15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk VII: Inrichting

Artikel 58. Voorruit en andere doorzichtige panelen

1. Voorruit.

1.1. De voorruit of -ruiten van de auto's moeten bestaan uit gelaagd of gehard duurzaam en doorzichtig glas, waarbij de doorzichtigheid gelijk moet zijn aan weerszijden van de beglazing, en dat bij breuk niet in scherpe scherven uiteenvalt.

1.2. Vanaf 1 juli 1981 moeten de voorruiten, bestemd voor auto's waarvan de goedkeuringsaanvraag vanaf die datum wordt ingediend, goedgekeurd worden overeenkomstig de voorschriften vervat in de bijlage 10 aan dit besluit.

1.3. Daarenboven zullen, tussen 1 juli 1981 en 1 juli 1986, de auto's geleidelijk aan moeten uitgerust worden met een goedgekeurde voorruit in gelaagd glas, volgens onderstaand tijdsschema:

  • vanaf 1 juli 1981, alle personenauto's en auto's voor dubbel gebruik waarvoor de aanvraag om goedkeuring vanaf deze datum wordt ingediend en waarvan de cilinderinhoud groter is dan 1600 cc;
  • vanaf 1 juli 1983, alle personenauto's en auto's voor dubbel gebruik waarvoor de aanvraag om goedkeuring vanaf deze datum wordt ingediend en waarvan de cilinderinhoud groter is dan 1200 cc;
  • vanaf 1 juli 1985, alle personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, autobussen, autocars en vrachtauto's waarvoor de aanvraag om goedkeuring vanaf deze datum wordt ingediend;
  • vanaf 1 juli 1986, alle nieuwe voertuigen ingeschreven vanaf deze datum, met uitzondering van de voertuigen bedoeld in artikel 1, punt 11, van dit besluit.

2. Andere doorzichtige panelen.

2.1. Met andere doorzichtige panelen worden de panelen bedoeld die bestemd zijn om, naargelang het geval, de zichtbaarheid of de lichtdoorlaatbaarheid te waarborgen van een plaats naar een ander wanneer deze gescheiden worden door een wand. Bedoelde panelen kunnen:

  • zij, achter- of dakpanelen van auto's zijn;
  • voor, zij-, achter-, of dakpanelen van aanhangwagens zijn;
  • scheidingspanelen in de binnenruimte van auto's of hun aanhangwagens zijn.

2.2. De doorzichtigheid van de doorzichtige panelen moet gelijk zijn aan weerszijden van het paneel.

Bij voertuigen van categorie M1, worden op de voorruit en de voorste zijruiten geen zelfklevende filmen of niet originele bedekkingen aangebracht. Deze bepaling geldt eveneens voor de achterruit indien het voertuig niet voorzien is van een buitenspiegel langs de tegenoverliggende kant van de bestuurder.

2.3. Zij moeten bestaan uit duurzaam materiaal dat bij breuk niet in scherpe scherven uiteenvalt.

2.4. De glazen panelen moeten uitgevoerd worden in gelaagd of gehard glas.

2.5. Vanaf 1 juli 1982 moeten de in punt 2.4. van dit besluit bedoelde panelen, bestemd voor de auto's en hun aanhangwagens waarvan de goedkeuringsaanvraag ingediend wordt vanaf die datum, goedgekeurd zijn overeenkomstig de voorschriften vervat in bijlage 10 aan dit besluit

3. De voor het vervoer van personen gebezigde auto's moeten in elke zijwand voorzien zijn van ruiten of doorzichtige panelen, waarvan de gemiddelde totale lengte tenminste 65 %, moet bedragen van de gemiddelde lengte van de reizigersruimte. Deze ruiten of doorzichtige panelen moeten behoorlijk over de ganse lengte van deze ruimte verdeeld zijn en een rationele hoogte hebben.

4.

4.1. De bepalingen van de punten 2.2., 2.5., 3., gelden echter niet voor celvoertuigen en voertuigen van de ordetroepen.

4.2. Het bepaalde in punt 2.2., geldt niet voor ziekenauto's en voor vervoer van fondsen en waarden.

4.3. De voorschriften van punten 1, 2.5 en 3 gelden niet voor ruiten in kogelvrij glas en die behoeden voor aanvallen. Op behoorlijk gerechtvaardigd verzoek van de constructeur of verbouwer van het voertuig, wordt de goedkeuring echter vervangen door een attest, uitgereikt door de Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde. Dit attest moet zich steeds aan boord van het voertuig bevinden.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of diens gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

5. Goedkeuringsprocedure.

5.1. De aanvragen om goedkeuring moeten in 3 exemplaren ingediend worden bij het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, Wegverkeer - Technische Directie, Wetstraat 155, 1040 Brussel.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt de zinsnede “het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, Wegverkeer – Technische Directie, Wetstraat 155, te 1040 Brussel” vervangen door de woorden “de goedkeuringsinstantie”.

5.2. Het laboratorium erkend voor het verrichten van de proeven is het Nationaal Glasinstituut, Boulevard Defontaine 10, 6000 Charleroi.

5.3. Op de goedgekeurde beglazingen moet een goedkeuringsmerk worden aangebracht, dat bestaat uit: 

  • een cirkel met daarbinnen de letter "B" of het symbool "Ex" waarbij x het codenummer voorstelt van een der landen toegetreden tot het Akkoord van 1958 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aanvaarden van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijdse erkenning van de goedkeuring van uitrustingen en delen van motorvoertuigen;
  • het goedkeuringsnummer, geplaatst rechts van of onder de cirkel;
  • een bijkomend symbool voor de voorruiten geplaatst boven of links van de cirkel.

Dit symbool is:

I. voor de ruiten in gehard glas;

II. voor de ruiten in gewoon gelaagd glas;

III. voor de ruiten in behandeld gelaagd glas.

6. De Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde is gemachtigd bilaterale overeenkomsten voor wederzijdse erkenning van de goedkeuring van veiligheidsbeglazing tot stand te brengen met landen, die reglementering hebben welke gelijkwaardig zijn met de in artikel vervatte reglementering.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.