15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk II: Goedkeuring

Artikel 4. Procedures voor de controle van de overeenstemming

§1. De overheid bevoegd voor goedkeuring neemt alle nodige maatregelen om, zo nodig in samenwerking met de overheden die bevoegd zijn voor goedkeuring in andere Lidstaten, te verifiëren of afdoende maatregelen werden genomen om te waarborgen dat het of de voertuigen, systemen, onderdelen of, volgens het geval, de technische eenheden in productie in overeenstemming zijn met het goedkeuringscertificaat.

De voor de goedkeuring bevoegde overheid die een goedkeuring heeft verleend, mag, wat deze goedkeuring betreft, alle nodige maatregelen nemen om, zo nodig in samenwerking met de overheden die bevoegd zijn voor goedkeuring in andere Lidstaten, te verifiëren of de maatregelen bedoeld in lid 1 nog steeds afdoende blijven en of het of de voertuigen, systemen, onderdelen of, volgens het geval, de technische eenheden in productie in overeenstemming blijven met het goedkeuringscertificaat.

Hiervoor kan de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend alle verificaties of alle tests doen die in dit besluit of in een van de regelgevingen opgesomd in bijlage 26 of bijlage 33 van dit besluit zijn voorgeschreven op monsters die in de bedrijfsgebouwen, inclusief de productiefaciliteiten, van de fabrikant zijn genomen.

De procedure voor de controle van de overeenstemming is bedoeld om te waarborgen dat elk voertuig, systeem, onderdeel en technische eenheid in productie overeenstemt met het goedkeuringscertificaat.

De procedures omvatten twee verrichtingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, nl. de beoordeling van de kwaliteits-bewakingssystemen, hierna de "eerste beoordeling" genoemd en de verificatie van het object van de goedkeuring en de productgerelateerde controles, hierna de "maatregelen betreffende de overeenstemming" genoemd.

§2. Eerste beoordeling

1. Vóór een goedkeuring wordt uitgereikt, controleert de bevoegde overheid of er voldoende maatregelen en procedures bestaan die een effectieve controle kunnen waarborgen, zodat de betrokken onderdelen, systemen, technische eenheden of voertuigen, zodra ze in productie zijn, overeenstemmen met het goedkeuringscertificaat.

2. De goedkeuringsinstantie verifieert bij de fabrikant of zijn mandataris of de vereiste bedoeld in § 2, lid 1 is nageleefd.

3. De feitelijke eerste beoordeling en/of verificatie worden uitgevoerd door de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring verleent of door een aangewezen orgaan dat optreedt namens de overheden die bevoegd zijn voor de goedkeuring.

4. Voor het bepalen van de omvang van de eerste beoordeling, mag de goedkeuringsinstantie rekening houden met de beschikbare informatie met betrekking tot :

  • de certificering van de fabrikant die niet als voldoende wordt beschouwd of niet wordt erkend,
  • in het geval van de goedkeuring van een onderdeel of van een technische eenheid, de beoordelingen van de kwaliteitsbewaking uitgevoerd door de voertuigfabrikant(en) in de bedrijfsgebouwen van de fabrikant van het onderdeel of van de technische eenheid, overeenkomstig een of meer specificaties van de bedrijfstak die voldoen aan de voorschriften van de geharmoniseerde norm EN ISO 9002 :1994 of de norm EN ISO 9001 :2000, eventueel met uitzondering van de ontwerp- en ontwikkelingsconcepten genoemd in punt 7.3 "Customer Satisfaction and Continual Improvement".

5. De feitelijke eerste beoordeling en/of verificatie mag ook worden uitgevoerd door de EG-goedkeuringsinstanties van een andere Lidstaat of door het orgaan dat daartoe is aangewezen door de EG-goedkeurings-instanties, die een verklaring van overeenstemming opstellen waarin de gebieden en de productiefaciliteiten staan vermeld, alsook de richtlijn of de verordening die van belang worden geacht voor de goed te keuren producten, dat wil zeggen de relevante bijzondere richtlijn wanneer het goed te keuren product een systeem, onderdeel of technische eenheid is, en de richtlijn indien het over een compleet voertuig gaat.

6. Na ontvangst van een aanvraag voor een verklaring van overeenstemming van de goedkeuringsinstanties van een Lidstaat die een EG-goedkeuring verleent, stuurt de EG-goedkeuringsinstantie de verklaring van overeenstemming of deelt zij mee dat zij geen verklaring kan afgeven.

7. De verklaring van overeenstemming moet ten minste de volgende inlichtingen omvatten :

  • Groep of onderneming;
  • Organisatie;
  • Fabrieken/vestigingsplaatsen;
  • Voertuigen/onderdelenserie;
  • Beoordeelde afdelingen;
  • Onderzochte documenten;
  • Beoordeling.

8. De goedkeuringsinstantie aanvaardt de afdoende certificering van de fabrikant volgens de geharmoniseerde norm EN ISO 9002 :1994 (waaronder de productiefaciliteiten en de goed te keuren producten vallen) of EN ISO 9001 :2000, eventueel met uitzondering van de ontwerp- en ontwikkelingsconcepten van 7.3 "Customer Satisfaction and Continual Improvement", of volgens een geharmoniseerde norm die voldoet aan de vereisten met betrekking tot de eerste beoordeling.

9. De fabrikant moet alle nodige inlichtingen verschaffen over de certificering en zich ertoe verbinden de goedkeuringsinstanties op de hoogte te brengen van elke wijziging in de geldigheid of het toepassingsgebied ervan.

10. Bij de goedkeuring van een compleet voertuigtype, moeten de eerste beoordelingen die zijn uitgevoerd door de goedkeuring van de systemen, onderdelen en technische eenheden van het voertuig niet worden herhaald, maar dienen ze te worden aangevuld met een beoordeling van de productiefaciliteiten en de activiteiten die betrekking hebben op de montage van het complete voertuig en die niet eerder werden beoordeeld.

§3. Maatregelen betreffende de overeenstemming

1. Elk voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid goedgekeurd op grond van dit hoofdstuk of van een bijzondere richtlijn of van een bijzondere verordening moet zo zijn vervaardigd dat het/zij in overeenstemming is met het goedgekeurde type, met name dat het voldoet aan de vereisten hetzij van dit besluit, hetzij van de richtlijn of van de bijzondere richtlijnen of van de bijzondere verordening die vermeld staan op de volledige lijst van bijlage 26 of bijlage 33.

2. Bij het verlenen van een goedkeuring verifieert de goedkeuringsinstantie het bestaan van afdoende maatregelen en gedocumenteerde controleplannen, die bij elke goedkeuring moeten worden overeengekomen met de fabrikant, om op gezette tijden de bijhorende tests of controles uit te voeren die nodig zijn om na te gaan of er nog steeds overeenstemming is met het goedkeuringscertificaat.

3. De houder van een goedkeuring moet de volgende voorwaarden vervullen :

  1. Hij moet ervoor zorgen dat de procedures bestaan en worden toegepast voor een doeltreffende controle van de overeenstemming van het of de producten (voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden) met het goedkeuringscertificaat.
  2. Hij moet toegang hebben tot de test- en andere geschikte apparatuur die nodig is om de overeenstemming met elk goedkeuringscertificaat te verifiëren.
  3. Hij moet ervoor zorgen dat de test- of controleresultaten worden vastgelegd, dat de bijgevoegde documenten beschikbaar blijven en erover waken dat deze inlichtingen gedurende tien jaar behouden en beschikbaar blijven.

Binnen de 8 dagen na het faillissement of de vereffening moet hij aan de curator of de vereffenaar, volgens het geval, het(de) informatiedossier(s) en de goedkeuringscertificaat(caten) meedelen.

De bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk voor de mededeling van voormelde documenten.

Is er geen overnemer binnen het jaar na de aanstelling van de curator of de vereffenaar, dan moet hij in voorkomend geval binnen een termijn van 8 dagen vanaf het verstrijken van een termijn van één jaar, voormelde documenten bezorgen aan de goedkeuringsinstantie.

In geval van overname worden de documenten meegedeeld aan de overnemer, die ervoor moet zorgen dat ze behouden en beschikbaar blijven.

4. Hij moet de resultaten van elke soort test of controle analyseren om te verifiëren en te garanderen dat de eigenschappen van het product stabiel blijven, daarbij rekening houdend met bepaalde schommelingen die eigen zijn aan de industriële productie.

5. Hij moet erover waken dat voor elk soort producten ten minste de controles worden verricht die zijn voorgeschreven door dit besluit, door de richtlijn, alsmede de tests voorzien in de van toepassing zijnde bijzondere richtlijnen of de bijzondere verordeningen opgesomd in de volledige lijst van bijlage 26 of bijlage 33 van dit besluit.

6. Hij moet ervoor zorgen dat elk geheel van monsters of proefstukken dat op het einde van de betrokken test of controle niet in overeenstemming blijkt te zijn aanleiding geven tot verdere bemonstering en tot nieuwe tests of controles. Alle nodige maatregelen moeten worden genomen om de overeenstemming van de desbetreffende productie te herstellen.

7. Bij de goedkeuring van een compleet voertuig, blijven de controles bedoeld in punt 5 beperkt tot het verifiëren van de juistheid van de bouwspecificaties met betrekking tot de goedkeuring, en met name het inlichtingenformulier bedoeld in bijlage 25 van dit besluit en de gegevens die nodig zijn voor de overeenstemmingsattesten bedoeld in bijlage 31 van dit besluit.

§4. Continue verificatie

  1. De goedkeuringsinstantie kan te allen tijde de in elk productiebedrijf toegepaste methoden voor de controle van de overeenstemming verifiëren.
  2. De normale regeling is de blijvende effectiviteit van de procedure van de eerste beoordeling en van de controle van de overeenstemming te verifiëren.
  3. De toezichtactiviteiten van een certificatie-instelling die bevoegd of erkend is volgens de modaliteiten bedoeld in § 2, punt 8 moeten als toereikend worden beschouwd voor wat de naleving betreft van de vereisten van § 4, punt 2 met betrekking tot de procedures die voor de eerste beoordeling zijn vastgesteld.
  4. De normale frequentie van de verificaties uitgevoerd door de goedkeuringsinstantie moet zodanig zijn dat er kan worden gewaarborgd dat de controles uitgevoerd op grond van § 2 en 3 worden herzien over een periode die past bij het vertrouwensklimaat gesteld door de goedkeuringsinstanties en die niet groter mag zijn dan drie jaar.
  5. Bij elke evaluatie moeten de test- of verificatie- en productiegegevens ter beschikking worden gesteld van de inspecteur. Met name moeten dossiers van die tests of verificaties worden voorgelegd die vereist zijn volgens § 3 punt 2.
  6. Indien de aard van de test zich hiertoe leent, mag de inspecteur willekeurig monsters nemen om te worden getest in het laboratorium van de fabrikant of van de technische dienst. Het minimumaantal monsters mag worden bepaald aan de hand van de resultaten van de door de fabrikant zelf verrichte verificatie.
  7. Wanneer het niveau van de controle onvoldoende blijkt te zijn of indien het nodig blijkt de geldigheid te verifiëren van de tests die zijn uitgevoerd op grond van § 4 punt 5, selecteert de inspecteur monsters die worden opgestuurd naar de technische dienst die de goedkeuringstests heeft verricht.
  8. Als een controle of verificatie onbevredigende resultaten oplevert, zorgt de goedkeuringsinstantie ervoor dat de nodige maatregelen worden genomen om de overeenstemming van de productie zo snel mogelijk te herstellen.