15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk IV: Autokeuring

Artikel 23decies. Geldigheid

§1. De geldigheidsduur van het keuringsbewijs is gelijk aan de periode begrepen tussen het tijdstip van de keuring en de voorziene datum voor de eerstvolgende periodieke keuring, zoals bepaald in artikel 23ter, wanneer bij de keuring vastgesteld werd dat :

het voertuig noch technische gebreken, noch tekortkomingen ten opzichte van de reglementaire bepalingen vertoont;

het voertuig bepaalde technische gebreken vertoont die, hoewel ze het niet gevaarlijk maken, van nabij moeten gevolgd worden;

het voertuig bepaalde tekortkomingen ten opzichte van de reglementaire bepalingen vertoont, waaraan gemakkelijk kan verholpen worden.

§2. De geldigheidsduur van het keuringsbewijs bedraagt drie maanden indien, ongeacht eventuele tekortkomingen zoals bepaald in §1 van dit artikel, enkel bepaalde administratieve tekortkomingen, omschreven door de Minister die de autokeuring onder zijn bevoegdheid heeft of door zijn gemachtigde, vastgesteld worden.

§3. De geldigheidsduur van het keuringsbewijs bedraagt vijftien dagen indien bij de keuring vastgesteld werd dat de staat van een onderdeel of van een groep van onderdelen of de tekortkomingen ten opzichte van de reglementaire bepalingen van zulke aard zijn dat het voertuig, zonder onmiddellijk gevaar op te leveren, ofwel dringend moet hersteld worden, ofwel moet gewijzigd worden om met de reglementering in overeenstemming te zijn.

§4. Het keuringsbewijs is zonder geldigheidsduur indien de staat van een onderdeel of van een groep van onderdelen of de tekortkomingen ten opzichte van de reglementaire bepalingen van die aard zijn dat het voertuig niet of niet meer in het verkeer mag gebracht worden.

In dergelijk geval wordt de melding "VERBODEN VOOR HET VERKEER" op het keuringsbewijs aangebracht.

§5. De kleur van het keuringsbewijs is groen in de gevallen bepaald in de §§1 en 2 van dit artikel, en rood in de gevallen bepaald in de §§3 en 4.

§6. Voor elk groen keuringsbewijs uitgereikt voor bedrijfsvoertuigen zoals bepaald in de §§1 en 2 wordt door de instelling een keuringsvignet op een vignetdrager gekleefd waarvan het model door de Minister die de autokeuring onder zijn bevoegdheid heeft of door zijn gemachtigde bepaald wordt. Het keuringsvignet vermeldt de vervaldatum van het keuringsbewijs en moet duidelijk zichtbaar blijven tot aan het volgende keuring :
op de binnenzijde van de voorruit, rechts bij motorvoertuigen,

in de nabijheid van de officiële nummerplaat op een effen, glad en niet-poreus vlak met een minimale hoogte van 8 cm en een minimale breedte van 10 cm bij aanhangwagens en opleggers,

Ingeval van verlies, diefstal of beschadiging van het keuringsvignet verzoekt de titularis van het voertuig, de instelling die het origineel uitgereikt heeft, een duplicaat te kleven.

§7. De geldigheidsduur van de voor de niet-periodieke keuring vermeld in artikel 23sexies, § 1, 3°, afgeleverde aanvraag om inschrijving bedraagt twee maanden.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister die de autokeuring onder zijn bevoegdheid heeft of door zijn gemachtigde” telkens vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.