15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk VII: Inrichting

Artikel 62. Vloer

De vloer van de autobussen en autocars moet aan volgende voorwaarden voldoen:

  1. De vloer moet volkomen dicht zijn en bekleed met een materiaal met een hoge adhesiecoefficient. Indien luiken in de vloer zijn aangebracht, moet het binnendringen van uitlaatgassen, stof, enz. op doelmatige wijze verhinderd worden.
  2. De vloer mag geen hinderlijke uitstekende delen vertonen. De helling van de vloer van het onbeladen voertuig mag nergens meer bedragen dan 12,5% deze maximumwaarde wordt verminderd tot 6,5% op de ruimten voorbehouden voor rechtstaande reizigers.
  3. Indien in de vloer van de gang treden zijn aangebracht, moeten deze een hoogte hebben van ten minste 80 mm en ten hoogste 200 mm en behoorlijk gesignaleerd zijn. Aan deze laatste eis mag onder andere worden voldaan door het aanbrengen van tekens van contrasterende kleur of door een aangepaste verlichting.

Wanneer er zitplaatsen op verhevenheden zijn ingericht, mag de vloer ervan niet meer dan 300 mm boven de aangrenzende vloer van het voertuig gelegen zijn.