15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1938]

Hoofdstuk VIII: Bijzondere bepalingen

Artikel 78. Afwijkingen

§1. De Minister van Verkeerswezen of diens afgevaardigde kan, bij wijze van uitzondering, volgens de door hem vastgestelde voorwaarden en procedure:

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt het woord “kan” vervangen door de zinsnede “en de bevoegde Vlaamse instantie kunnen, elk wat hem of haar betreft” en wordt het woord “hem” vervangen door het woord “hen”.

de goedkeuring en het in het verkeer brengen van een voertuig als alleenstaand geval toelaten;

de hierna vermelde voertuigen geheel of gedeeltelijk vrijstellen van dit algemeen reglement:

a) de voertuigen of slepen gebezigd voor bepaalde taken waarvan de uitvoering onmogelijk zou zijn wegens de toepassing van dit reglement;

b) de voor uitzonderlijk vervoer bestemde voertuigen of slepen waarvan de massa in beladen toestand of de afmetingen hoger zijn dan de voorziene maxima;

c) de voertuigen ingevoerd ter gelegenheid van een verhuizing door personen die zich in België vestigen;

d) de voertuigen of slepen die op de openbare weg rijden om op een door de Minister van Verkeerswezen of diens afgevaardigde aangewezen plaats remproeven te ondergaan;

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister van Verkeerswezen of diens afgevaardigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

e) de voertuigen ingeschreven op naam van een permanente vertegenwoordiging of van diplomaten, geaccrediteerd bij de Belgische regering door de Diensten van het Protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

toelaten dat voertuigen of toebehoren, die een verbetering inzake constructie zijn of die goedgekeurd werden volgens regels, welke gelijkwaardig zijn aan of een beter resultaat opleveren dan de in deze reglementering vervatte regels, in het verkeer worden gebracht.

De aanvrager moet het bewijs leveren van de gegrondheid van zijn aanvraag.

§2.

a) De levering van een vrijstelling is onderworpen aan een vergoeding van 12,39 euro.

Vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot 31 december 2009 zijn de in de eerste alinea bedoelde prestaties onderworpen aan de betaling van een vergoeding van 63 euro.

Vanaf het burgerlijk jaar 2010 maken die vergoedingen jaarlijks per 1 januari het voorwerp uit van een automatische indexering berekend op basis van de gewone index van de maand november van het voorgaande jaar. Het resultaat van deze aanpassing zal worden afgerond naar de hogere euro indien de decimalen van het berekend bedrag hoger of gelijk zijn aan 0,5 of naar de lagere euro indien de decimalen lager zijn dan 0,5.

De vergoedingen worden gestort op rekening nummer IBAN : BE86 6792 0060 1050 - BIC : PCHQ BE BB van het Directoraat Generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid - Ontvangsten. Ze zijn in geen geval terugvorderbaar.

b) De vergoeding wordt in geen geval terugbetaald.

c) De aanvragen tot ontheffing, ingediend door minder-valide personen met het oog op de toelating tot het verkeer van voertuigen die omgebouwd zijn, in functie van hun gebrekkigheid voor persoonlijk gebruik evenals door de personen die hun voertuig ter gelegenheid van een verhuizing invoeren, zijn niet onderworpen aan de verplichting tot het betalen van de retributie voorzien onder a.

§3. De gemeenteraden mogen aanvullende reglementen invoeren waarbij de toepassing van de bepalingen van dit algemeen reglement wordt geschorst of gewijzigd voor het verkeer tussen de laad- en loskaaien, de opslagplaatsen, de hangars en de magazijnen gelegen binnen de zee- of rivierhavens.

Paragraaf 3 wordt opgeheven voor wat betreft het Vlaams Gewest.