1 DECEMBER 1975. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[BS 09.12.1975]

Titel II: Regels voor het gebruik van de openbare weg

Artikel 16. Inhalen

16.1. Het inhalen geldt slechts ten aanzien van bestuurders die in beweging zijn.

16.2. Wanneer de bestuurders de aanwijzingen van de verkeersborden F13 en F15 opvolgen of wanneer het verkeer geschiedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4 of 9.5 wordt het sneller rijden van de voertuigen in een rijstrook of een file ten opzichte van de voertuigen in een andere rijstrook of file niet als inhalen beschouwd behalve voor de toepassing van artikel 17.2.5°.

F13         F15

16.2bis. Motorfietsers die tussen de rijstroken rijden.

Voor de motorfietsers, het sneller rijden tussen twee rijstroken of files dan de voertuigen die stoppen of traag rijden in die rijstroken of files, wordt niet als inhalen beschouwd, behalve voor de toepassing van artikel 17.2, 5°.

In dat geval mag de motorfietser evenwel niet sneller rijden dan 50 km per uur en mag het snelheidsverschil tussen de motorfietser en de voertuigen die zich in die rijstroken of files bevinden niet meer dan 20 km per uur bedragen.

Op autosnelwegen en autowegen moet hij daarenboven tussen de twee meest links gelegen rijstroken rijden.

16.3. Het inhalen geschiedt links.

Het inhalen geschiedt echter rechts wanneer de in te halen bestuurder te kennen heeft gegeven dat hij voornemens is links af te slaan of zijn voertuig op te stellen aan de linkerkant van de openbare weg en zich naar links begeven heeft om deze beweging uit te voeren.

16.4. Voor het links inhalen moet elke bestuurder :

zich ervan vergewissen dat hij dit zonder gevaar kan doen, en inzonderheid :

a) dat de weg over een voldoende afstand vrij is om alle gevaar voor ongevallen te vermijden;
b) dat geen achterligger reeds begonnen is in te halen;
c) dat hij zijn plaats rechts opnieuw kan innemen, zonder de andere bestuurders te hinderen;
d) dat hij op zeer korte tijd kan inhalen.

zijn voornemen zich naar links te verplaatsen tijdig genoeg kenbaar maken door middel van de richtingsaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm.

Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing uitgevoerd is.

16.5. Elke inhalende bestuurder moet zich zo ver als nodig is van de in te halen bestuurder verwijderen; wanneer het inhalen wegens de breedte van de rijbaan niet gemakkelijk kan uitgevoerd worden, mag de bestuurder de gelijkgrondse berm volgen, op voorwaarde dat hij de weggebruikers die zich daar bevinden, niet in gevaar brengt.

16.6. Geschiedt het inhalen links, dan moet de bestuurder zijn plaats rechts opnieuw innemen, zodra hij zulks zonder bezwaar kan doen, na zijn voornemen kenbaar gemaakt te hebben door middel van de richtingsaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm.

Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing uitgevoerd is.

De bestuurder moet echter zijn plaats rechts niet terug innemen wanneer hij onmiddellijk opnieuw wil inhalen :

op rijbanen met tweerichtingsverkeer, in vier of meer rijstroken verdeeld, op voorwaarde dat alleen gereden wordt op de rijstroken bestemd voor het verkeer in de gevolgde rijrichting;

op rijbanen met éénrichtingsverkeer.

16.7. Elke bestuurder die op het punt staat links ingehaald te worden, moet zo ver mogelijk naar rechts uitwijken en mag zijn snelheid niet opvoeren.

16.8. ... Opgeheven - art. 11.2°, K.B. 04-04-2003 (B.S. 08-05-2003).

16.9. Het inhalen van spoorvoertuigen die de rijbaan volgen geschiedt rechts, zowel wanneer die voertuigen in beweging zijn of stilstaan om reizigers te laten in- of uitstappen.

Het inhalen mag evenwel links geschieden wanneer het rechts niet kan wegens de engte van de doorgang of de aanwezigheid van een stilstaand of geparkeerd voertuig of enige andere vaste hindernis en op voorwaarde dat de tegemoetkomende weggebruikers niet gehinderd of in gevaar gebracht worden.

Het inhalen mag eveneens links geschieden op rijbanen met éénrichtingsverkeer, wanneer de behoeften van het verkeer het rechtvaardigen.