27 FEBRUARI 2013. - Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 24 maart 1997, 19 juli 2000, 22 december 2003 en 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van sommige overtredingen.
[BS 23-08-2013]

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor het toepassen van de procedure die in dit besluit geregeld wordt, kunnen enkel de bevoegde personen bedoeld in artikel 3, 1°, 2° et 7° van de Wegcode, door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep gemachtigd worden.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt aan artikel 1 een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “Voor de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, zijn ook de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, bevoegd.”.

Artikel 2

Onder de in artikel 65 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, vastgestelde voorwaarden, kunnen de in artikel 2 van bijlage 1 bij dit besluit aangewezen en op een openbare plaats vastgestelde overtredingen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen, aanleiding geven tot de inning, per overtreding, van de in dezelfde bijlage vermelde sommen.

Artikel 3

Voor de inning en de consignatie van een som wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg.

Indien tegelijkertijd verschillende overtredingen ten laste van een zelfde overtreder worden vastgesteld, moeten ze op hetzelfde formulier worden vermeld.

Voor de toepassing van de inningsprocedure mag dit formulier worden vervangen door een proces-verbaal indien de som niet werd geïnd op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding.

Artikel 4

Het totaal van de in artikel 2 bedoelde te innen sommen mag ten laste van een zelfde overtreder 2.750 euro niet overschrijden.

Artikel 5

De betaling kan op de volgende manier geschieden :

1. Betaling in geld

1.1. De betaling in geld is van toepassing op personen die geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben. Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :

  • strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
  • strook B aan het boekje gehecht blijft;
  • strook C aan de overtreder wordt afgegeven.

1.2. De som wordt betaald in euro met bankbiljetten en, in voorkomend geval, met munten van 1 of 2 euro of 50 cent.

2. Betaling met bank- of kredietkaart

2.1. De betaling met een bank- of kredietkaart is van toepassing op personen die al dan niet een woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben.

Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :

  • strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
  • strook B aan het boekje gehecht blijft;
  • strook C aan de overtreder wordt afgegeven.

2.2. De te innen som wordt steeds uitgedrukt in euro.

3. Betaling met overschrijving

3.1. De betaling met overschrijving is slechts van toepassing op personen die een woonplaats of vaste verblijfplaats in België hebben. Voor die betaling vult de bevoegde agent de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan :

  • strook A dezelfde dag wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;
  • strook B aan het boekje gehecht blijft;
  • strook C aan de overtreder wordt afgegeven.

3.2. Een document met een overschrijvingsformulier wordt aan de overtreder overhandigd tegelijkertijd met de strook C van het formulier of wordt tegelijkertijd met of na het afschrift van het proces-verbaal gestuurd. Dit document bevat de elementen die zijn opgenomen in het model voorgeschreven in bijlage 3 van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg. Het kan evenwel bijkomende inlichtingen bevatten.

In het in 3.1 bedoelde geval wordt de gestructureerde mededeling op het overschrijvingsformulier overgenomen op het formulier.

3.3. De betaling met overschrijving wordt uitgevoerd binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de in 3.2 bedoelde afgifte of verzending van het document.

3.4. De gestructureerde mededeling wordt vermeld als mededeling van de overschrijving.

De datum van betaling door de bankinstelling dient als bewijs van de datum van betaling.

3.5. De te innen som wordt steeds uitgedrukt in euro.

4. De overtreder mag slechts van één betalingswijze toepassing maken.

Artikel 6

§ 1. Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft en de voorgestelde som niet onmiddellijk betaalt, is de per overtreding in consignatie te geven som gelijk aan de te innen som.

Het totaal van de ter plaatse te consigneren sommen mag ten laste van een zelfde overtreder 2.750 euro niet overschrijden.

§ 2. In geval van consignatie van een som wordt gebruikgemaakt van genummerde formulieren die samengevoegd zijn in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg. Indien tegelijkertijd meerdere overtredingen ten laste van een zelfde overtreder worden vastgesteld, moeten ze op hetzelfde formulier worden vermeld.

§ 3. De in artikel 5, 1 en 2 bedoelde procedure is van toepassing in geval van consignatie van een som.

Artikel 7

Wanneer een formulier voor inning of consignatie van een som ongeldig moet worden gemaakt, constateert de ambtenaar die er houder van is, die ongeldigmaking door middel van een gedagtekende en ondertekende vermelding op alle stroken van het formulier.

Artikel 8

De overeenkomstig de artikelen 2, 4 en 6 in geld geïnde of geconsigneerde sommen worden minstens eenmaal om de twee weken gestort aan de Federale Overheidsdienst Financiën.

Artikel 9

Alle bescheiden betreffende de inning of de consignatie van een som worden gedurende vijf jaar bewaard in de kantoren waartoe de in artikel 1 bedoelde personen behoren.