15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk VIII: Bijzondere bepalingen

Artikel 77. Snelheidsbegrenzer

1.

1.1. Voertuigen van categorie M2 en M3 zijn uitgerust met een snelheidsbegrenzer die zodanig is afgesteld dat de maximum snelheid van het voertuig niet meer dan 100 km per uur kan bedragen.

1.2. Voertuigen van de categorie N2 en N3 zijn uitgerust met een snelheidsbegrenzer die zodanig is afgesteld dat de maximumsnelheid van het voertuig niet meer dan 90 km per uur kan bedragen.

Zie omzendbrief van 15 januari 2007 betreffende de vrijstelling van de snelheidsbegrenzer voor de voertuigen van de categorieën N2 en N3 uitsluitend voorbehouden voor het transport van fondsen.

2. De voertuigen moeten hiertoe:

  • ofwel gedekt zijn door een goedkeuringsformulier volgens bijlage II, aanhangsel 2, bij de Richtlijn 92/24/EEG betreffende snelheidsbegrenzers of soortgelijke begrenzingssystemen voor bepaalde categorieën motorvoertuigen;
  • ofwel uitgerust zijn met een snelheidsbegrenzer die goedgekeurd is als technische eenheid volgens bijlage II, aanhangsel 4, bij voornoemde Richtlijn 92/24/EEG en gieïnstalleerd overeenkomstig de voorschriften van deze richtlijn.

3.

3.1. De voertuigen als nieuw in dienst gesteld vanaf 1 januari 1988 zijn onderworpen aan de bepalingen van punten 1 en 2 volgens de volgende kalender:

3.1.1. op 1 maart 1995, voor de voertuigen bestemd voor internationaal vervoer;

3.1.2. op 1 januari 1996; voor de voertuigen uitsluitend bestemd voor nationaal vervoer.

3.2. Bij de voertuigen, in dienst gesteld tussen 1 januari 1988 en 31 december 1993 en die voor 1 januari 1994 reeds met een snelheidsbegrenzer zijn uitgerust, moet de snelheidsbegrenzer enkel voldoen aan punten 7 en 8 van de bijlage I bij de hogervermelde Richtlijn 92/24/EEG.

De snelheidsbegrenzer dient in dit geval te worden ingesteld op de in punt 1 vermelde snelheden en verzegeld door een erkende installateur.

3.3. Wat betreft motorvoertuigen van categorie M2, voertuigen van categorie M3, met een maximummassa van meer dan 5 ton doch ten hoogste 10 ton en voertuigen van categorie N2, zijn de punten 1 en 2 ten laatste van toepassing op 1 juni 2006.

4. Zijn vrijgesteld van de in punt 1 voorgeschreven snelheidsbegrenzer de voertuigen:

  • die worden gebruikt door landsverdediging, de burgerbescherming, de brandweer en andere nooddiensten, alsmede de openbare ordediensten;
  • die door de aard van hun constructie de in punt 1 vermelde snelheden niet kunnen overschrijden;
  • die worden gebruikt voor wetenschappelijke proefnemingen op de weg;
  • die voor openbare diensten in uitsluitend stadsgebieden worden gebruikt;
  • de voertuigen van categorie M3 met een maximaal toegelaten massa van meer dan 10 ton en de voertuigen van categorie N3 die voor de eerste maal ingeschreven werden vóór 1 januari 1988;
  • de voertuigen van categorie M3 met een maximaal toegelaten massa van ten hoogste 10 ton en de voertuigen van de categorieën M2 en N2 die voor de eerste maal ingeschreven werden vóór 1 oktober 2001.

5. Erkenning als installateur van snelheidsbegrenzers.

5.1. § 1. De installatie in een voertuig van een snelheidsbegrenzer goedgekeurd als technische eenheid, alsook het afstellen van de maximumsnelheid van een voertuig goedgekeurd volgens voornoemde Richtlijn 92/24/EEG, wordt uitgevoerd door een erkend installateur.

§ 2. De erkende installateurs mogen installaties verrichten van goedgekeurde modellen van snelheidsbegrenzers voor dewelke zij een opleiding gevolgd hebben en er de snelheid van afstellen. Bovendien mogen zij de controles van alle types van goedgekeurde snelheidsbegrenzers uitvoeren. De instructies betreffende de controle worden opgesteld door de Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

5.2. Om te worden erkend als installateur moet de aanvrager aan volgende voorwaarden voldoen:

  • erkend zijn als installateur van tachografen zoals voorzien in punt 1 van artikel 4 van het koninklijk besluit van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer;
  • het bewijs leveren dat hijzelf of tenminste één door hem aangewezen personeelslid een opleiding heeft doorlopen voor het installeren van snelheidsbegrenzers hetzij bij de constucteur van het voertuig hetzij bij de fabrikant of de mandataris van het merk snelheidsbegrenzers dat hij wenst te installeren.

Deze constructeur, fabrikant of mandataris levert voor elke opgeleide persoon een in tweevoud opgesteld opleidingsattest af. Eén exemplaar wordt overgemaakt aan het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur, Dienst Wegverkeer, Technische Directie, Wetstraat 155, te 1040 Brussel.

Het model van het opleidingsattest wordt vastgelegd door de Minister van Verkeerswezen of zijn afgevaardigde. Dit attest is drie jaar geldig.

Het programma van bedoelde opleiding moet vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Minister van Verkeerswezen of zijn afgevaardigde;

  • beschikken over de nodige apparatuur, gereedschappen en werkplaatshandboeken voor het installeren en instellen van het merk van snelheidsbegrenzers dat hij wenst te installeren en over de apparatuur om de juiste werking van de snelheidsbegrenzer op een voertuig te controleren;
  • beschikken over het nodige verzegelingsgereedschap met erkeningsnummer.
  • beschikken over een voorraad controleplaatjes conform aan het model bepaald door het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid;
  • beschikken over een testparcours of over een geijkte rollenbank, die toelaat twee pieken aan maximumsnelheid te bereiken.
Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”, wordt de zinsnede “Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Dienst Voertuigen, Wetstraat 155, te 1040 Brussel” vervangen door het woord “Departement” en worden de woorden “het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid” vervangen door de woorden “de goedkeuringsinstantie”.

5.3.

5.3.1. De aanvraag tot erkenning als installateur van snelheidsbegrenzers wordt ingediend bij het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid.

Het examen over de beroeps- en technische bekwaamheid van de aanvrager alsook het onderzoek naar het bezit van de nodige uitrusting, worden bij de aanvrager uitgevoerd door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, hiertoe gemachtigd door de Minister of zijn afgevaardigde.

De erkenning wordt toegekend voor een periode van vier jaar. Een nieuwe erkenning wordt aangevraagd drie maand vóór de vervaldatum.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid” vervangen door het woord “Departement”, wordt het woord “ambtenaren” vervangen door het woord “personeelsleden”, worden de woorden “de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer” vervangen door de woorden “het Departement” en worden de woorden “Minister of zijn afgevaardigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

5.3.2. De hiertoe gemachtigde ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer kunnen te allen tijde en overal controles van de erkende installateurs uitvoeren.

De Koning kan, onder de voorwaarden bepaald in bijlage 21 van het voornoemde koninklijk besluit van 15 maart 1968, bevoegde instellingen erkennen om de in het eerste lid bedoelde controles uit te voeren. Deze instellingen zijn niet betrokken bij de fabricatie, de invoer of de verkoop van snelheidsbegrenzers en tachografen of hun onderdelen.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer” vervangen door de woorden “het Departement”, wordt het woord “ambtenaren” vervangen door het woord “personeelsleden” en wordt het woord “Koning” vervangen door de woorden “Vlaamse minister”.

5.4. Indien de aanvrager voldoet aan de in punt 5.2 vermelde voorwaarden wordt de erkenning toegekend door de Minister van Verkeerswezen of zijn afgevaardigde.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

5.5. De erkenning als installateur kan worden ingetrokken indien de houder niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of indien de installatie, de afstelling of de verzegelingen niet gebeuren volgens de voorschriften.

5.6. De intrekking van de erkenning wordt door middel van ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokkene.

Binnen de dertig dagen na de kennis geving van de weigering of van de intrekking van de erkenning kan de betrokkene bij een ter post aangetekende brief beroep instellen bij de Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft. De Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft doet uitspraak binnen de dertig dagen na de verzending van de brief, na de betrokkene of zijn gevolmachtigde eventueel te hebben gehoord.

Het beroep heeft geen schorsende kracht.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft” telkens vervangen door de woorden “Vlaamse minister”.

5.8. Te ontvangen belastingen voor de inspecties met het oog op de goedkeuring van een installateur van snelheidsbegrenzers en voor de afgifte van de goedkeuring :

  • inspectie met het oog op de goedkeuring : 250 euro;
  • afgifte van het goedkeuringsattest : 25 euro.

Vanaf inwerkingtreding van dit besluit t.e.m. 31 december 2009 zijn deze respectievelijke bedragen 270 en 27 euro.

Vanaf het burgerlijk jaar 2010 maken die vergoedingen jaarlijks per 1 januari het voorwerp uit van een automatische indexering berekend op basis van de gewone index van de maand november van het voorgaande jaar. Het resultaat van deze aanpassing zal worden afgerond naar de hogere euro indien de decimalen van het berekend bedrag hoger of gelijk zijn aan 0,5 of naar de lagere euro indien de decimalen lager zijn dan 0,5.

De vergoedingen worden gestort op rekening nummer IBAN : BE86 6792 0060 1050 - BIC : PCHQ BE BB van het Directoraat Generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid - Ontvangsten. Ze zijn in geen geval terugvorderbaar.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt de zinsnede “gestort op rekening nummer IBAN: BE86 6792 0060 1050 – BIC: PCHQBE BB van het Directoraat Generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid – Ontvangsten” vervangen door de woorden “betaald op de in het betalingsverzoek vastgestelde wijze”.

6. Installatie

6.1. Indien voor de sturing van de snelheidsbegrenzer een signaal wordt afgenomen van de tachograaf mag slechts worden overgegaan tot de installatie van de snelheidsbegrenzer indien de installateur de goede werking van de tachograaf heeft gecontroleerd en de verzegelingen ervan niet zijn verbroken.

6.2. De installatie mag slechts gebeuren door een persoon voor wie een opleidingsattest werd afgeleverd zoals voorzien in punt 5.2

6.3. Op de snelheidsbegrenzer moeten verzegelingen worden aangebracht, voorzien van het aan de erkenningshouder toegekende identificatienummer, op de volgende plaatsen:

  • de verbinding tussen de elektronische regeleenheid met de stelmotor en de voeding;
  • de verbinding tussen de stelmotor en brandstof-injectiepomp;
  • alle eventueel daartussen liggende onderbreekbare verbindingen.

6.4. Register

6.4.1. Iedere installatie, herstelling of afstelling moet worden genoteerd in een register. Dit register moet worden bewaard door de installateur.

6.4.2. Het register moet op ieder ogenblik kunnen worden voorgelegd, op verzoek van de ambtenaren en beambten bedoeld in art 3 van de wet van 21 juli 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

6.4.3. Het model van het register wordt vastgelegd door de Minister van Verkeerswezen of zijn afgevaardigde.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “Minister die het Vervoer onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde” vervangen door de woorden “bevoegde Vlaamse instantie”.

6.5. De ingestelde maximale snelheid dient te worden aangegeven op een duidelijk zichtbare plaat in de bestuurdersruimte van ieder voertuig.

7. Een defekte snelheidsbegrenzer of de gebrekkige werking ervan moet door een erkende isntallateur worden hersteld zodra de omstandigheden dit toelaten.

Indien het voertuig niet binnen de week na het defekt raken van het apparaat of het contateren van de gebrekkige werking ervan op de vestigingsplaats kan terugkeren, moet de herstelling onderweg gebeuren.

8.

a) Met uitzondering van de hierboven in punt 4 opgesomde voertuigen die vrijgesteld zijn van een snelheidsbegrenzer, maken de voertuigen het voorwerp uit van een controle van de snelheidsbegrenzer door een erkend installateur bij het in verkeer of opnieuw in verkeer stellen van het voertuig, op vraag van een hiertoe gemachtigde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, en tenminste om de twee jaar, ter gelegenheid van dewelke de installateur verplicht is het controleplaatje aan te brengen of te vernieuwen. Deze controle mag uitgevoerd worden na de inspectie of de controle van de tachograaf.

Bij het aanbieden op de keuring, ten laatste op 31 december 2006, zijn alle voertuigen van de categorie N2, M2, N3 en M3, uitgerust met een controleplaatje voor snelheidsbegrenzer met een geldigheid van minder dan twee jaar.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “gemachtigde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer” vervangen door de woorden “gemachtigd personeelslid van het Departement”.

b) Afgezien van deze controles, zijn de instellingen belast met de keuring van de voertuigen in het verkeer, eveneens belast met de controle van de snelheidsbegrenzer en dit tenminste éénmaal per jaar.