20 JULI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de inschrijving van voertuigen.
[BS 08.08.2001]

Hoofdstuk II. Inschrijvingsprocedures en -documenten

Afdeling 4. Het kentekenbewijs

Artikel 16

§ 1. De directie Wegverkeer reikt voor elk ingeschreven voertuig en per toegekende kentekenplaat een kentekenbewijs uit aan de aanvrager of aan zijn lasthebber.

Voor de personen bedoeld in artikel 5, § 1, 3° kan het kentekenbewijs eveneens worden uitgereikt door de Federale Politie bij de SHAPE.

§ 2. Het kentekenbewijs bestaat uit één enkel deel totdat de Minister bepaalt dat het uit twee delen zal bestaan, respectievelijk deel I en deel II genoemd.

§ 3. [opgeheven]

§ 4. De uitreiking van het kentekenbewijs geschiedt door toedoen van een concessionaris op het adres van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager.

Indien de aanvraag tot inschrijving werd ingegeven door elektronische overdracht van de gegevens overeenkomstig artikel 11, § 2 of afgegeven bij een kantoor van de directie verantwoordelijk voor de inschrijving van voertuigen bij het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, en het kentekenbewijs gelijktijdig met de kentekenplaat wordt uitgereikt, kan de uitreiking eveneens geschieden op een ander Belgisch adres dan de hoofdverblijfplaats van de aanvrager.

In afwijking van het eerste lid gebeurt de uitreiking voor de categorieën van personen bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 13° op een door de leidend ambtenaar of diens gemachtigde bepaald afleveradres.

§ 5. Het kentekenbewijs wordt gedateerd op de dag dat het is opgesteld.

§ 6. De Minister bepaalt wanneer en onder welke voorwaarden voornoemd kentekenbewijs eveneens in de vorm van een chipkaart kan worden uitgereikt.

§ 7. Bij elke wijziging van de gegevens van een kentekenbewijs dat voldoet aan de bepalingen in uitvoering van artikel 18 en op naam van dezelfde houder voor hetzelfde voertuig, wordt een nieuw kentekenbewijs uitgereikt waarbij het kenteken wordt behouden.

Elke wijziging van de gegevens van een kentekenbewijs dat niet meer voldoet aan de bepalingen in uitvoering van artikel 18, geeft evenwel aanleiding tot een herinschrijving van het voertuig.

Artikel 17

§ 1. Het kentekenbewijs wordt aan boord van het voertuig bewaard telkens dit laatste deelneemt aan het verkeer.

De houder ervan waakt erover dat het in dusdanige omstandigheden wordt bewaard dat er geen beschadiging optreedt, met name onder invloed van licht of vochtigheid.

In het geval van een meerdelig kentekenbewijs wordt enkel deel I aan boord van het voertuig bewaard. Deel II wordt elders bewaard.

Indien een afschrift werd uitgereikt, wordt dit aan boord van het voertuig bewaard terwijl het kentekenbewijs buiten het voertuig bewaard wordt door de verhuurder.

§ 2. Het kentekenbewijs dient overhandigd te worden aan elke bevoegde persoon die erom verzoekt en van zijn hoedanigheid laat blijken.

Artikel 18

De minister stelt de afmetingen, de vorm, de kleur en de inhoud van het kentekenbewijs vast.

Artikel 19

§ 1. Met uitzondering van de tijdelijke inschrijvingen, reikt de Directie Inschrijvingen Voertuigen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer een duplicaat van het kentekenbewijs uit voor de vervanging van een versleten, onleesbaar geworden of beschadigd exemplaar, zo dit laatste nog geldig was en beantwoordde aan de bepalingen getroffen in uitvoering van artikel 18 op het ogenblik van de aanvraag tot vervanging. In geval van een tijdelijke inschrijving geeft dit aanleiding tot een herinschrijving.

Geen duplicaat wordt uitgereikt dan tegen inlevering van het volledige vorige kentekenbewijs.

§ 2. Indien door middel van een attest bedoeld in artikel 32, § 1 wordt aangetoond dat het kentekenbewijs of een deel ervan gestolen werd, verloren is, of teniet is gegaan, en dit kentekenbewijs nog geldig was en beantwoordde aan de bepalingen getroffen in uitvoering van artikel 18 op het ogenblik van de aanvraag tot vervanging, reikt de directie Wegverkeer eveneens een duplicaat uit van het kentekenbewijs.

Indien slechts een deel van het meerdelig kentekenbewijs verloren, gestolen of teniet gegaan is, wordt alleen een duplicaat uitgereikt tegen inlevering van het overgebleven deel.

Onmiddellijk na de uitreiking van het duplicaat, verliest het verloren of tenietgegane exemplaar zijn geldigheid.

In geval van verlies of diefstal van een kentekenbewijs dat werd uitgereikt voor een tijdelijke inschrijving of in geval van verlies of diefstal van beide delen van een meerdelig kentekenbewijs wordt een herinschrijving aangevraagd op basis van hetzelfde attest bedoeld in artikel 32, § 1, waarvan in geval van een tijdelijke inschrijving de geldigheidsduur gelijk is aan de resterende geldigheidsduur van het verloren of gestolen kentekenbewijs.

§ 3. De aanvraag tot het bekomen van een duplicaat van het kentekenbewijs gebeurt overeenkomstig de bepalingen van afdeling 2.