15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk VI: Constructie

Artikel 46. Remdoelmatigheid van de auto's

§1.

De werking van de bedrijfsreminrichting van de auto's moet zodanig zijn, dat op een nagenoeg horizontale en droge weg, de gemiddelde remvertraging bij koude remmen en ontkoppelde motor, ongeacht belastingstoestand of snelheid, nimmer minder bedraagt dan:

a) 5 m/sec², bij autobussen en autocars;

b) 5,8 m/sec², bij personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen;

c) 4,4 m/sec², wanneer het om andere voertuigen gaat dan die welke in a) en b) hierboven en in d) hierna zijn aangegeven;

d) 3 m/sec² bij voertuigen voor traag vervoer waarvan de maximumsnelheid hoger is dan 30 km/h.

e) 2,5 m/sec², bij voertuigen voor traag vervoer waarvan de maximumsnelheid niet hoger is dan 30 km/h.

Naar aanleiding van elke andere controle, zoals onvoorziene controles op de openbare weg, wordt een tolerantie van 10 pct op de in 1° voorgeschreven waarden toegepast.

§2.

De doelmatigheid van de noodreminrichting der auto's, gemeten onder dezelfde voorwaarden als voor de bedrijfsreminrichting, mag nimmer minder bedragen dan 50 pct van de voorgeschreven minimumvertraging.

Voor de voertuigen, waarvoor de aanvraag om goedkeuring echter voor 1 januari 1976 werd ingediend, en op voorwaarde dat de remwerking van de noodrem verzekerd wordt door de bedrijfsreminrichting zoals bepaald in artikel 51,§ 2, 5°, b) van dit besluit, mag de remdoelmatigheid van de noodreminrichting niet lager dan 30 pct van de minimum remvertraging bepaald in § 1 van dit artikel.

§3.

De parkeerreminrichting van de auto's moet in staat zijn het beladen voertuig op een helling van 18 pct in beide richtingen staande te houden. Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan, indien met de parkeerreminrichting op een nagenoeg horizontale en droge weg, met beladen voertuig en ontkoppelde motor, met koude rem, uitgaande van een beginsnelheid van 15 km/u., een gemiddelde remvertraging van 1,5 m/sec² kan worden bereikt.

Naar aanleiding van elke andere controle. zoals onvoorziene controles op de openbare weg moet een remvertraging van ten minste 1,4 m/sec² worden bereikt.

Voor de auto's waarvoor de aanvraag om typegoedkeuring voor 1 januari 1976 werd ingediend. worden de vereisten voor de parkeerrem verminderd tot volgende waarden:

a) de helling in beide richtingen bedoeld in punt 1° bedraagt 16 pct.;

b) de gemiddelde remvertragingen bedoeld in de punten 1° en 2°, bedragen respectievelijk in punt 1°, 1,3 m/sec2 en in punt 2°, 1,2 m/sec2.

§4. De voorgeschreven remdoelmatigheid moet worden bereikt zonder dat hiertoe:

1. een grotere kracht dan 50 kg op het rempedaal noodzakelijk is bij personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen en dan 70 kg bij de andere voertuigen;

2. een grotere kracht dan 40 kg aan de handremhefboom noodzakelijk is bij personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen en dan 60 kg bij de andere voertuigen.