19 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit betreffende de opmaak en finaciering van actieplannen inzake verkeersveiligheid.
[B.S. 21.12.2005]

    Artikel 1

    Wanneer in dit besluit naar de wet wordt verwezen dan wordt hiermee de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid bedoeld.

    Artikel 2

    De in artikel 2 van de wet bedoelde ontvangsten zijn voor het jaar 2002 forfaitair vastgelegd op 183.442.060,68 euro.

    Artikel 3

    Het in artikel 3 van de wet bedoelde actieplan inzake verkeersveiligheid moet betrekking hebben op minstens één van de volgende thema’s :

    • de naleving van snelheidsbeperkingen;
    • de preventie of bestrijding van het rijden in staat van alcoholopname of van dronkenschap;
    • de preventie of bestrijding van het rijden onder invloed van andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden;
    • de naleving van de regels betreffende het dragen van de veiligheidsgordel en het gebruik van andere beschermingsmiddelen;
    • de naleving van specifieke regels voor het wegvervoer;
    • de bestrijding van hinderlijk en gevaarlijk parkeren of van agressief gedrag in het verkeer.

    Artikel 4

    Het bedrag dat jaarlijks aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer wordt toegekend voor de administratieve opvolging en controle van de actieplannen bedraagt 150.000 euro.

    Het bedrag dat jaarlijks aan de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken wordt toegekend voor de administratieve opvolging en controle van de actieplannen bedraagt 150.000 euro.

    De in dit artikel bedoelde bedragen zijn gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen dat op 31 december 2004 werd bereikt. De bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het op 31 december van het voorgaande jaar bereikte indexcijfer van de consumptieprijzen.

    Artikel 5

    De in artikel 5, § 3 van de wet bedoelde gemeenschappelijke aankopen mogen niet meer bedragen dan 10.000.000 euro per jaar, tenzij de ministerraad hier uitdrukkelijk van afwijkt.

    Artikel 6

    §1. De maximumbedragen waarop de lokale politiezones en de federale politie aanspraak kunnen maken, worden bepaald door toepassing van de volgende verdeelsleutel op het bedrag van het toegewezen deel bedoeld in artikel 5, § 1 van de wet :

    54 % wordt verdeeld op basis van een categorisering van de lokale politiezones en de federale politie in 5 groepen naargelang van het organiek politiekader;

    37 % wordt verdeeld onder de lokale politiezones en de federale politie op basis van het verschil tussen het maximum jaartotaal van het aantal doden en zwaar gewonden dat werd opgetekend in de jaren 1998, 1999 en 2000 op de wegen die respectievelijk onder het toezicht van de lokale politiezone dan wel de federale politie staan, en het jaartotaal van het aantal doden en zwaar gewonden dat werd opgetekend op deze wegen in het jaar t-2 (waarbij t het jaar is waarin het actieplan wordt goedgekeurd).
    Indien het verschil negatief is, dan wordt het bedrag dat aan de lokale politiezone of de federale politie wordt toegekend, berekend op basis van 50 % van het bedrag dat in het jaar t-1 op basis van dit criterium werd toegekend, en wordt dat bedrag in het jaar t+1 in mindering gebracht van de totale som bekomen in het jaar t+1. Indien in het jaar t+1, het verschil opnieuw negatief is, dan wordt het bedrag dat aan de lokale politiezone of de federale politie wordt toegekend gelijkgesteld aan 0. In 2004 is het bedrag gelijk aan 0.

    Het resterende bedrag, namelijk 37 % van het saldo verminderd met het totaal van de onder het vorige streepje toegekende sommen en vermeerderd met het bedrag op die manier verschuldigd op basis van jaar t-1, wordt verdeeld onder de lokale politiezones waarvan het verschil positief is en de federale politie voorzover het verschil ook voor de federale politie positief is.

    Indien het verschil positief is wordt het percentage van het bedrag dat aan elke lokale politiezone en aan de federale politie wordt toegekend, berekend op basis van dat verschil gedeeld door de som van de verschillen van de lokale politiezones en van de federale politie waarvoor het jaartotaal van het aantal doden en zwaar gewonden in t-2 kleiner is dan het aantal doden en het maximum jaartotaal van het aantal doden en zwaar gewonden dat werd opgetekend op de wegen die tot de bevoegdheid van de desbetreffende politiezone of de federale politie behoren in de jaren 1998, 1999 en 2000, x 100.

    Het resultaat geeft aan welk percentage van het bedrag aan elke lokale politiezone en aan de federale politie wordt toegekend;

    9 % wordt verdeeld onder de lokale politiezones en de federale politie naar gelang van het aantal kilometer wegen waarvoor zij elk wat hen betreft bevoegd zijn, op basis van het verband tussen het aantal kilometer wegen waarvoor zij elk wat hen betreft bevoegd zijn x 100, gedeeld door het aantal kilometer wegen op het hele grondgebied. Het resultaat geeft aan welk percentage van het bedrag aan elke lokale politiezone en aan de federale politie wordt toegekend.

    Artikel 7

    Het koninklijk besluit van 3 mei 2004 betreffende de overeenkomsten tussen de federale overheid en de politiezones inzake verkeersveiligheid wordt opgeheven.

    Artikel 8

    Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005.

    Artikel 9

    Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Begroting, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Mobiliteit zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit  Besluit.