23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Titel III. Het rijbewijs

Hoofdstuk I. Toepassingsveld

Artikel 3

§1. Een Belgisch rijbewijs kunnen verkrijgen :

de personen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente en die houder zijn van een van de volgende in België afgegeven geldige documenten :

a) de identiteitskaart van Belg of voor vreemdeling;

b) het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister;

c) de bijlage 7bis, de bijlage 8, de bijlage 8bis, de bijlage 9 of de bijlage 9bis bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

d) het attest van immatriculatie;

de personen die het bewijs leveren van hun inschrijving in een Belgische onderwijsinstelling gedurende een periode van ten minste zes maanden en die houder zijn van het geldige verblijfsdocument bedoeld in bijlage 33 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

de personen die houder zijn van een van de volgende in België afgegeven geldige documenten :

a) de diplomatieke identiteitskaart;

b) de consulaire identiteitskaart;

c) de bijzondere identiteitskaart.

de personen van Belgische nationaliteit die het bewijs leveren van hun inschrijving in een Belgische onderwijsinstelling gedurende een periode van ten minste zes maanden en die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische consulaire post en houder zijn van een geldige identiteitskaart, bedoeld in het koninklijk besluit van 23 januari 2003 aangaande de consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten.

§2. De personen bedoeld in §1, 1° mogen slechts een motorvoertuig besturen op basis van een Belgisch rijbewijs of op basis van een Europees rijbewijs, geldig voor de categorie of de subcategorie waartoe het voertuig behoort.

De personen bedoeld in § 1, 3°, a) en b), moeten houder zijn van een Belgisch, een Europees of een buitenlands rijbewijs, nationaal of internationaal, dat geldig is voor de categorie waartoe het voertuig behoort.

De overige bestuurders van motorvoertuigen moeten houder zijn van een Belgisch, een Europees of een buitenlands rijbewijs, nationaal of internationaal, dat afgegeven is onder de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn en geldig is voor de categorie of subcategorie waartoe het voertuig behoort. Die bestuurders dienen een zodanig rijbewijs bij zich te hebben.

De bestuurders, houder van een Europees rijbewijs of van een nationaal of internationaal buitenlands rijbewijs moeten de leeftijd bereikt hebben die vereist is overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 voor de afgifte van rijbewijzen.

Artikel 4

Zijn ontslagen van de verplichting houder te zijn van een rijbewijs en het bij zich te hebben :

de bestuurders die overeenkomstig de bepalingen van dit besluit of van het besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B het praktische examen afleggen of met het oog daarop een scholing volgen.

Deze vrijstelling geldt eveneens wanneer zij zich naar het examencentrum begeven om het examen af te leggen en ervan terugkeren voor:

a) de bestuurders die vervallenverklaard zijn van het recht tot sturen en die het praktische examen moeten afleggen voorgeschreven in artikel 38 van de wet;

b) de houders van een buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 5, § 2, 2°;

de leerlingen van een rijschool die met bijstand van een instructeur een voertuig besturen dat bestemd is voor het onderricht;

de kandidaten die deelnemen aan het praktische examen bepaald in artikel 48, § 2, derde lid. Deze vrijstelling geldt tevens om zich naar het examencentrum te begeven teneinde er examen af te leggen en ervan terug te keren;

de bestuurders van voertuigen van de categorie D1, D1+E, D of D+E, in dienst van de ondernemingen voor openbaar vervoer, die de opleiding volgen die door deze ondernemingen wordt verstrekt en waarvan het programma door de Minister wordt goedgekeurd;

de kandidaten houders van een rijbewijs tenminste geldig voor de categorie B, die met het oog op het behalen van het rijbewijs geldig voor de categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, de opleiding volgen waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister en georganiseerd wordt door :

a) «l’Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l’Emploi»;

b) de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;

c) het « Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle » ;

d) het « Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft;

de leden van het personeel van de lokale politie die kandidaat zijn voor een rijbewijs geldig voor de categorieën A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E, gedurende de scholing in een politieschool, waarvan het programma is goedgekeurd door de Minister.

Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de proeven georganiseerd na de opleiding;

de kandidaten die met het oog op het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorieën B, B+E, C1, C1+E, C, C+E of voor de categorieën B, B+E, D, D+E en voor de subcategorieën D1 en D1+E in de derde graad van het secundaire beroepsonderwijs de opleiding «bestuurders van vrachtwagens» of «bestuurders van autobussen en autocars» volgen waarvan het programma door de Minister is goedgekeurd;

de bestuurders die houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch militair rijbewijs geldig voor het besturen van legervoertuigen die zij gemachtigd zijn te besturen krachtens dit document. Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de scholing en het examen met het oog op het behalen van dit rijbewijs;

de leden van het personeel van de federale politie die kandidaat zijn voor het rijbewijs voor de categorie AM, A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E gedurende de opleiding die zij volgen in een school van de federale politie, waarvan het programma door de Minister goedgekeurd is.

Deze vrijstelling geldt eveneens tijdens de proeven georganiseerd na de opleiding;

10° de bestuurders van voertuigen van de categorie AM die geboren zijn vóór 15 februari 1961;

11° de bestuurders van bromfietsen met een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/uur;

12° de bestuurders, geboren vóór 1 oktober 1982 en de bestuurders die aan de voorwaarden van artikel 3 niet beantwoorden, van voertuigen van de categorie G en van voertuigen van traag vervoer omschreven in artikel 1, § 2, 75 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;

13° (opgeheven)

14° de bestuurders van een motorvoertuig hen ter beschikking gesteld door het centrum bedoeld in artikel 45, waartoe zij zich hebben gewend voor het bepalen van hun geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, alsmede om te vernemen welke aanpassingen aan hun eigen voertuig moeten worden aangebracht, gedurende de test op de openbare weg.

15° de kandidaten die de opleiding "vrachtwagenchauffeur" of de opleiding "bestuurder autobus en autocars" volgen, georganiseerd door het onderwijs voor sociale promotie, waarvan het programma is goedgekeurd door de minister, met het oog op het behalen van het rijbewijs respectievelijk geldig voor de categorieën C1, C1+E, C en C+E en voor de categorieën D1, D1+E, D en D+E;

16° de bestuurders van voertuigen van de categorie G die de opleiding « bestuurder van landbouwvoertuigen » waarvan het programma door de Minister werd goedgekeurd, in een landbouwschool of een landbouwopleidingscentrum volgen.

17° de bestuurders die het praktisch examen bedoeld in de artikelen 38 tot en met 42 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E afleggen of met het oog daarop scholing volgen;

18° (opgeheven)

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt in punten 4°, 5°, 7°, 15° en 16° tussen de woorden “door de” en het woord “Minister” het woord “Vlaamse” ingevoegd.