20 JULI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de inschrijving van voertuigen.
[BS 08.08.2001]

Hoofdstuk III. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. De plaatsing van de kentekenplaat en haar reproductie op het voertuig

Artikel 29

Indien het voertuig beschikt over een plaats voor het aanbrengen van een kentekenplaat dient de kentekenplaat op deze plaats vastgemaakt te worden.

Indien het voertuig niet beschikt over een specifieke plaats voor het aanbrengen van een kentekenplaat, dient de kentekenplaat aangebracht te worden overeenkomstig de bepalingen van :

  • paragraaf 1.2 van bijlage II van Verordening 1003/2010 van de Commissie van 8 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden, voor de voertuigen van categorieën M, N en O;
     
  • paragraaf 2 van bijlage II van Richtlijn 74/151/EEG Richtlijn van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende bepaalde onderdelen en eigenschappen van landbouw of bosbouwtrekkers op wielen, voor de voertuigen van categorieën T, R en S;
     
  • paragraaf 2 tot en met paragraaf 6 van de bijlage van Richtlijn 2009/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de montageplaats voor de achterkentekenplaat van twee- of driewielige motorvoertuigen, voor de voertuigen van categorieën L,

overeenkomstig de begripsomschrijvingen van artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen en van artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.

De kentekenplaat en haar reproductie worden stevig aan het voertuig vastgemaakt.

Zij blijven te alle tijden zichtbaar en overdag bij helder weer leesbaar op een afstand van ten minste veertig meter.

Deze leesafstand wordt teruggebracht op ten minste dertig meter voor kentekenplaten of reproducties voor autoplaten met afmetingen 210 millimeter breed en 140 millimeter hoog en tot twintig meter voor kentekenplaten voor motorfietsen.

Artikel 30

Aan de voorzijde van een motorvoertuig bedoeld in artikel 1, 6°, a) van dit besluit, wordt in het midden of links daarvan een reproductie van de kentekenplaat bevestigd.

Een reproductie van de kentekenplaat van het trekkend voertuig wordt, op dezelfde wijze als beschreven in artikel 29, eerste lid, aangebracht op zijn aanhangwagen die behoort tot een van de categorieën vermeld in artikel 2, § 2, 4° tot 9°.

De reproductie van de kentekenplaat moet zich in een nagenoeg verticaal vlak loodrecht op het symmetrievlak van het voertuig bevinden en wel met de bovenrand op hoogstens twee meter boven de grond en hiermee evenwijdig.

Als de aanhangwagen van een in België ingeschreven voertuig niet in België is ingeschreven, dan wordt op die aanhangwagen een reproductie bevestigd van de kentekenplaat van het trekkend voertuig. Als die aanhangwagen reeds een nummerplaat draagt van een ander land, dan mag deze door die reproductie niet bedekt worden.

Als achteraan op het voertuig of op zijn trekhaak een fietsdrager wordt gemonteerd, wordt ook op die fietsdrager een reproductie van de kentekenplaat aangebracht.

Als achteraan op een bus of autocar een bagagekoffer wordt gemonteerd die de kentekenplaat bedekt, wordt op die koffer eveneens een reproductie van de kentekenplaat aangebracht.

Artikel 31

§ 1. Elke handeling die uitgevoerd wordt op een kentekenplaat of haar reproductie, of in de onmiddellijke nabijheid ervan, en die aanleiding geeft tot verwarring met betrekking tot de inhoud van hun opschrift, is verboden.

Het boren van bijkomende gaten in de kentekenplaat of in haar reproductie is verboden.

§ 2. De kentekenplaat en haar reproductie mogen in geen geval overdekt worden, zelfs niet met een doorzichtige stof.