13

Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum. (1)

(1) Inwerkingtreding 1 december 2004 (K.B. 30-10-2004, B.S. 18-10-2004)

Zie ook :