15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1938]

Hoofdstuk IX: Inwerkingtreding en slotbepalingen

Artikel 82. Intrekking

§1. Worden ingetrokken :

1. het besluit van de regent van 22 mei 1947 houdende goedkeuring van het algemeen reglement tot vaststelling van de technische eisen waaraan voor personenvervoer gebezigde voertuigen die benevens de zitplaats van de bestuurder ten minste negen plaatsen tellen, en voertuigen gebezigd voor het vervoer van zaken moeten voldoen, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 3 juli 1950 en bij de koninklijke besluiten van 20 juni 1951, 21 september 1953, 18 maart 1958, 25 februari 1959, 22 juni 1959, 15 september 1960, 8 november 1960, 12 maart 1962, 28 september 1962, 8 maart 1963, 17.juli.1964 en 7.oktober1964;

2. het besluit van de regent van 10.6.1947 houdende algemeen reglement tot vaststelling van de technische eisen waaraan voor personenvervoer gebouwde motorvoertuigen met ten hoogste acht plaatsen, zonder die van de bestuurder, moeten voldoen, gewijzigd bij het B.Rt van 3.7.1950 en bij de K.B.'s van 21.9.1953, 2.4.1959, 15.2.1960, 8.11.1960, 12.3.1962, 15.10.1964 en 11.6.1965;

3. het koninklijk besluit van 22.9.1953 houdende vaststelling van de bijzondere eisen betreffende normalisatie van de bouw der voertuigen gebezigd voor openbare autobusdiensten, met ten minste negen plaatsen, zonder de zitplaats van de bestuurder, en samengesteld uit een chassis en een onafhankelijke carrosserie, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 april 1964;

4. het koninklijk besluit van 1.7.1964 tot vaststelling van de eisen waaraan de autovoertuigen die met een "Diesel" -motor zijn uitgerust moeten voldoen inzake rookuitlatingen.

§2. De bepalingen van de ingetrokken besluiten blijven nochtans van toepassing, met uitzondering van artikel 36 van het in §1,1 vermelde reglement en van artikel 21 van het §1,2 vermelde reglement, op deze voertuigen welke eraan onderworpen waren en die op 14 juni 1969 in dienst genomen waren, in de mate waarin deze bepalingen overeenkomstig artikel 79, §1,1 niet werden vervangen door de bepalingen van dit besluit.