15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk VI: Constructie

Artikel 28. Lichten en reflectoren (1/4)

§1. Definities.

Voor de toepassing van het bepaalde in dit artikel, wordt verstaan onder:

1° Grootlicht : het voertuiglicht dat dient om de weg voor het voertuig over een grote afstand te verlichten.

2° Dimlicht : het voertuiglicht dat dient om de weg voor het voertuig te verlichten zonder de bestuurders van tegemoetkomende voertuigen en andere weggebruikers te verblinden of te hinderen.

3° Standlicht : het voertuiglicht dat, van voren gezien, dient om de aanwezigheid en de breedte van het voertuig aan te geven.

4° Achterlicht : het voertuiglicht dat, van achteren gezien, dient om de aanwezigheid en de breedte van het voertuig aan te geven.

5° Stoplicht : het voertuiglicht dat dient om andere weggebruikers die zich achter het voertuig bevinden kenbaar te maken dat de bestuurder de bedrijfsreminrichting bedient.

6° Kentekenplaatverlichting : de inrichting die dient om de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig te verlichten.

7° Richtingsaanwijzer : het voertuiglicht dat dient om andere weggebruikers ervan te verwittigen dat de bestuurder het voornemen heeft naar rechts of links van richting te veranderen.

8° Omtreklicht : het voertuiglicht dat, hetzij van voren, hetzij van achteren gezien, dient om de buitenomtrek van het voertuig aan te geven.

9° Parkeerlicht : het voertuiglicht dat, hetzij van voren, hetzij van achteren gezien, dient om de aanwezigheid van het geparkeerde voertuig aan te geven.

10° Mistlicht voor : het voertuiglicht dat dient om de verlichting van de weg in geval van mist, sneeuwval, dichte regen of stofwolken te verbeteren.

11° Mistlicht achter : het voertuiglicht dat dient om bij dichte mist de andere weggebruikers die zich achter het voertuig bevinden te verwittigen.

12° Achteruitrijlicht : het voertuiglicht dat dient om de weg achter het voertuig te verlichten en om de andere weggebruikers te waarschuwen dat het voertuig achteruit rijdt of gaat rijden.

13° Zoeklicht : het voertuiglicht dat dient om objecten in de nabijheid van het voertuig te verlichten.

14° Voorreflector : de inrichting die dient om de aanwezigheid van een voertuig kenbaar te maken door reflectie van licht, uitgestraald door een lichtbron die niet met het voertuig is verbonden, waarbij de waarnemer voor het voertuig en bij genoemde lichtbron is opgesteld.

15° Achterreflector : de inrichting die dient om de aanwezigheid van een voertuig kenbaar te maken door reflectie van licht, uitgestraald door een lichtbron die niet met een voertuig is verbonden, waarbij de waarnemer achter het voertuig en bij genoemde lichtbron is opgesteld.

16° Zijreflector : de inrichting die dient om de aanwezigheid van een voertuig kenbaar te maken door reflectie van licht, uitgestraald door een lichtbron die niet met het voertuig is verbonden, waarbij de waarnemer terzijde van het voertuig en bij genoemde lichtbron is opgesteld.

17° Zijmarkeringslicht : elk licht dat dient om de aanwezigheid van een voertuig vanaf de zijkant aan te geven.

18° Noodsignaal : het gelijktijdig knipperen van de richtingaanwijzers, ten einde een gevaar zoals bedoeld in de bepalingen van artikel 32bis van het algemeen reglement betreffende de politie op het wegverkeer, kenbaar te maken.

19° Minimum hoogte van een licht of reflector : de afstand tussen de grond en de onderzijde van het lichtdoorlatend of reflecterend gedeelte, als het voertuig ledig is.

20° Maximum hoogte van een licht of reflector : de afstand tussen de grond en de bovenzijde van het lichtdoorlalend of reflecterend gedeelte, als het voertuig ledig is.

21° Minimum afstand tussen lichten : de kleinste afstand tussen de binnenzijden van de lichtdoorlatende gedeelten.

22° Maximum afstand van een licht of reflector tot de zijkant : de afstand tussen de buitenzijde van het voertuig en de buitenzijde van het lichtdoorlatend of reflecterend gedeelte.

23° Elke combinatie van twee of meer lichten, hetzij gelijke of niet doch van dezelfde kleur, zal als een enkel licht worden beschouwd indien de projecties van hun lichtdoorlatende oppervlakken op een verticaal vlak loodrecht op het mediaanvlak van het voertuig minstens 50 pct. van de kleinste rechthoek omschreven op de projecties van de genoemde lichtdoorlatende oppervlakken bedraagt.

24° Eén enkel lichtdoorlatend oppervlak in de vorm van een band zal als twee of een even aantal lichten worden beschouwd indien het symmetrisch is geplaatst ten opzichte van het mediaan vlak in de langsrichting van het voertuig, en indien het zich tenminste uitstrekt tot 0,40 m van de uiterste zijkant van het voertuig en indien het een lengte heeft van tenminste 0,80 m.

De verlichting van een dergelijk oppervlak moet verzekerd worden door tenminste twee zo dicht mogelijk bij de uiteinden geplaatste lichtbronnen. Het lichtdoorlatend oppervlak mag bestaan uit een aantal elementen, zodanig gerangschikt dat de projecties van de lichtdoorlatende oppervlakken van de verschillende elementen op een verticaal vlak loodrecht op he mediaanvlak van hel voertuig niet minder bedragen dan 50 pct. van de kleinste rechthoek omschreven om de projecties van genoemde lichtdoorlatende oppervlakken van de elementen.

25° Dagrijlicht : een licht dat voorwaarts gericht is en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het rijden overdag beter zichtbaar te maken.

26° Opvallende markering : een inrichting die dient om een voertuig van de zij- of achterkant gezien meer zichtbaarheid te geven, door weerkaatsing van het licht afkomstig van een niet tot dat voertuig behorende lichtbron, waarbij de waarnemer zich nabij deze lichtbron bevindt;

27° Contourmarkering : een opvallende markering die dient om de horizontale en verticale dimensie (lengte, breedte en hoogte) van een voertuig aan te geven;

28° Volledige contourmarkering : een contourmarkering die de omtrek van het voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn;

29° Gedeeltelijke contourmarkering : een contourmarkering die de horizontale dimensie van het voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn en de verticale dimensie door middel van markering van de bovenhoeken;

30° Lijnmarkering : een opvallende markering die dient om de horizontale dimensie (lengte en breedte) van een voertuig aan te geven door middel van een doorlopende lijn.