23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Titel IV. Beschikkingen betreffende de rechterlijke beslissingen houdende vervallenverklaring van het recht tot sturen van een motorvoertuig, de formaliteiten tot uitvoering ervan en de onderzoeken tot herkrijging van dit recht

Hoofdstuk II. Verval van het recht tot sturen – Onderzoeken

Artikel 71

Opgeheven : art. 4, K.B. 08-03-2006 (B.S. 16-03-2006)

Artikel 72

§1. De theoretische en de praktische examens worden afgelegd in de examencentra bedoeld in artikel 25.

Zij worden afgelegd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 31 tot 3947 en 48 en de bepalingen van de paragrafen 2 tot 5 van dit artikel.

§2. De kandidaat die het theoretische en het praktische examen moet afleggen, doet het theoretische examen dat overeenstemt met de categorie die hij voor het praktische examen gekozen heeft.

De kandidaat die het theoretische maar niet het praktische examen moet afleggen, doet het examen :

voor de categorie D1 of D indien hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1°, van de wet, geldig voor de categorie D1, D1+E, D of D+E of een gelijkwaardige categorie;

voor de categorie C1 of C indien hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1°, van de wet, geldig voor de categorie C1, C1+E, C of C+E of een gelijkwaardige categorie, zonder geldig te zijn voor de categorie D1 of D;

voor de categorie A1, A2, A, B of G wanneer hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie A1, A2, A, B, B+E of G of voor een gelijkwaardige categorie;

voor de categorie AM, A1, A2, A of B wanneer hij geen houder is van een rijbewijs of wanneer hij houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie A3 of voor een gelijkwaardige categorie.

Opgeheven, art. 10.2°, KB 24-08-2007, BS 31-08-2007

§3. Het praktische examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie AM, A1, A2, A of B als de kandidaat geen houder is van een rijbewijs ofwel met een voertuig van de categorie waarvoor het rijbewijs, waarvan hij houder is, geldig is. Het voertuig moet evenwel behoren tot een van de categorieën waarvoor het verval van toepassing is.

Indien het rijbewijs slechts geldig is voor het besturen van bepaalde voertuigen van een categorie, heeft het praktische examen plaats met een voertuig waarmee de houder mag rijden.

§4. De houder van een rijbewijs mag, na het slagen voor de opgelegde examens, het rijbewijs waarvan hij houder is terugkrijgen.

In afwijking van de bepalingen van het eerste lid bekomt :

de houder van een rijbewijs die het praktische examen aflegt met een voertuig van de categorie AM, een rijbewijs geldig voor de categorie A3;

de houder van een Belgisch, een Europees of een buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, geldig voor de categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E of voor een gelijkwaardige categorie die het praktische examen heeft afgelegd met een voertuig van de categorie A1, A2, A, B, B+E of G krijgt een rijbewijs geldig voor deze van de categorieën A1, A2, A, B, B+E en G waarvoor het rijbewijs was geldig verklaard.

de houder van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs bedoeld in artikel 23, § 2, 1°, van de wet, geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of voor een gelijkwaardige categorie die het praktische examen heeft afgelegd met een voertuig van de categorie C1, C1+E, D1 of D1+E, een rijbewijs geldig voor de categorieën A1, A2, A, B, B+E, C1, C1+E, D1, D1+E en G, waarvoor het rijbewijs geldig was verklaard;

Opgeheven, art. 10.4°, KB 24-08-2007, BS 31-08-2007

§5. Om toegelaten te worden tot het theoretische en het praktische examen legt de kandidaat, die geen houder is van een Belgisch, Europees of buitenlands rijbewijs, bedoeld in artikel 23, § 2, 1° van de wet, een getuigschrift van theoretisch of praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool, voor.

Hij legt het praktische examen af met een lesvoertuig van de categorie A3, A1, A2, A, of B van een rijschool.

Artikel 73

De instellingen die instaan voor de geneeskundige en psychologische onderzoeken, bedoeld in artikel 38,§ 3, 3° en 4° van de wet, worden door de minister erkend als psycho-medische-sociale centra overeenkomstig de erkenningsvoorwaarden bepaald in dit besluit.

De geneeskundige en psychologische onderzoeken gebeuren in de vestigingen van de erkende instellingen.

Om erkend te worden moet de instelling op het moment van de erkenning minstens aan de volgende erkenningsvoorwaarden voldoen :

  • de instelling heeft een zetel op Belgisch grondgebied;
  • elke vestiging van de instelling beschikt over een multidisciplinair team dat minstens bestaat uit één arts en één psycholoog;
  • elke arts of psycholoog werkzaam in de vestiging is in België geregistreerd;
  • elke vestiging voldoet aan de technische uitrusting bepaald in bijlage 13 van het besluit;
  • de medische onderzoeken worden uitgevoerd door artsen met minimum 3 jaar beroepservaring;
  • de psychologische onderzoeken worden uitgevoerd door psychologen met minimum 3 jaar beroepservaring inzake het uitvoeren van psychodiagnostiek of assistenten in de psychologie met minimum 6 jaar beroepservaring inzake het uitvoeren van psychodiagnostiek. Deze assistenten staan onder leiding van een psycholoog met minimum 3 jaar beroepservaring inzake het uitvoeren van psychodiagnostiek;
  • de inhoud en methode van de onderzoeken voldoen aan bijlage 14 van dit besluit;
  • de instelling dient een dossier in bij de minister, bestaande uit :
    • de inhoudelijke procedure aangaande de onderzoeken en het multidisciplinair overleg tussen de artsen en psychologen,
    • de organisatie van de onderzoeken,
    • de integrale kwaliteitszorg,
    • een financieel plan.

Uit het dossier moet blijken dat de instelling op het moment van de erkenning aan alle erkenningsvoorwaarden zal voldoen;

  • de instelling houdt zich aan de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van personengegevens;
  • de instelling beschikt over voldoende capaciteit om de geneeskundige of psychologische onderzoeken die de kandidaat voor de eerste maal aflegt te laten plaatsvinden binnen de 14 dagen nadat de instelling het dossier van het openbaar ministerie heeft ontvangen;
  • de instelling verleent de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer die belast zijn met de controle op de naleving van de erkenningsvoorwaarden vrije toegang tot de lokalen van de vestigingen en inzage in de voor de controle relevante dossiers.

Wanneer de instelling niet langer voldoet aan de bepalingen van dit besluit kan de minister de erkenning schorsen of intrekken. De minister kan de schorsing of intrekking van de erkenning beperken tot die vestiging van de instelling die niet langer voldoen aan de bepalingen van dit besluit. De instelling wordt vooraf bij aangetekend schrijven op de hoogte gebracht van het voornemen tot schorsing of intrekking en krijgt de mogelijkheid om voorafgaand aan de beslissing haar standpunt kenbaar te maken.

De onderzoeken worden georganiseerd door de erkende instellingen en hebben betrekking op de normen en tests vermeld in bijlage 6 van dit besluit.

De kandidaat betaalt de kosten van de onderzoeken en de erelonen van de geneesheer en psycholoog. Deze kosten en erelonen komen overeen met de door de minister vastgelegde tarieven.

De geneesheer of de psycholoog bevestigt op het deelnemingsdocument het slagen door de vermelding «geschikt» met eventueel de toevoeging van voorwaarden of beperkingen die hij aanduidt en die, in voorkomend geval, zullen overgenomen worden op het teruggekregen of het verkregen rijbewijs.

Wanneer de kandidaat zowel een geneeskundig als psychologisch onderzoek heeft ondergaan, moet de geneesheer na overleg met de psycholoog beslissen of de kandidaat al dan niet « geschikt » is en onder welke voorwaarden of beperkingen.

De kandidaat die, bij twee achtereenvolgende medische of psychologische onderzoeken in dezelfde vestiging, niet geschikt werd bevonden of die de voorwaarden of beperkingen, toegevoegd aan de geschiktheidsverklaring, betwist, ondergaat op zijn aanvraag dezelfde onderzoeken in een andere vestiging van dezelfde of een andere instelling, aangewezen door de Minister of zijn gemachtigde.