15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk V: Gebruik

Artikel 24. Het keuringsbewijs

§1. Geen enkel volgens dit besluit aan de autokeuring onderworpen voertuig mag zich op de openbare weg bevinden, tenzij het voorzien is van een geldig keuringsbewijs, het overeenkomstig keuringsvignet en een met zijn gebruik overeenstemmend identificatieverslag of technische fiche en een document « Visuele keuring van het voertuig », voor zover deze documenten vereist zijn.

Dit verbod geldt niet voor voertuigen die zich op de openbare weg bevinden om:

leeg en langs de kortste weg de verplaatsing te doen :

a) tussen het station voor autokeuring en de woonplaats of exploitatiezetel van de titularis van het voertuig of de exploitatiezetel van de hersteller en omgekeerd;

b) tussen de woonplaats of de exploitatiezetel van de titularis van het voertuig en de exploitatiezetel van de hersteller en omgekeerd;

langs de kortste weg de verplaatsing te doen van de grenspost van binnenkomen in België tot de woonplaats of de exploitatiezetel van de titularis van het voertuig of het station voor autokeuring.

Zie ook : nota van de FOD Mobiliteit en Vervoer (B.S. 03-10-2005)

Toepassing van artikel 23, § 2, B, 4.b en 6 en van artikel 24, § 1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

Voor voertuigen (MTM hoger dan 3,5 T) die voor de remtest met een lading worden aangeboden wordt het KB van 15 maart 1968, laatst gewijzigd bij KB van 17 maart 2003, als volgt verduidelijkt :

  • Een lading kan een beperkte lading zijn om de minimum vereiste remdruk van 2 bar te bereiken, of een lading van minimum 2/3 van het MTM, uiteraard zonder het vereiste maximum te overschrijden.
  • Een voertuig waarvoor een keuringsbewijs « Verboden tot het verkeer » werd afgeleverd mag alleen op de weg van en naar het station, een garagehouder-hersteller en de gebruikelijke standplaats van het voertuig gebruikt worden, zelfs met lading indien deze nuttig was of is voor de remtest.
  • Een voertuig waarvoor een keuringsbewijs « Geldig voor 15 dagen » afgeleverd werd, mag als hierboven gebruikt worden en bovendien gedurende de bedoelde vijftien dagen gewoon gebruikt worden als de houder materieel of met een document (bevestiging door garagehouder-hersteller d.m.v. handtekening en stempel) kan aantonen dat het voertuig hersteld werd.
  • Voertuigen voorzien van alle andere keuringsbewijzen kunnen normaal gebruikt worden tot de vervaldatum (bedoelde keuringsbewijzen zijn groen).

Brussel, 17 augustus 2005.
De Minister van Mobiliteit,
R. LANDUYT

§2. Voor zover het voertuig ervan moet voorzien zijn, moeten het identificatieverslag en het keuringsbewijs en een document « Visuele keuring van het voertuig » vertoond worden op elk verzoek van een bevoegde persoon. Deze laatste trekt het keuringsbewijs in, bij vaststelling van een tekortkoming die een ernstig gevaar zou kunnen opleveren.

§3. De documenten die bij het voertuig horen te zijn, bevinden zich in het voertuig, wanneer dit in het verkeer gebruikt wordt.