20 JULI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de inschrijving van voertuigen.
[BS 08.08.2001]

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Afdeling 3. Voertuigen in het verkeer gebracht door personen verblijvend in België

Artikel 3

§ 1. De personen die in België verblijven schrijven de voertuigen die zij wensen in het verkeer te brengen in in het repertorium van de voertuigen bedoeld in artikel 6, zelfs indien deze voertuigen reeds in het buitenland zijn ingeschreven.

Het verblijf in België houdt in dat deze personen voldoen aan één van de volgende voorwaarden :

a) ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente;

b) ingeschreven zijn in de Belgische Kruispuntbank van Ondernemingen als rechtspersoon;

c) als rechtspersoon opgericht zijn door of krachtens het internationaal of buitenlands recht en beschikken over een vaste verblijfplaats in België waar het voertuig beheerd of gebruikt wordt.

§ 2. In de hierna vernoemde gevallen echter is de inschrijving in België van voertuigen die in het buitenland zijn ingeschreven en in het verkeer worden gebracht door de personen bedoeld in § 1 niet verplicht voor :

het motorvoertuig dat door een buitenlands professioneel dienstverlenend bedrijf voor hoogstens 6 maanden, niet hernieuwbaar, wordt verhuurd aan een persoon bedoeld in § 1; het huurcontract op naam van diegene die het voertuig in het verkeer brengt dient zich aan boord van het voertuig te bevinden, ondertekend en gedateerd;

het voertuig dat een natuurlijke persoon gebruikt in de uitoefening van zijn beroep en in bijkomende orde voor privé-doeleinden, en dat door een buitenlandse werkgever of opdrachtgever aan deze persoon wordt ter beschikking gesteld; een kopie van de arbeidsovereenkomst of opdracht dient zich aan boord van het voertuig te bevinden, evenals een door de buitenlandse werkgever of opdrachtgever opgesteld document waaruit blijkt dat laatstgenoemde het voertuig heeft ter beschikking gesteld van die persoon;

het personenvoertuig bestuurd door een ambtenaar die in België verblijft en werkt voor een internationale instelling gelegen in een andere lidstaat van de Europese Unie : een door de werkgever afgeleverde accreditatiekaart dient zich aan boord van het voertuig te bevinden;

het voertuig waarvan die persoon eigenaar is die als tijdelijk afwezige persoon wordt beschouwd in de zin van artikel 18, 6°, 6°bis, 8° en 9° van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister en waarbij dit laatste niet langer dan zes maanden zonder onderbreking in België wordt gestald;

de aanhangwagen die voor hoogstens zes maand in het verkeer wordt gebracht;

het voertuig dat ten kosteloze titel ter beschikking wordt gesteld van een natuurlijke persoon bedoeld in § 1 gedurende een periode van ten hoogste één maand; een door de buitenlandse titularis opgesteld document dient zich aan boord van het voertuig te bevinden, waaruit blijkt dat laatstgenoemde toestemming verleent om het voertuig te gebruiken voor een bepaalde periode, met vermelding van de einddatum;

het voertuig dat wordt gebruikt door een in het buitenland verblijf houdende student gedurende de effectieve duurtijd van zijn studies, en die enkel in België verblijft om zijn studies verder te zetten in een in België gevestigde onderwijsinrichting. Het geldig attest van zijn laatste inschrijving in voornoemde onderwijsinrichting dient zich aan boord van het voertuig te bevinden.

§ 3. In voorkomend geval kan de minister of zijn gemachtigde een uitzonderlijke vrijstelling van inschrijving verlenen voor voertuigen die door sommige, met bijzondere opdrachten belaste, rijksdiensten gebruikt worden.