15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 23.03.1968]

Hoofdstuk I: Begripsomschrijving en toepassingssfeer

Artikel 2. Toepassingssfeer

§1. De bepalingen van dit algemeen reglement zijn toepasselijk op de auto's die rijden onder dekking van een Belgische inschrijvingsplaat en op de erdoor getrokken Belgische aanhangwagens.

§2. Nochtans zijn zekere voertuigcategorieen slechts onderworpen aan bepaalde voorschriften van dit algemeen reglement.

Deze zijn:

De voertuigen in dienst genomen voor 15 juni 1968, met uitzondering van de landbouwaanhangwagens vermeld onder punt 11°.

Deze zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 10, § 2, punten 9 en 10 § 4, punt 1, eerste lid, 18§3, 19§3, 20§1, derde lid, §2, 21, 22, 23 tot 23undecies, 24, 25, 26, 28, 31§§1, 3, 4, 32§§1, 2, 3, 34§§1, 3, 36, 39, 40, 54, 55, 56, 67§§1, 4, 70 tot 78 van dit besluit;

De voertuigen in dienst genomen na 15 juni 1968 en voor 15 juni 1969.

Deze zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 3 tot 16ter, 17 tot 19, 20§1 derde lid, §2, 21 tot 58, 59§2, §3, §4, §5, 64 §2, §3, 65 tot 78 van dit besluit;

De voertuigen van speciale constructie die, wegens bouw en oorsprong, op horizontale wegen een snelheid van ten hoogste 30 km/u. kunnen bereiken, evenals de aanhangwagens van speciale constructie die niet uitgerust zijn met een ophanging en waarvan de snelheid tot 30 km/u. wordt beperkt.

Deze zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 3 § 1, 10 § 4.1, 28, 31, 32, 32bis, 34, 43, 44, 45, 47, 54, 70 en 78 van dit besluit.

De voertuigen van speciale constructie die, wegens constructie en oorsprong, op horizontale wegen de snelheid van 30 km/u. kunnen overschrijden, evenals de aanhangwagens van speciale constructie die niet uitgerust zijn met een ophanging en waarvan de snelheid 30 km/u. overschrijdt.

Deze zijn slechts onderworpen aan de artikelen 3 § 1, 10 § 4 tot 22 en 25 tot 82 van dit besluit.

De voertuigen ingeschreven onder een voor het Ministerie van Landsverdediging bestemd bijzonder plaatnummer.

Deze zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 28§1, §2, 43§2, §3, 44§1, 45, 54, 70§2 en 78 van dit besluit.

De voertuigen ingeschreven onder een tijdelijke kentekenplaat, of onder een CD-plaat, alsook de verongelukte voertuigen, ingeschreven onder deze platen.

Deze zijn enkel onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 10, § 4; 23 tot 23undecies; 24; 26; 28; 30 tot 35; 41; 42, eerste tot vijfde lid; 43 punt 1; 44 tot 53; 55; 57, §§1 tot 4; 58; 59; 67; 70; 71 en 78 van dit besluit.

De voertuigen die sedert meer dan vijfentwintig jaar in gebruik zijn genomen en die ingeschreven zijn onder een van de kentekenplaten bedoeld in artikel 4, § 2 van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, zijn enkel onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 10 § 4, punt 1, eerste lid, 23 §§ 1, 3, 4, 5, 6 en 7, 23sexies §1, 1°, 3° en 6°, en § 2, 25, 26, 42, 45 § 1, 1° en 3°, 47 § 1, punt 1, eerste lid, 54 § 1, 1° en 3°, 70§2 en 80 van dit besluit.

Deze voertuigen zijn uitgesloten van volgend gebruik :

  • commercieel en professioneel gebruik;
  • woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer;
  • bezoldigd vervoer en met bezoldigd vervoer van personen gelijkgesteld gratis vervoer;
  • gebruik als werktuig of werkmiddel alsook voor interventieopdrachten.

Voor voertuigen uitgerust met rupsbanden wordt het gebruik beperkt tot :

  • oldtimermanifestaties;
  • proefritten binnen een straal van 3 km vanaf de stallingsplaats van het voertuig.

De toeristische miniatuurtreinslepen gebezigd als attractie, met een snelheid van ten hoogste 25 km/u., mits de exploitatie ervan, door de gemeenteoverheid als "openbare ontspanning" wordt toegelaten en zij voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke machtiging.

Deze zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 28, 31, 32, 32bis, 34, 43, 44, 45, 54 en 70 van dit besluit.

De landbouwaanhangwagens van ambachtelijke makelij, bestemd om gebruikt te worden door de aanvrager (hierin begrepen alle vormen van onderlinge bedrijfshulp of gemeenschappelijk gebruik) en om uitsluitend getrokken te worden door landbouwvoertuigen voor traag vervoer, zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 3bis, 10 § 2.8, 10 § 2.11, 17, 18, 19§1, 21§1, 22, 23 tot 23undecies, 24§§1 tot 4, 25, 26, 27, 28, 31, 32§5, 32bis, 34§1, 35, 47 tot 53, 54§1, 1°, 3°, 5°, §2, §3, §4 en §8, 55, 78, 80 en 81 van dit besluit.

Deze voertuigen mogen niet in de handel gebracht worden.

10° De landbouwaanhangwagens gebouwd door de erkende constructeurs als "enig voertuig" en bestemd om uitsluitend getrokken te worden door landbouwvoertuigen voor traag vervoer zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 3bis, 10 § 2.8, 10 § 2.11, 17, 18, 19§1, 21§1, 22, 23 tot 23undecies, 24§1 tot 3, 25, 26, 27, 28, 31, 32§5, 32bis, 34, 35, 47 tot 53, 54§1, 1°, 3°, 5°, §2, §3, §4 en §8, 55, 78, 80 en 81 van dit besluit.

11° De landbouwaanhangwagens in dienst genomen voor 15 juni 1968, voor zover dat zij onderwerp uitmaakten van een identificatie en een regularisatie, hetzij door een organisme voor automobielinspectie, hetzij door het Ministerie van Landbouw.
Deze zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 3bis, 10 § 2.8, 10 § 2.9, 10 § 2.10, 21§1, 25, 26§2, 28, 31, 32§1, §2, §3, 34§1, 54§1, 1°, 3°, 5°, 55 en 78 van dit besluit.

12° De zelfrijdende voertuigen gebruikt als praalwagen en de voertuigen die een praalaanhangwagen trekken en slechts bij uitzondering op de openbare weg komen ter gelegenheid van behoorlijk toegelaten folkloristische manifestaties, ofwel voor proefritten met het oog op die manifestaties, ofwel om zich naar die manifestaties te begeven, met een snelheid van ten hoogste 25 km per uur, en zij voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke machtiging.

Deze zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van artikel 44, 45, 54 en 70 van dit besluit.

§3. De landbouwmotors en hun aanhangwagens zijn slechts onderworpen aan de bepalingen van het artikel 3 van dit besluit.

§3bis. Zijn niet onderworpen aan de voorschriften van onderhavige algemeen reglement: de rupsvoertuigen van het leger evenals de privé-voertuigen van de leden van de Strijdkrachten, van de leden van het burgerpersoneel en van de personen ten laste, ingeschreven door de Opperbevelhebber van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland bij toepassing van de bepalingen van het Verdrag ter aanvulling van de Overeenkomst tussen de Lid-Staten van het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende het Statuut van hun Strijdkrachten, inzake de in de Duitse Bondsrepubliek gelegerde eenheden, en van het Ondertekeningsprotokol van het aanvullend Verdrag, ondertekend te Bonn op 3 augustus 1959 en bekrachtigd door de wet van 6 mei 1963.

Dit besluit is evenmin van toepassing op vierwielers, met een lege massa van ten hoogste 400 kg (550 kg voor voertuigen gebruikt in het goederenvervoer), exclusief de massa van de batterijen in elektrische voertuigen, met een motor met een netto maximumvermogen van ten hoogste 15 kW. Deze voertuigen worden beschouwd als driewielers.

§3ter. Zijn niet onderworpen aan de voorschriften van onderhavig algemeen reglement : de praalaanhangwagens die slechts bij uitzondering op de openbare weg komen ter gelegenheid van behoorlijk toegelaten folkloristische manifestaties, ofwel voor proefritten met het oog op die manifestaties, ofwel om zich naar die manifestaties te begeven, met een snelheid van ten hoogste 25 km per uur, en zij voldoen aan de voorschriften van de gemeentelijke machtiging.

§4. De in het buitenland ingeschreven motorvoertuigen moeten, om in België tot het verkeer op de openbare weg te worden toegelaten, voldoen aan de technische eisen opgenomen in de Internationale conventie inzake het wegverkeer.

Dit geldt eveneens voor de buitenlandse aanhangwagens die erdoor getrokken worden of die getrokken worden door een in België ingeschreven motorvoertuig.

Op gebied van massa's en afmetingen moeten deze voertuigen voldoen aan de bepalingen van artikel 32bis.

In het buitenland ingeschreven voertuigen, bestemd voor uitzonderlijk vervoer, die de maximumwaarden inzake massa's en afmetingen, voorzien in artikel 32bis , overschrijden, mogen het wegennet op het Belgisch grondgebied gebruiken volgens een reisweg die door de Dienst Uitzonderlijk Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer vastgelegd wordt mits ze gedekt zijn door een speciale toelating tot het verkeer, afgegeven door de bevoegde autoriteit van het land van inschrijving. Deze toelating wordt aangemerkt als een afwijking van artikel 32bis, op dezelfde wijze als die conform met artikel 78, § 1, 2°, b) van dit besluit afgeleverd zou worden.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden woorden “op het Belgische grondgebied” vervangen door de woorden “binnen het Vlaamse Gewest” en worden de woorden “de Dienst Uitzonderlijk Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer” vervangen door de woorden “het Agentschap”.

Alleen de originele toelating of een door een bevoegde autoriteit van het land van oorsprong gelijkvormig verklaarde kopie is geldig.