23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Titel VII. Opheffingsbepalingen, overgangsbepalingen en inwerkingtreding

Artikel 84

Het voorlopig rijbewijs geldig verklaard voor de categorie A3 laat toe voertuigen van de categorie AM te besturen.

Artikel 85

§ 1. In afwijking van artikel 18, wordt de minimumleeftijd voor het verkrijgen van een rijbewijs vastgesteld op:

18 jaar voor de categorie A2:

a) als het gaat om een kandidaat die vóór 1 mei 2013 geslaagd is voor het praktisch examen voor het rijbewijs geldig voor de categorie A geldig gemaakt voor het besturen van motorfietsen met een vermogen van minder dan of gelijk aan 25 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan of gelijk aan 0,16 kW;

b) voor een houder van een voorlopig rijbewijs zoals bedoeld in § 2, die geslaagd is voor het praktisch examen tijdens de geldigheidsduur van dit voorlopig rijbewijs.

20 jaar voor de categorie A:

a) als het gaat om de houder van een rijbewijs geldig gemaakt voor het besturen van enkel motorfietsen met een vermogen van minder dan of gelijk aan 25 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan of gelijk aan 0,16 kW, afgegeven vóór 1 mei 2011. Er kan enkel vóór 1 mei 2014 gebruik gemaakt worden van deze afwijking;

b) als het gaat om de houder van een rijbewijs geldig gemaakt voor het besturen van enkel motorfietsen met een vermogen van minder dan of gelijk aan 25 kW en een vermogen/gewichtsverhouding) van minder dan of gelijk aan 0,16 kW, afgegeven, enerzijds ná 30 april 2011 en vóór 1 mei 2013, en anderzijds sinds ten minste twee jaar. Er kan van deze afwijking enkel gebruik gemaakt worden gedurende drie jaar te rekenen vanaf de datum van de afgifte van het rijbewijs A, geldig gemaakt voor het besturen van enkel motorfietsen met een vermogen van minder dan of gelijk aan 25 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan of gelijk aan 0,16 kW;

21 jaar voor de categorie A:

a) als het gaat om een houder van een voorlopig rijbewijs A afgeleverd vóór 1 mei 2013, die geslaagd is voor het praktisch examen tijdens de geldigheidsduur van dit voorlopig rijbewijs;

b) als het gaat om een kandidaat die vóór 1 mei 2013 geslaagd is voor het praktisch examen voor het rijbewijs geldig voor de categorie A.

§ 2. Het voorlopig rijbewijs A geldig gemaakt voor het besturen van motorfietsen met een vermogen van minder dan of gelijk aan 25 kW en een vermogen/gewichtsverhouding van minder dan of gelijk aan 0,16 kW wordt gelijkgesteld aan een voorlopig rijbewijs geldig gemaakt voor de categorie A2.

§ 3. De houder van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 afgeleverd vóór 1 mei 2013, legt dat voorlopig rijbewijs voor in plaats van één van de documenten bedoeld in artikel 35/1, eerste lid, 2°.

§ 4. De personen bedoeld in paragraaf 1, 2°, a) en b) zijn vrijgesteld van het theoretisch en het praktisch examen voor categorie A zolang de in deze paragraaf bedoelde afwijking uitwerking heeft.

Artikel 86

De kandidaten die vóór 1 mei 2013 geslaagd zijn voor het theoretisch examen voor categorie D worden onderworpen aan de voor deze datum van kracht zijnde bepalingen betreffende de scholing, het praktisch examen en de afgifte van het rijbewijs.

Artikel 87

De examinatoren, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk IV, die hun functie uitoefenen vóór 1 mei 2013 dienen voor wat betreft de rijbewijscategorieën waarin zij vóór 1 mei 2013 reeds bevoegd waren praktische rijexamens af te nemen enkel te voldoen aan de vereisten van kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing, bedoeld in deze afdeling.

De personen die vóór 1 mei 2013 werkzaam zijn in de instellingen bedoeld in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8° en 9° en die praktische rijexamens afnemen, ontvangen automatisch de erkenning van examinator in de zin van artikel 26 voor wat betreft de rijbewijscategorieën waarin zij vóór 1 mei 2013 reeds bevoegd waren praktische rijexamens af te nemen.

Artikel 88

§ 1. Artikel 38/1 is van toepassing op de voorlopige rijbewijzen afgegeven na 1 mei 2012 en op de examens geslaagd na 1 mei 2012.

§ 2. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A of A2 afgegeven voor 1 mei 2013 mag, indien hij het wenst, deelnemen aan de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2, eerste lid. In afwijking van artikel 35/1, eerste lid, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie Aof A2 waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A1.

De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A afgegeven voor 1 mei 2013 mag, indien hij het wenst, deelnemen aan de proef op het terrein buiten het verkeer van categorie A2 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 2, tweede lid. In afwijking van artikel 35/1, eerste lid, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie A waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie A2.

Artikel 89

In afwijking van artikel 38, § 2, derde lid, mag de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A tot en met 31 december 2018 het praktische examen afleggen met een motorfiets met een ledige massa van minder dan 175 kg en een vermogen van minder dan 50 kW, maar niet minder dan 40 kW.

Artikel 90

In afwijking van de bepalingen van artikel 38, §§ 4 tot 12, mogen de praktische examens tot 31 maart 2014 afgelegd worden met een voertuig dat voor de eerste keer voor 5 september 2005 ingeschreven werd en aan de volgende voorwaarden voldoet :

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie B + E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie B dat beantwoordt aan de voorwaarden voorgeschreven in artikel 38, § 3, en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten minste 1.000 kg, met een lengte van ten minste 9 m en dat niet behoort tot de categorie B en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 100 km/u. bereikt.

De kast van de aanhangwagen moet een breedte hebben van ten minste 1,6 m en een hoogte van ten minste 1,5 m, berekend vanaf de grond en moet voorzien zijn van een gesloten opbouw;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie C mag afgelegd worden met een voertuig behorend tot de categorie C waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 12.000 kg en de lengte ten minste 9 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.

Het voertuig moet voorzien zijn van een gesloten opbouw en van een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85.

Het voertuig moet een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie C + E mag afgelegd worden met een voertuig dat beantwoordt aan de in a) of in b) gestelde eisen :

a) geleed voertuig met een gesloten opbouw, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 18.000 kg en de lengte ten minste 14 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt. Het voertuig moet met een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85 uitgerust zijn;

b) samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie C dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in 2°, en een aanhangwagen, voorzien van een gesloten opbouw, met een lengte van ten minste 5 m, dat een maximale toegelaten massa van ten minste 18.000 kg en een lengte van ten minste 14 m heeft en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.

Het voertuig en het samenstel bedoeld in a) en b) moeten een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig of van het samenstel. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het voertuig of van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en, in het in b) bedoeld geval, verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie D mag afgelegd worden met een voertuig behorend tot de categorie D waarvan de lengte ten minste 10 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.

Het voertuig moet uitgerust zijn met een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie D+E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D dat beantwoordt aan de in 4° voorgeschreven voorwaarden en een aanhangwagen voorzien van een gesloten opbouw, met een maximale toegelaten massa van ten minste 1.500 kg, dat een lengte van ten minste 14 m heeft en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie C1 mag afgelegd worden met een voertuig van de categorie C1, waarvan de maximale toegelaten massa ten minste 5.500 kg en de lengte ten minste 5,5 m bedraagt en dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.

Het voertuig moet van een gesloten opbouw en van een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85 voorzien zijn.

Het voertuig moet een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het voertuig. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het voertuig. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie C1 + E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie C1, dat beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in 6°, en een aanhangwagen, voorzien van een gesloten opbouw, met een maximale toegelaten massa van ten minste 2.500 kg, dat een lengte van ten minste 9 m heeft en op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u. bereikt.

Het samenstel moet een lading hebben waarvan het gewicht ten minste gelijk is aan de helft van het nuttige laadvermogen van het samenstel. De examinator kan, indien nodig, overgaan tot een weging van het samenstel. De lading mag niet bestaan uit ADR producten, noch uit levende dieren of uit producten die misselijkheid veroorzaken. De lading moet degelijk vastgemaakt zijn en verdeeld zijn over het trekkende voertuig en de aanhangwagen;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie D1 mag afgelegd worden met een voertuig van de categorie D1, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.

Het voertuig moet met een tachograaf als bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 3821/85 uitgerust zijn;

het praktische examen voor het behalen van een rijbewijs voor de categorie D1 + E mag afgelegd worden met een samenstel, bestaande uit een voertuig van de categorie D1, dat beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in 8°, en een aanhangwagen, voorzien van een gesloten opbouw, met een maximale toegelaten massa van ten minste 1.500 kg, dat op een horizontale weg een snelheid van ten minste 80 km/u bereikt.

Artikel 90bis

Opgeheven bij art. 62 K.B. 28 april 2011 (B.S. 4 mei 2011)

Artikel 90ter

§ 1. Opgeheven bij art. 63 K.B. 28 april 2011 (B.S. 4 mei 2011)

§ 2. Opgeheven bij art. 63 K.B. 28 april 2011 (B.S. 4 mei 2011)

§ 3. De houders van een rijbewijs geldig voor de categorie B en van een rijgetuigschrift voor landbouwtractor, afgeleverd voor 15 september 2006 bekomen een rijbewijs geldig voor de categorie G zonder een opleiding te moeten volgen, noch het slagen voor een theoretisch of praktisch examen.

Artikel 90quater

Opgeheven bij art. 9, K.B. 28-12-2006 (B.S. 10-01-2007)

Artikel 91

Treden in werking op 1 oktober 1998 :

de artikelen 23 en 36 van de wet van 18 juli 1990 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 en de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen;

dit besluit.

Artikel 92

Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Landsverdediging en Onze Staatssecretaris voor Veiligheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.