20 JULI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de inschrijving van voertuigen.
[BS 08.08.2001]

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 37

Het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen voor motorvoertuigen en hun aanhangwagens wordt als volgt gewijzigd :

in artikel 1 worden de woorden « artikel 2 van het koninklijk besluit van 31 december 1953 houdende reglementering van de inschrijving van motorvoertuigen en de aanhangwagens » vervangen door de woorden « artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen »;

in artikel 3 worden de woorden « artikel 3, § 1 van het voornoemd koninklijk besluit van 31 december 1953 » vervangen door de woorden « artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen »;

in de artikelen 4.1, 4.5.1, 7.1, 9.1, 10, 13.1, 16.1, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23.2, 23.3, 24, 32 en 34.3 worden de woorden « Directie Inschrijvingen Voertuigen bij het Ministerie van Wegverkeer en Infrastructuur » vervangen door de woorden « directie Wegverkeer bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer »;

in de titels van voornoemd koninklijk besluit van 8 januari 1996, van hoofdstuk 2, van hoofdstuk 3, van afdeling 1 en 2 van hoofdstuk 3 alsook in artikelen 1, 2, en 4.3.2, worden de woorden « commerciële platen » vervangen door de woorden « commerciële kentekenplaten »;

in artikel 7, 7.1.1 wordt de zin beginnend met « Het teken van deze proefrittenplaat » geschrapt;

artikel 8 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 8. De letterreeksen voorbehouden voor de proefrittenplaat, alsook de modellen van voornoemde plaat, van het bijbehorend inschrijvingsbewijs
en van het zelfklevend vignet worden door de minister bevoegd voor het inschrijven van voertuigen vastgesteld. »;

in artikel 13,13.1.1 wordt de zin beginnend met « Het teken van deze handelaarsplaat » geschrapt;

artikel 14 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art 14. De letterreeksen voorbehouden voor de handelaarsplaat alsook de modellen van voornoemde plaat, van het bijbehorend inschrijvingsbewijs en van het zelfklevend vignet worden door de minister bevoegd voor het inschrijven van voertuigen vastgesteld. »;

het tweede lid van artikel 28 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« het in het vorige lid vastgesteld bedrag wordt betaald door middel van fiscale zegels of betalingstechnieken die ter vervanging van de fiscale zegel met het oog op de kwijting van voornoemde bedragen, door de Minister van Financiën worden vastgesteld. »;

10° het voorlaatste lid van artikel 29 wordt vervangen door de volgende bepaling :

« De in het vorige lid vastgestelde bedragen worden betaald door middel van fiscale zegels of betalingstechnieken die ter vervanging van de fiscale zegel met het oog op de kwijting van voornoemde bedragen, door de Minister van Financiën worden vastgesteld. »

Artikel 38

Het koninklijk besluit van 31 december 1953 houdende reglementering van de inschrijving van de motorvoertuigen en de aanhangwagens, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 september 1954, 15 januari 1955, 16 april 1956, 31 december 1956, 10 januari 1961, 26 oktober 1962, 28 december 1964, 18 juni 1971, 21 december 1973, 25 november 1974, 2 maart 1979, 28 februari 1980, 31 juli 1980, 28 september 1981, 11 januari 1990, 6 juni 1990, 10 oktober 1991, 19 juli 1993, 19 november 1993, 27 december 1993, 7 april 1995, 8 januari 1996 en 20 juli 2000 wordt opgeheven.

Artikel 39

§ 1. Een ingeschreven voertuig dat wordt gebruikt door de gemeentepolitie, de gerechtelijke politie bij de parketten of de rijkswacht mag, met instemming van de tenaamgestelde van de inschrijving en met behoud van zijn kentekenplaat, opnieuw worden ingeschreven op naam van hetzij een meergemeentezone of een gemeente, hetzij de federale politie.

§ 2. Een ingeschreven voertuig dat wordt gebruikt door de federale politie mag met instemming van de tenaamgestelde van de inschrijving en met behoud van de kentekenplaat worden ingeschreven op naam van een meergemeentezone of een gemeente.

§ 3. Er wordt geen retributie geheven voor de inschrijving van de voertuigen bedoeld in §§ 1 en 2.

Artikel 40

§ 1. De kentekenbewijzen en kentekenplaten uitgereikt krachtens het koninklijk besluit van 31 december 1953 dat door artikel 38 van dit besluit werd opgeheven, blijven geldig, uitgezonderd de « CD »-kentekenplaten met een inschrijvingsnummer bestaande uit de letters « CD » gevolgd door vier cijfers.

§ 2. Vanaf de dag waarop het besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt tot 31 december 2001, vervangen de bedragen uitgedrukt in Belgische franken en weergegeven in de derde kolom van onderstaande tabel de overeenkomstige bedragen uitgedrukt in euros die zijn vermeld in artikel 26.

ART. 26 EUR BEF
874,00 35.000
620,00 25.000
3°, 4°, 5° 62,00 2.500
6°, 7°, 8°, 9° 25,00 1.000
10°, 11° 12,50 500

Artikel 41

§ 1. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, uitgezonderd :

artikel 28, §§ 3 en 4 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2001;

artikel 30, laatste lid dat in werking treedt op 1 oktober 2002;

artikel 13 treedt in voege op 1 juni 2004.

§ 2. De in euros uitgedrukte bedragen vermeld in artikel 26 zijn van toepassing vanaf 1 januari 2002.

Artikel 42

Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer, Onze Minister van Landsverdediging, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.