15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk VI: Constructie

Artikel 27. Constructie van de voertuigen

Algemene bepalingen

Het voertuig moet, wat materialen. constructie en afwerking betreft, voldoen aan eisen, welke uit technische oogpunt aan goed en degelijk werk zijn te stellen. Lassen zijn slechts toegestaan voor zover zij voldoen aan de bepalingen van dit algemeen reglement en aan de door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde voorgeschreven normen.

In de langsliggers mogen, door anderen dan de constructeur, geen gaten worden aangebracht. Behalve in geval van strikte noodzaak mag, door anderen dan de constructeur, op een afstand van minder dan 2,5 cm van de rand, aan de flenzen van de langsliggers niet zijn gelast. Deze verbodsbepalingen gelden evenwel niet:

  • voor gaten in het lijf van de langsliggers, voor zover de afstand tussen twee gaten enerzijds en tussen de gaten en de flenzen anderzijds ten minste 3 cm bedraagt (deze afstanden worden gemeten vanaf de rand van de gaten en vanaf de buitenzijde van de flenzen);
  • voor lassen welke, bij verlenging of verkorting, over de gehele doorsnede van de langsliggers zijn uitgevoerd.

Aan de langsliggers mag evenwel niet worden gelast wanneer zulks door de constructeur uitdrukkelijk is verboden.

Geen der dragende delen van het chassis mag uit hout zijn vervaardigd.

Voertuigdelen moeten waar nodig gemakkelijk kunnen worden gesmeerd.

De autobussen en autocars moeten voorzien zijn van elastische stootkussens welke bij doorveren beschadigingen aan chassis en carrosserie voorkomen.