1 DECEMBER 1975. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[BS 09.12.1975]

Titel II: Regels voor het gebruik van de openbare weg

Artikel 32. Gebruik van speciale lichten

32.1. Zoeklichten en tijdens het werk te gebruiken projectoren mogen slechts branden wanneer het volstrekt noodzakelijk is.

Deze lichten evenals de achteruitrijlichten mogen in geen geval de andere bestuurders hinderen.

32.2. De oranjegele knipperlichten mogen slechts gebruikt worden gedurende de tijd dat de voertuigen werkelijk gebruikt worden voor de taken om dewelke zij hiermede mogen uitgerust zijn of overeenkomstig het technisch reglement van de auto's, of wanneer hun aanwezigheid op de openbare weg een hinder of gevaar voor het verkeer vormt.

De oranjegele knipperlichten van de takelwagens moeten op de plaats van het depanneren en gedurende het wegslepen gebruikt worden.

Buiten die omstandigheden mogen zij niet branden.

De bestuurders van landbouwtractoren moeten één of twee oranjegele knipperlichten gebruiken die zodanig zijn geplaatst dat zij in alle richtingen zichtbaar zijn, tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter en, bestendig op openbare wegen met meer dan twee rijstroken.

32.3. In afwijking van artikel 32.2 moeten de takelvoertuigen en de voertuigen van de door het openbaar ministerie of door de federale of lokale politie opgeroepen personen of diensten, wanneer zij op de pechstrook rijden om zich naar de plaats van een incident op of langs de autosnelweg of autoweg te begeven, één of twee oranjegele knipperlichten gebruiken.