15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1938]
Hoofdstuk II: Goedkeuring
OPGELET: artikel 16 werd gewijzigd door het KB van 14-04-2009 (BS 28-04-2009, 4e editie).
De uiterste datum van inwerkingtreding is 29 oktober 2014, doch voor bepaalde voertuigcategorieën is de inwerkingtreding reeds vroeger voorzien:
- Wat de goedkeuring van de voertuigen van de categorie M1 en de complete en incomplete voertuigen van de categorieën M2 en M3 en de goedkeuring van nieuwe systemen, onderdelen of technische eenheden betreft : 29 april 2009.
- Wat de goedkeuring van de voltooide voertuigen van de categorieën N2, N3, M2 en M3 betreft : 29 april 2010.
- Wat de goedkeuring van de complete en incomplete voertuigen van de categorieën N1, N2, N3, O1, O2, O3, O4 betreft : 29 oktober 2010.
- Wat de goedkeuring van de voertuigen voor speciale doeleinden van de categorie M1 betreft : 29 april 2011.
- Wat de goedkeuring van de voltooide voertuigen van de categorieën N1, O1, O2, O3 en O4 betreft : 29 oktober 2011.
- Wat de goedkeuring van de voertuigen voor speciale doeleinden van de categorieën N1, N2, N3, M2, M3, O1, O2, O3 en O4 betreft : 29 oktober 2012.
Artikel 16. Identificatie van de voertuigen
§1. Chassisnummer.
Elk chassis of zelfdragend voertuig moet voorzien zijn van een nummer dat als chassisnummer wordt beschouwd, en dat verschillend is voor elk voertuig van eenzelfde merk en bestaande uit een reeks van ten minste drie en ten maximale zeventien letters of cijfers .
Die tekens moeten een hoogte van ten minste 7 mm hebben en zodanig van alle andere opschriften gescheiden zijn dat alle twijfel uitgesloten is.
Bij het indienen van de goedkeuringsaanvraag moet de aanvrager tegelijkertijd een model van het chassisnummer en de betekenis van de verschillende erin voorkomende symbolen insturen.
Het model van al de gebruikte cijfers en letters moet aan het Bestuur van het Voertuig kenbaar gemaakt worden.
Uitsluitend dat nummer mag in de officiële bescheiden als chassisnummer worden aangegeven. Het moet er in zijn geheel in voorkomen .
Het chassisnummer moet door de constructeur, de mandataris of door een door hen behoorlijk gemachtigde persoon goed leesbaar ingeslagen zijn in een langsligger of, wanneer het voertuig niet van langsliggers is voorzien, in een belangrijk constructief element van de carrosserie, zodat het niet kan verdwijnen door een licht ongeval. Niemand anders mag het chassisnummer inslaan, uitwissen of wijzigen.
De plaats van het chassisnummer wordt door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde goedgekeurd.
Het chassisnummer moet steeds goed zichtbaar zijn en mag nimmer verborgen worden door een latere inrichting van het voertuig.
Indien, naar het oordeel van de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde, het chassisnummer van een aanhangwagen of oplegger aanleiding tot misverstand kan geven, kan hij voorschrijven dat een bepaald chassisnummer wordt ingeslagen of verwijderd.
§2. Identificatieplaat.
Op een plaat die op een gemakkelijk te bereiken plaats aan het voertuig moet gelast of geklonken worden of op een plastic zelfklever die zichzelf vernietigt bij het verwijderen, moet de constructeur of de mandataris met onuitwisbare tekens vermelden:
hetzij 1°:
- het merk en het type van het voertuig;
- het chassisnummer;
- het nummer van het proces-verbaal van goedkeuring voor voertuigen onderworpen aan de typekeuring;
- het M.T.M. van het voertuig en van de sleep voor personen-auto's. Ingeval de personenauto niet kan worden gebruikt voor het slepen van een aanhangwagen wordt "Nihil" geschreven in het vak voorbehouden voor de aanduiding van het M.T.M. van de sleep.
De gegevens van deze identificatieplaat moeten in één van de landstalen zijn opgesteld.
hetzij 2°:
de hierna vermelde gegevens en in aangegeven volgorde:
- de naam van de constructeur;
- het nummer van het proces-verbaal van goedkeuring;
- het chassisnummer;
- de maximale toegelaten massa van het voertuig;
- de maximale toegelaten massa van de sleep;
- de maximale toegelaten massa voor elk der assen, vermeld in volgorde van voren naar achter.
De assen moeten in dezelfde volgorde worden genummerd.
In geval van een oplegger, moet voor de eerste as als maximale toegelaten massa onder het steunpunt worden vermeld.
De constructeur mag het nummer van het proces-verbaal van goedkeuring ook vermelden op een plaatje dat geen deel uitmaakt van de identificatieplaat.
Bij aanhangwagens en opleggers moet de identificatieplaat zijn aangebracht op het chassis of, bij een zelfdragende carrosserie, op een belangrijk deel ervan.
Betreft het een in oude staat ingevoerd, voor het eerst in België in dienst gesteld voertuig, dan voorziet de invoerder van dat voertuig zelf het voertuig van de identificatieplaat beschreven onder 1°. Deze plaat mag nochtans slechts worden aangebracht op voorwaarde dat het betrokken voertuig, door de bouwer of de mandataris, reeds van een plaat werd voorzien waarop ten minste het merk, type en chassisnummer van het voertuig voorkomen.
De door de invoerder van het voertuig aangebrachte plaat moet, onder de door de Minister van Verkeerswezen vast te stellen voorwaarden, door een merkteken van een door hem erkend organisme voor de motorvoertuiginspectie worden gevalideerd.
§3. Bij de landbouwaanhangwagens zoals bedoeld in artikel 2, §2, 8° en 9° gebeurt de identificatie van het voertuig door het aanbrengen van een metalen plaat, die op een gemakkelijk te bereiken plaats aan het voertuig moet gelast of geklonken worden. Deze identificatieplaatwordt aangebracht door het Bestuur voor Landbouwtechniek van het Ministerie van Landbouw. Op deze plaats zal vermeld worden:
1° indien het een aanhangwagen betreft, gebouwd door of voor rekening van een landbouwer:
- de meldingen: landbouwaanhangwagen
ambachtelijke categorie
- het nr. van het PVG
- het chassisnummer
2° indien het een aanhangwagen betreft, gebouwd als eenmalig voertuig door een erkend constructeur:
- de meldingen: landbouwaanhangwagen
eenmalige categorie- het nr. van het PVG
- het chassisnummer
Toekomstige wetgeving : vanaf 29 oktober 2014 !!
Artikel 16. Het verstrekken van technische informatie
§1. Informatie voor gebruikers
1. De fabrikant mag geen technische informatie over de bij dit hoofdstuk of de bij de in bijlage 26 genoemde regelgevingen voorgeschreven gegevens verstrekken, die afwijkt van de gegevens die door de goedkeuringsinstantie zijn goedgekeurd.
2. Indien een regelgeving hierin specifiek voorziet, stelt de fabrikant de gebruikers alle relevante informatie en de vereiste instructies ter beschikking waarin de eventuele bijzondere voorwaarden voor of de beperkingen op het gebruik van een voertuig, onderdeel of technische eenheid worden beschreven.
Die informatie wordt in overleg met de goedkeuringsinstantie opgenomen in een passend begeleidend document, zoals de gebruikershandleiding of het onderhoudsboekje.
§2. Informatie voor fabrikanten van onderdelen of technische eenheden
1. De voertuigfabrikant verstrekt de fabrikanten van onderdelen of technische eenheden alle in de bijlage of het aanhangsel bij een regelgeving gespecificeerde gegevens en in voorkomend geval de tekeningen, die voor de EG-typegoedkeuring van onderdelen of technische eenheden zijn vereist of die zijn vereist om een vergunning krachtens artikel 15 § 3 te verkrijgen.
De voertuigfabrikant kan de fabrikanten van onderdelen of technische eenheden een bindende overeenkomst opleggen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van alle informatie die niet openbaar is, met inbegrip van informatie die verband houdt met intellectuele eigendomsrechten.
2. De fabrikant van onderdelen of technische eenheden die houder is van een EG-typegoedkeuringscertificaat dat overeenkomstig artikel 7, lid 4, punt 4 beperkingen op het gebruik en/of bijzondere montagevoorschriften bevat, verstrekt alle informatie hierover aan de voertuigfabrikant.
Indien een regelgeving hierin voorziet, verstrekt de fabrikant van onderdelen of technische eenheden instructies over beperkingen op het gebruik en/of bijzondere montagevoorschriften bij de geproduceerde onderdelen of technische eenheden.





