23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Titel III. Het rijbewijs

Hoofdstuk VII. Formaliteiten die de overheden belast met de afgifte van de documenten dient te vervullen

Artikel 57

§1. Voor elk rijbewijs wordt een inlichtingenfiche gemaakt, waarvan het model bepaald wordt door de Minister of zijn gemachtigde.

Er wordt eveneens een inlichtingenfiche opgemaakt voor het Europese rijbewijs waarvan de houder ingeschreven of vermeld is in het bevolkings-, vreemdelingen- of het wachtregister van een Belgische gemeente of ingeschreven is bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarom is de belanghebbende ertoe gehouden, om bij zijn inschrijving in België, het rijbewijs waarvan hij houder is voor te leggen aan de overheid bedoeld in artikel 7. Een fotokopie van het rijbewijs wordt bevestigd aan de inlichtingenfiche.

§2. Voor elk voorlopig rijbewijs wordt er een voorlopige inlichtingenfiche opgemaakt, waarvan het model bepaald wordt door de Minister of zijn gemachtigde.

Een voorlopige inlichtingenfiche wordt eveneens opgemaakt voor de personen die verval van het recht tot sturen oplopen indien er geen fiche bestaat op hun naam.

Artikel 58

§1. De inlichtingenfiche en de voorlopige inlichtingenfiche bevatten de volgende gegevens :

naam en voornaam van de houder van het document;

geboortedatum en geboorteplaats;

overheid, datum en plaats van afgifte van het document;

nummer van het document;

categorie of subcategorie waarvoor het document is afgegeven;

per categorie of subcategorie, de datum van afgifte van het rijbewijs en het bewijs van vakbekwaamheid en de uiterste geldigheidsdatum van deze bewijzen;

bijkomende of beperkende vermeldingen;

datum van afgifte van het attest bedoeld in de artikelen 41, 44 of 45 en de naam en het adres van de geneesheer;

vervallenverklaringen van het recht tot sturen bedoeld in artikel 66;

10° datum van afgifte en nummer van het internationale rijbewijs;

11° datum van overlijden van de houder van het document;

12° datum van teruggave van het document in toepassing van artikel 24, 1° van de wet;

13° datum van het overhandigen van het document in toepassing van artikel 46, § 2, eerste lid.

De vermeldingen betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen voorkomend op de voorlopige inlichtingenfiche, worden overgeschreven op de inlichtingenfiche van het rijbewijs die de voorlopige inlichtingenfiche vervangt, binnen de beperkingen voorgeschreven in § 2.

§2. De gegevens betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen worden ingeschreven op de inlichtingenfiches en de voorlopige inlichtingenfiches teneinde controle toe te laten op de naleving door de in artikel 7 bedoelde overheid van de afgiftevoorwaarden van de voorlopige rijbewijzen, de rijbewijzen en de internationale rijbewijzen, bepaald in artikel 23, § 1 van de wet en in de artikelen 6, 7 en 54.

De gegevens betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen mogen niet meer voorkomen op de inlichtingenfiches en de voorlopige inlichtingenfiches in geval van uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten. Evenwel worden de gegevens betreffende de herstelonderzoeken in het recht tot sturen behouden tot op de datum van het herstel in het recht tot sturen.

Artikel 59

Indien een persoon, op wiens naam een inlichtingenfiche of een voorlopige inlichtingenfiche bestaat, zich inschrijft of vermeld wordt in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van een andere gemeente, wordt de fiche van de belanghebbende naar de burgemeester van die gemeente of zijn gemachtigde gezonden; deze laatste vermeldt daarop de nieuwe verblijfplaats alsook de datum van de inschrijving.

Artikel 60

De Minister of zijn gemachtigde bepaalt de bestemming die moet worden gegeven aan de aanvraagformulieren en de inlichtingenfiches betreffende overledenen.